Balkan-oorlog

Dubravka Ugresic: Nationaliteit: geen

171 blz., Nijgh en Van Ditmar 1993, vert. (uit het Engels) Roel Schuyt, ƒ 29,90

Dirk Draulans: Mirjana. Oorlogsverhalen uit ex-Joegoslavië

240 blz., Atlas 1993, ƒ 32,90

Toen de zogenaamde studentenopstand en vrouwenstrijd in de jaren zestig een 'zaak' moesten fabriceren, werd het persoonlijke uit armoe politiek. Maar in een echte tragedie als de Balkan-oorlog zijn privé-geschiedenissen moeilijk te verteren. Zo weet men niet waar men meer gêne over voelt, over de giftige spot met Amerikaanse onhebbelijkheden van de schrijfster Ugresic, of over de verliefdheid van de Vlaamse journalist Draulans op de Servische tolk Mirjana.

Dubravka Ugresic, Kroatische tegen wil en dank, laat in het begin van haar boek weten dat ze tot voor kort altijd vond dat schrijvers zich moesten onthouden van dagboekschrijfsels en gratuite opinies over andere landen. De vaart der volkeren heeft haar evenwel op vreemde kusten geworpen, een korte tijd in Nederland, en wat langer in Amerika, en gedwongen zich rekenschap te geven van wat zij is, of liever gezegd, van wat zij niet is. Ze is en blijft een verstokte roker in het hypochondrische Amerika, en veracht 'manuals' en 'networking'. Een groot deel van haar trefwoordenboek (in het Engels heet het boek fijntjes My American Fictionary) gaat op aan subtiele sneren over het Amerikaanse volkseigene die elders heel vermakelijk zouden zijn, maar haar op een of andere wijze misstaan, alsof een vluchteling het recht op leedvermaak verliest.

Draulans levert verslag van de oorlog vanuit Kroatië, Bosnië en Servië in de traditie van zijn landgenoot Jef Geeraerts: hard en sexy proza. De herhaalde monologues intérieurs van een scherpschutter die in zijn boek opduiken mikken niet alleen op de tegenstander, maar nemen ook de ziel van de vechtersbazen op de korrel. Temidden van het geweld moet Mirjana, 'het meisje vermoord door de oorlog', de bloem op de vuilnisbelt verbeelden, zoals ook warmpjes door de foto op de omslag wordt gesuggereerd. Maar Draulans' oorlogsbruid mist alle 'Twin Peaks' hoedanigheden om dat beproefde contrast kracht bij te zetten. Uit zijn verhalen komt ze allerminst te voorschijn als een vermoorde onschuld, en ook niet als Servische tegen wil en dank, maar als een chauvinistische marketentster die haar hoop op een goed heenkomen door een landmijn de bodem ingeslagen zag.

Ugresic's boek, dat vooral niét over de oorlog gaat, schildert een overtuigender portret van Mirjana dan waar haar minnaar toe in staat lijkt. In een van haar visioenen heeft de schrijfster het over “mijn zuster, het treurige Oost-Europa... op haar gezicht een uitdrukking van zowel serviliteit als brutaliteit, in haar ogen zie ik een glans van vertwijfeling en sluwheid tegelijk, ik zie de panische behoefte om van tweederangsburger 'iemand' te worden...”

Beide boeken bezitten hallucinerende passages, overigens van verschillende herkomst. In de lachwekkende Amerikaanse middle class werkelijkheid treden soms opeens figuren binnen uit de verre oorlog, bijvoorbeeld de vermisten die bij Ugresic een plekje zoeken, “... net speelkaarten, de een bedekt de ander. Daarom zijn ze natuurlijk verdwenen, denk ik, omdat ze zo goed op te bergen zijn...” Zo men wil is de oorsprong van dit beeld het geweten; erg genoeg is de nachtmerrie die Draulans beschrijft. Neem bijvoorbeeld de reactie van een Servische die het huis van een verjaagde Moslimfamilie betrekt: “In een hoek van het nieuwe huisje van de Tomics stond nog een wieg, vol stof, waarin een popje lag dat de eigenaars vergeten waren. 'Ik heb nog geen tijd gehad om op te ruimen', zei Joka. 'alles is hier zo ongelooflijk smerig. Moslims zijn werkelijk vuile mensen.' ”

Achter de onhandige titels en opzet van beider werk, verbergen zich ontzetting, woede en medelijden van de schrijvers. Die afweer is minder zichtbaar, en dus ook minder storend bij de journalist dan bij Dubravka Ugresic; maar hij kon weggaan, en zij moest tenslotte terugkeren naar een land waar alleen gekken zich nog thuis voelen.

    • Samuel de Lange