Bits en begrijpen

Incompatibiliteit is: computers die niet met elkaar kunnen 'praten' vanwege verschilllen in hun basissysteem, videocassettes die niet 'passen' in een ander apparaat, stekkertjes die ergens niet inpassen, maar het is ook mensen die letterlijk of figuurlijk elkaars taal niet spreken. In principe geldt dit verschijnsel dus voor alle soorten systemen, ook voor het samenleven van mensen.

Levende systemen kunnen zich pas goed ontplooien wanneer ze kunnen 'praten' met anderen. Er moet een basis van gemeenschappelijkheid zijn, een 'onderbouw' van afspraken, van overeenstemming. Pas dan kan er sprake zijn van vrijheid van interpretatie, en kan men zich überhaupt bezig houden met hogere vormen van zingeving.

In kringen van PTT-Telecom zegt men: naarmate er in netwerken een grotere compatibiliteit en dus standaardisering is, kan er in het gebruik meer vrijheid komen en ontstaan er meer gebruiksmogelijkheden. Als je afspraken maakt over het verzenden van bitjes, vindt er een soepele afwikkeling plaats van het verkeer in het netwerk en kan iedereen probleemloos meedoen en zich bezighouden met nieuwe dingen, voortbouwend op wat er is afgesproken. De drang naar compatibiliteit zien we ook in de vorm van afspraken tussen bedrijven en afdelingen over standaarden die men gebruikt, bij een goede administratieve afhandeling als basis voor een onbezorgde zakelijke relatie. Wie zijn bedrijf niet op orde heeft in de administratieve onderbouw, ervaart geen vrijheid van opereren naar zijn klanten. Dan is er altijd weer gedoe over rekeningen of afspraken. Er is geen focus op de relatie, maar alle aandacht gaat naar de interne strubbelingen.

Het gaat dus in dit soort gevallen om een evenwicht tussen orde en chaos.

Teveel doorslaan naar één kant geeft uiteindelijk problemen. Om daar uit te komen moet je erboven staan, ofwel: de incompatibiliteit wordt pas opgeheven door een hoger niveau van beschouwen (relativering) en door (meta)communicatie òver de verschillende systemen en opvattingen. Dat houdt onder andere in dat je jezelf niet langer als centrum van de wereld kunt beschouwen of niet langer kunt denken dat jij het beste systeem hebt bedacht (dit heeft Philips veel geld en energie gekost).

Naarmate we de wereld steeds meer als dynamisch, complex en onvoorspelbaar gaan zien, stijgt de vraag naar meer vrijheid en flexibiliteit. We zullen naar een minimalisering moeten streven van de regels, wetten, voorschriften en standaarden en niet meer naar een maximalisering. Dat laatste hebben we namelijk een eeuw lang gedaan; we hebben de vrijheid en creativiteit in de kiem gesmoord. Daarbij blijft een minimum aan regels enz. nodig, anders is er anarchie en wanorde.

In het verkeer zien we dat al gebeuren. De regelgevers zeggen nu: We kunnen niet op elke hoek van elke straat tientallen borden zetten. We kunnen en we willen u niet meer volledig besturen, gebruik uw verstand nu maar. Maar we kunnen niet zonder enkele cruciale basisafspraken zoals rechts rijden, voorrangsregels en dergelijke. We gaan zoeken naar de basis van compatibiliteit, waarbij de essenties worden vastgelegd. Wat er overblijft aan regels moet zéér logisch en duidelijk zijn. Verdere toename van de complexiteit door meer verkeer zal leiden tot verdere ordening van de onderste lagen van de onderbouw, en wel door technologische ordening: zo gaan we bijvoorbeeld op elektronisch geleide wegen straks allemaal even hard rijden. Wat we overhouden aan geminimaliseerde onderbouw wordt super-georganiseerd. Dat zien we in organisaties en ook in de marketing. Daardoor ontstaat er aan de kant van de mens een grote vrijheid en creativiteit in het opnieuw samenstellen van die standaard-bouwstenen. Met bits kun je van alles uithalen, zolang de registratie maar super-logisch en strak geregeld is.

De computer gaat in toenemende mate de mens vervangen in het administreren en regelen van de onderste lagen van de onderbouw van ons denken en doen. Daarmee houden we misschien een menswaardiger soort arbeid over. Die kan er komen als we uitstijgen boven de techniek van standaarden zetten om elkaar te verstaan en ons laten leiden door onze oer-wil om elkaar te begrijpen.