Uitweg voor Japanse crisis in Oost-Azië

Het oosten van Azië is één van de vitaalste delen van de wereld. Zeker tien landen behalen daar groeicijfers waar elders jaloers naar wordt gekeken. Maar aan de economische crisis in Japan, het eerste land uit de regio dat van zich deed spreken, valt af te lezen dat ook daar grenzen aan de groei bestaan. Deel acht van een serie landenportretten onder de titel De Nieuwe Kracht van Azië.

TOKIO, 1 APRIL. Het wonder Japan is niet meer. Dat zei Paul Volcker, de voormalige voorzitter van de Amerikaanse centrale bank onlangs. Japan kampt met een koppige recessie, en het einde is nog niet in zicht. Erger nog, volgens topman Ryuzaburo Kaku van Canon heeft Japan de concurrentieslag met Amerika verloren. Somberheid is troef. Het land is zijn richtingsgevoel kwijt. Het verkeert in verwarring. De economische neergang zou voorspellen dat het weergaloze Aziatische succesverhaal, dat ooit met Japan begon, in Japan ten einde loopt.

Zo op het oog mag Japan ten prooi zijn gevallen aan verwarring, richtingloosheid en immobilisme, in werkelijkheid is het bezig aan een gigantische herstructurering van zijn economie. Net als in Amerika is in Japan 'recessie' synoniem aan 'sanering'. En net als in Amerika ontnemen de slechte cijfers en sociale gevolgen makkelijk het zicht op wat er met de economie echt gebeurt. Pessimisme heeft het in Japan voor het zeggen. Hetzelfde pessimisme waarmee opinieleiders - naar later bleek ten onrechte - nog geen anderhalf jaar geleden het economische verval van de VS als onomkeerbaar beschouwden.

De Japanse uitweg is Azië. Vooral de fenomenale opkomst van het nabije China is daarbij een geschenk van de goden. En als investeerder is Japan bezig zijn achterstand op Taiwan en Hongkong, veruit de grootste investeerders in China, snel in te halen.

China, vooral het noordoosten van China, is de wijkplaats bij uitstek geworden voor de zich in hoog tempo sanerende Japanse industrie. Indonesië volgt voor de Japanners als goede tweede. Door de dure yen en hoge lonen improduktief geworden bedrijvigheid wordt overgeheveld in een omvang die alle voorgaande saneringen slaat. Technologisch heeft Japan zich al geruime tijd verzekerd van een stevige infrastructuur in het Westen. Daar werken Westerse onderzoekers in Japanse researchcentra aan de nieuwste, mondiale technologische ontwikkelingen. Wereldwijd concentreert Japan zich meer en meer op de meest geavanceerde industrie en diensten, waarbij de ene na de andere alliantie wordt gesloten met de Amerikaanse concurrentie - tot wederzijds voordeel uiteraard. Net als de rest van Azië dient daarbij China als werkplaats van Japan. Maar met één groot verschil.

China is, anders dan Singapore, Maleisië of Thailand, ook een reusachtige afzetmarkt. Het duurt niet lang meer of de handel tussen beide landen bereikt een omvang die in de wereld zonder precedent is, zei premier Morihiro Hosokawa afgelopen zondag tijdens zijn officiële bezoek aan Peking. De take off is al begonnen. In de reeks Aziatische successen waar Japan zijn bijdrage aan heeft geleverd is China de laatste, maar sterkste troefkaart.

Wat heeft dat voor politieke consequenties? Nog nooit in deze eeuw zijn de betrekkingen tussen beide landen zo goed geweest. Zal de opkomst van China leiden tot een nieuw machtsevenwicht in Azië? Is er kans op een as Peking/Tokio met uitsluiting van Amerika? “Totale nonsens”, zegt professor Seizabro Sato, adviseur van oud-premier Yasuhiro Nakasone. De grote foto van de vroegere Amerikaanse president Ronald Reagan en diens vriend 'Yasu' in de ruime werkkamer van de oud-premier, waar de hoogleraar deze middag zijn bezoek ontvangt, maakt de vraag bijna oneerbiedig. Voor Sato is het argument heel simpel: “China en Japan vertrouwen elkaar niet.”

Beide landen willen volgens hem per se dat de VS in de regio militair aanwezig blijven, om te voorkomen dat een van beide een militaire supermacht wordt. Door bijna alle landen in Azië wordt Amerika geaccepteerd als eerlijke makelaar. Diens aanwezigheid is beslissend voor de stabiliteit in de regio. Zonder de alliantie tussen Japan en de VS gaat het niet, ze is de sleutel. “Een as Peking/Tokio is gevaarlijk”, aldus Sato, “een verschrikking voor landen als Taiwan en Zuid-Korea, een ramp.”

Geduldig legt hij vervolgens uit hoe de zaken er voor staan in Azië. De toekomst van China is vol onzekerheid. Niemand weet wat na de dood van Deng gebeurt. “Deng wordt 90, een mooie leeftijd om Marx te ontmoeten. Geen land heeft zijn relatie met China precies gedefinieerd. China heeft ook geen heldere visie op Japan. Het wil geld en technologie, daarom wil het goede betrekkingen met Japan, net als de rest van Azië. Maar Japan is in Chinese ogen het enige land dat in botsing kan komen met China om het leiderschap in de regio. Dat vinden ook velen in Japan. Tenslotte zijn beide de grootsten. Als in Azië de macht van Amerika vermindert, dan weet Japan zich omringd door nucleaire machten. Japan zal dan ook een militaire supermacht willen worden. We hebben de techniek, het geld, de raketten, dan zal in Azië een wapenwedloop losbarsten.”

