Cryptografie (1)

Het is zeer twijfelachtig of een wettelijk verbod op het gebruik van cryptografie (NRC Handelsblad, 24 maart) criminelen en terroristen zal hinderen in hun communicatie.

Wel levert het een groot aantal technische problemen op en is het een onaanvaardbare inbreuk op de privacy van de Nederlandse burger. De eerste vraag die zich opwerpt is hoe de overheid van plan is vast te stellen of een bepaald bericht gecodeerd is of niet. Wordt het straks verplicht om een bepaalde standaardrepresentatie van gegevens te gebruiken en wordt gebruik van elk ander soort tekenrepresentatie verboden? Ook aan het instellen van een 'vertrouwde derde', waar die gebruikers van cryptografie die door de overheid betrouwbaar zijn bevonden de gebruikte sleutels dienen te deponeren, kleven grote bezwaren. Afgezien van het feit dat ook niet-criminelen geldige redenen kunnen hebben om overheidsinstanties niet te vertrouwen, zijn er populaire vormen van cryptografie waarbij gebruik wordt gemaakt van twee sleutels: de eerste (openbare) sleutel is bekend aan degene die het bericht verzendt, de tweede (geheime) sleutel alleen aan de ontvanger van het bericht. Aangezien de verzender de geheime sleutel niet kent, maar deze wel nodig is om het bericht te ontcijferen, dient hij behalve de gebruikte openbare sleutel ook de ontvanger van het bericht aan te melden bij deze 'derde partij'. Dit geeft de overheid de mogelijkheid, zonder dat er nog maar sprake is van enige verdenking van criminele feiten, een complete analyse uit te voeren van het correspondentiegedrag van haar burgers.

    • Michiel de Bruijn