Uitspraken Andriessen storen Drenthe

ROTTERDAM, 1 APRIL. De Drentse overheid is verontwaardigd over uitspraken die minister Andriessen van economische zaken woensdag in Assen heeft gedaan over een ministeriële aanwijzing van een ondergrondse gasopslag in de Drentse gemeente Norg.

Vooral de uitspraak van Andriessen dat hij “echt niet opzij kan gaan voor een opinie van een paar mensen hier in Drenthe” is slecht gevallen. De commissaris van de koningin in Drenthe, M. de Boer, heeft Andriessen gisteren in een persoonlijke brief geschreven bijzonder onaangenaam getroffen te zijn door de manier waarop hij zich uitlaat ten aanzien van de consciëntieus opererende leden van het openbaar bestuur. De Boer wijst de minister erop dat hij meer respect behoort te tonen voor de besluitvorming van een lagere overheid. Eerder deze week verzochten de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) en de Gasunie de minister per brief om tot een aanwijzingsprocedure over te gaan.

Gedeputeerde Staten van Drenthe zijn tegenstander van de gasopslag en besloten op 1 maart een negatief advies van de statencommissie voor ruimtelijke ordening op te volgen en geen herzieningsprocedure van het streekplan te beginnen. De commissie was van mening dat de noodzaak van gasopslag in Norg onvoldoende is aangetoond, dat er alternatieven zijn en dat het plan strijdig is met het natuurbeleid van de provincie. De gasopslag bij Norg zou aan de rand van een bijzonder beekdallandschap komen te liggen.

In maart van het vorige jaar wees Andriessen de Drentse overheid al het nationale belang en de urgentie van een gasopslag in Norg. Eind februari adviseerde het kabinet Gedeputeerde Staten van Drenthe per brief om het streekplan toch te herzien, zodat de gasopslag bij Norg gevestigd kan worden.

Voordat wordt overgegaan tot een aanwijzingsprocedure volgt nog overleg tussen Andriessen, minister Alders (VROM) en de Drentse overheid. De aanwijzing van de gasopslag moet minister Alders geven, die verantwoordelijk is voor ruimtelijke ordening.

Volgens de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en de Gasunie is ondergrondse gasopslag noodzakelijk, omdat het bestaande Nederlandse distributienet vanaf 1996 tijdens de gebruikspieken onvoldoende druk levert. Hetgeen de gaslevering in Nederland in gevaar zou brengen. De NAM en de Gasunie zijn wettelijk verplicht aan de maximale vraag te voldoen. Volgens NAM en Gasunie is het veld bij Norg het enige dat op tijd klaar kan zijn.

Bij de gasopslag wordt gas onder hoge druk in een bijna leeg gasveld opgeslagen. Het gasveld wordt in de zomer met behulp van compressoren volgepompt. Bij een maximale vraag kan het gas vervolgens onder de gewenste druk worden gedistribueerd. Het gaat enkel om gas voor huishoudelijk gebruik.