Wie is het schaapje?

D.A. Cramer-Schaap: Bijbelse verhalen voor jonge kinderen. Ill. Annemarie van Haeringen, bewerkt en aangevuld door Lieke van Duin. Uitg. Ploegsma, 420 blz. Prijs fl.39,95.

Het was in de derde klas van een nieuwe middelbare school dat ik voor het eerst begreep wat er met 'ontkerstening' en 'verlies van het christelijk erfgoed' bedoeld werd. We lazen in de Nederlandse les het gedicht 'Reiziger bezoekt Golgotha' van Gerrit Achterberg. Het eerste wat de leraar vroeg was: “Wat is Golgotha?” Niemand wist het. En ik begreep meteen: deze kinderen zijn nooit naar zondagschool geweest, ze hebben nooit de Matthaus Passion gehoord en bovenal, ze hebben thuis geen jeugdbijbel.xp Wij hadden thuis voor de jeugd navertelde bijbelverhalen waar ik als klein kind enorm van genoten had. De dood van Jezus vond ik net zo aangrijpend droevig als die van Vitaly uit Alleen op de wereld en er was gelukkig niemand die zei dat Zijn dood niet te vergelijken viel met die van een oude Franse zwerver. Wel bleef veel in de verhalen onbegrijpelijk. Ik snapte bijvoorbeeld helemaal niet waarom de vijf dwaze maagden geen olie kregen van hun vroede vriendinnen, en dat de vijf sufferdjes toch niet aan de bruiloft mochten meedoen nadat ze olie hadden gehaald vond ik stuitend onrechtvaardig.

Dat eerste kan voor een kind dat dit verhaal leert kennen uit de volledig herziene en aangevulde versie van D.A. Cramer-Schaaps Bijbelse verhalen voor jonge kinderen geen probleem zijn. Cramer-Schaap laat de wijze meisjes duidelijk uitleggen dat er in hun lampjes niet genoeg olie zit voor twee en dat dan straks niemand meer licht heeft. Maar het slot, waarin ze buitengesloten blijven en de bruidegom vanachter de deur roept “Wie zijn jullie? Ik ken je niet” blijft onverdund gemeen. Gelukkig verbraaft Cramer-Schaap niet alles door uit te leggen wat Jezus met deze gelijkenis bedoeld kan hebben. Over het algemeen blijven haar navertellingen redelijk dicht bij de bijbeltekst en ziet ze af van stichtelijke toelichtingen, al kan ze zich vooral in het Nieuwe Testament-gedeelte, dat anders dan in de bijbel ongeveer de helft van het boek beslaat, niet altijd beheersen. Daar staan dan nog wel eens tuttig geformuleerde vragen als “Wie denk je dat die herder was, waarover Jezus dit verhaal vertelde? (-) En wie is het schaapje?”

Voor dit boek met verhalen is, zoals altijd voor jeugdbijbels, een keuze gemaakt. De hoer Rachab komt er niet in voor, Lazarus wordt niet uit de doden opgewekt en ook het verhaal van Sodom en Gomorra en de in een zoutpilaar veranderende vrouw van Lot staat er niet in. Jammer, want dat is juist zo prachtig. Zelfs onze strenge bijbeljuf wist dit verhaal niet van zijn aantrekkelijk duistere en verschrikkelijke kanten te ontdoen. Misschien wilde Cramer-Schaap het er daarom destijds in 1957 maar liever niet in hebben. Zij heeft toch nogal de neiging om verschrikkingen en gewelddadigheden af te zwakken. De bewerkster van deze vernieuwde uitgave, Lieke van Duin, recensente kinder- en jeugdliteratuur van Trouw, is hier en daar wat explicieter. Ze geeft zelf als voorbeeld dat in de oorspronkelijke versie de Baal-priesters slechts werden 'gegrepen' nadat ze door de God van Elia voor gek gezet zijn, in deze uitgave worden ze ook gedood. Maar toch maar liever niet 'geslacht', zoals de bijbel zegt. Van Duin voltooide een aantal verhalen die Cramer-Schaap bij haar dood in concept had nagelaten, zoals dat over de krachtpatser Simson, over Bileam en zijn sprekende ezelin of over Absalom die aan zijn haren in een boom blijft hangen. Het lijkt erop alsof zij uit eerbied voor de nalatenschap van Cramer-Schaap die verhalen wel wat erg schematisch heeft gehouden. Vooral de geschiedenis van Simson leidt daaraan. We zien hem de ene Filistijn na de ander doodslaan, maar waarom?

Beter gaat het bij de verhalen die Van Duin zelf toevoegde. Ze is wat vrijmoediger dan haar voorgangster - in het verhaal van David en Batsheba bijvoorbeeld laat ze niet in het duister wat David wil - maar ze ontkomt niet helemaal aan eigentijdse politieke correctheid. “Heb je er wel eens van gedroomd dat de wereld mooi was, zonder vervuiling?”

Nu Pasen nadert gaat de aandacht natuurlijk uit naar het lijdensverhaal. De manier waarop dat behandeld wordt, valt wat tegen. De beschrijving van het laatste avondmaal, het verraad van Judas en de verloochening van Jezus door Petrus is in orde, maar vanaf de arrestatie gaat het wel bijzonder bliksems. In nauwelijks meer dan een pagina wordt Jezus voor Pilatus geleid, gekroond met doornen en gekruisigd, hij is dan in een ommezien dood. Geen geseling, geen spons gedrenkt in azijn en zeker geen wanhopig aanroepen van God. Het drama is hier, ongetwijfeld met De Beste Bedoelingen, helemaal weggesnoeid. bp De verhalen uit het Oude Testament zijn het beste deel van het boek. Er wordt niet verdoezeld dat Jacob Ezau akelig bedriegt door zijn blinde vader de voor Ezau bedoelde zegen af te troggelen en ook niet hoe hard de opdracht van God aan Abraham is om zijn enige zoon Izaak te offeren. “Izaak kijkt hem angstig en niet begrijpend aan.” Wel een zin om te onthouden. En hoe aandoenlijk ijverig zien we de nog jonge Izaak met zijn bos hout op zijn rug naar boven klimmen! Deze Bijbelverhalen zijn dankzij de illustraties van Annemarie van Haeringen zonder twijfel de mooiste en aanlokkelijkste van alle nu verkrijgbare - beweeglijk, fantasierijk en verrukkelijk van kleur.

    • Marjoleine de Vos