Dat laatste, zegt hij, druist in tegen de veiligheidsbelangen van de VS. Dat is de reden dat de VS in Azië zullen willen blijven. “Hun militaire aanwezigheid is voor de Amerikanen betrekkelijk goedkoop, zo betaalt Tokio driekwart van de niet-personele kosten van de Amerikaanse strijdkrachten in Japan. Bovendien groeit en bloeit Azië. Amerika investeert er veel.” De Amerikaanse handel met Azië is al de helft groter dan die met Europa. Amerika heeft in Azië stevige economische belangen.

Op het ministerie van buitenlandse zaken in Tokio deelt men de analyse van de professor. Daar bevestigt men dat China een groot supporter is van de alliantie tussen Japan en Amerika. “Ik betwijfel dat China Amerika uit Azië weg wil hebben”, zegt topambtenaar Sadaaki Numata. China ziet Japan in menig opzicht als een rivaal. Omgekeerd heeft Japan “enige zorg” om China. Beide landen hebben in januari afgesproken samen de Chinese defensieuitgaven door te lichten. Vertrouwen beide landen elkaar niet? Numata: “Laat ik het anders zeggen: het gaat na het dieptepunt van vijftig jaar geleden al stukken beter.”

Twee jaar geleden zinspeelde de onderminister van buitenlandse zaken, Koji Kakizawa, lid van de toen nog regerende Liberaal-Democratische Partij, nog wel op een as Peking/Tokio. Maar diens uitspraken zouden verkeerd zijn begrepen. China wil het niet. Japan wil het niet. China wil handhaving van de status quo, zeggen ze bij de Keidanren, de invloedrijke ondernemerslobby in Japan. “De status quo houdt Japan in Chinese ogen klein”, aldus directeur Kuzuo Nukazawa. “Misschien dat China de VS wel meer vertrouwt dan Japan.”

Dat China desondanks een ongemakkelijke verhouding heeft met Amerika, komt volgens hem doordat China zich niet de les laat lezen door de VS. China heeft al een tweeduizend jaar lange geschiedenis. Amerika nog maar tweehonderd. China is nominaal communistisch, substantieel kapitalistisch. Maar het wil zijn eigen tempo bepalen, net als de rest van Azië. Na de eeuwenlange imperialistische inmenging is Azië nu meester van zijn eigen bestemming. Het trotse China is daarop geen uitzondering.

En wat wil Japan? Niemand wil dat Japan een overheersende politieke rol speelt in Azië. Zo min als niemand graag ziet dat China de dominante macht in de regio wordt. In de huidige, door Amerika gegarandeerde veiligheidsconstellatie heeft iedereen bij Japan economisch te winnen. Japan beschikt als enige over reusachtige fondsen. Het is de grootste donor van hulp. Het weergaloze succes van Japan is het voorbeeld geweest voor heel Oost- en Zuidoost-Azië. Wat kan Japan Azië politiek dan nog bieden?

In elk geval geen nieuwe veiligheidsarrangementen, zegt Nukazawa. Zulke arrangementen mogen hooguit supplementair zijn aan de bilaterale verdragen die Amerika met de meeste landen heeft. Wegens de pacifistische grondwet kan Japan ze niet eens aanbieden. Nukazawa: “Dat behaagt Amerika, China, Zuid-Korea en zeker de helft van de Japanse bevolking.” En als de VS de veiligheid van Azië willen garanderen, waarom zou Japan er dan bezwaar tegen maken, zegt hij. “Als de VS dat zo willen, laten ze die verantwoordelijkheid nemen.”

Wat Japan politiek kan doen, is bevordering van de non-proliferatie, meent professor Sato. Japan exporteert geen wapens. Het hoeft ook niks te converteren. Anderen wel. Japan kan daarbij helpen. Ook moet de rol van Japan bij vredesmissies van de VN actiever worden. Maar een nieuw, regionaal veiligheidsraamwerk zonder Amerika is inderdaad uit den boze.

Versterking van wederzijdse vertrouwen is in de regio het allerbelangrijkste. Daartoe biedt het Politieke Forum van de ASEAN, waaraan ook Japan, Amerika, China, Canada, Rusland en Europa deelnemen, de beste basis. Er kan dan iets soortgelijks groeien als de CVSE, zoals APEC een soort OESO kan worden. Door de opkomst krijgt het werelddeel voor het eerst in de geschiedenis “substantie”, meent Sato. Er is een geweldige uitwisseling van contacten op gang gekomen. De economieën raken meer en meer vervlecht. Japan is de meest geavanceerde economie. Dat betekent voor Azië dat de Japanse rol centraal zal blijven bij het geven van hulp, technologie, geld. Dat is genoeg. Amerika kan zorgen voor de rest, zoals het beschermen van de zee- en luchtroutes voor de Japanse wereldhandel. En een as Peking/ Tokio? Sato: “Misschien in 2050.”