Zonnegele mensen; Henk Visch' ode aan de kleur

Henk Visch (zonder titel). Uitg. Art Unlimited, Amsterdam. Folioformaat, 34 kleurplaten. Prijs fl.49,50.

Veel beeldhouwers staan wantrouwend tegenover het verschijnsel kleur. Kleur heeft immers geen vorm. Beeldhouwerstekeningen zijn bijna altijd zwart-wit. Zo niet bij beeldhouwer Henk Visch (43). Hij maakte een boek dat een ode is aan de kleur, waarin de kleur letterlijk gestalte aanneemt.

Neem bijvoorbeeld de poederdons-achtige vlek van het zachtste baby-roze. Het is een zeepbel waarin een zwart figuurtje gevangen zit, of een reusachtige druppel, als een goddelijke verschijning hangend boven een landschap dat bevolkt wordt door treurige, magere mensjes. Of een wolk van ijlroze daalt neer bij een in contour getekende figuur die de wolk met open armen ontvangt.

Alles is even licht, dansend en sprookjesachtig in dit boek. De mensen van ultramarijn blauw, zonnegeel, cyclaamroze, ze zijn gewichtsloos en bevinden zich in een halfbewuste toestand tussen waken en slapen. Zoals Irene Veenstra in het inleidend tekstje schrijft: “O dierbaar moment, laat me verblijven in je lege villa zodat ik in loomheid leven kan, langzaam, in een zee van schuim en licht.”

Maar pas op met zwart. Het zwart is hier in ieder opzicht de tegenpool van de kleur. Zwarte silhouetjes met klauwvingers bedreigen het gelukzalige niet-weten. Zwart is de geest uit de fles, de kogel uit een geweer, of een dode boom. Zwart zijn de tralies, de wetten van tijd en ruimte die het dromen in een zee van schuim en licht belemmeren.

Henk Visch maakte een prachtig, toverachtig boek.