Blavatsky

In het artikel 'Diepe weten' in de boekenbijlage van 26-3-1994, schrijft Sjoerd de Jong:

Nog steeds wordt de frauduleuze Madame Blavatsky met haar 'Geheime Leer' aangehaald in beschouwingen over het volgende millennium.'' De heer De Jong heeft waarschijnlijk alleen de lasterverhalen gelezen, en niet de artikelen betreffende het eerherstel van mevrouw Blavatsky. Lasterlijk materiaal van prof. Elliott Coues vulde destijds zeven kolommen van een vooraanstaand Amerikaans dagblad 'The New York Sun'. Madame Blavatsky diende direct een aanklacht in wegens smaad. Na een jaar onderzoek gaven machtige advocaten van de 'Sun', tijdens hoorzittingen toe, dat de beschuldigingen niet konden worden bewezen. Mevr. Blavatsky overleed in mei 1891 voordat de zaak was beëindigd. Dit betekende het einde van de rechtszaak overeenkomstig de Newyorkse wetten inzake smaad.

Hoewel nu niet meer wettelijk verplicht, zette de 'Sun' niettemin het onderzoek nog gedurende anderhalf jaar voort en, overtuigd dat een ernstig onrecht was aangedaan, publiceerde zij vrijwillig een redactionele herroeping. Tevens publiceerde zij een artikel van W.Q. Judge, waarin alles ontzenuwd wordt wat door dr. Coues naar voren is gebracht met betrekking tot mevr. Blavatsky (sept. 26, 1892)

Een ander lasterverhaal was in 1885, het rapport van dr. R. Hodgson, medewerker van de SPR.

Een laat eerherstel volgde in een persbericht, op 8 mei 1986 vrijgegeven door de Society for Psychical Research.

“Een nieuw onderzoek stelt vast dat madame H.P. Blavatsky, een van de oprichters van de Theosophical Society, ten onrechte veroordeeld is.”

De redacteur van het blad van de SPR, dr. J. Beloff, spreekt dan ook de hoop uit, dat in het vervolg Theosofen en allen die de goede naam van mevrouw Blavatsky achten, de SPR met andere ogen zullen aankijken.

    • A.J. Schipper