Turkse vrouwen weigeren terugkeer naar keuken

ANKARA, 1 APRIL. Hoe is het mogelijk dat premier Tansu Çiller, ondanks de slechte staat van de economie en het feit dat zowel de ondernemers als de mediabaronnen de coalitieregering al hadden afgeschreven, toch in staat bleek om zondag bij de gemeenteraadsverkiezingen zo veel stemmen te vergaren dat haar 'Partij van het Juiste Pad' op kop bleef?

Een vrouwelijke columnist van de Turkish Daily News zegt het antwoord te weten: het zijn de vrouwen in Turkije die massaal op haar hebben gestemd. Niet zozeer omdat ze haar beleid ondersteunen, maar uit solidariteit. Voor het eerst in de geschiedenis van de Turkse republiek bracht een vrouw het tot premier. En om haar niet al te glanzende optreden van de afgelopen acht maanden niet meteen af te straffen door haar terug te sturen naar de keuken, waartoe oppositieleider Mesut Yilmaz van de Moederlandpartij in de verkiezingscampagne opriep, gaf het vrouwelijke electoraat haar een nieuwe kans.

Mannen die het slecht doen in de politiek worden tenminste nog gedegradeerd tot oppositieleider, schrijft columniste Füsun Özbilgen. Mevrouw Çiller moest wat de oppositie betreft terug naar de enige plek die voor vrouwen geëigend wordt geacht, terwijl ze het niet wezenlijk slechter heeft gedaan dan bijvoorbeeld Yilmaz zelf, toen deze in 1991 premier was. Zijn uitspraak aan het adres van de premier werd door vrouwen die Turkije als een modern, Westers georiënteerd land beschouwen dan ook als een persoonlijke belediging ervaren. Want zij hebben immers al in groten getale de keuken de rug toegekeerd, ongeacht hun succes in een baan buitenshuis.

Om het dilemma duidelijk te maken waarmee een deel van het vrouwelijke electoraat zondag kampte, haalt de columniste het voorbeeld aan van een 70-jarige vrouw. Haar probleem bij de verkiezingen was dat ze voor de Sociaal-Democratische Volkspartij (SHP) wilde stemmen, maar tevens van haar ondersteuning aan Çiller als persoon wilde getuigen. Haar redenering was interessant: “Ik ben een SHP-aanhanger. Ik stem dan ook voor deze partij voor de gemeenteraad. Ik ben niet onder de indruk van de kandidaat die de partij van het Juiste Pad voor de burgemeesterspost voor Istanbul naar voren heeft geschoven. Ik wil daarom op mevrouw Çiller persoonlijk stemmen.”

Maar was het niet juist premier Çiller die er voor had gezorgd dat de vrouw zware tijden doormaakte met haar magere pensioentje? Haar antwoord: “Het zijn altijd de mannen geweest die het met hun economische beleid van prijsverhogingen moeilijk maakten voor vrouwen om in de keuken de eindjes aan elkaar te knopen. Voor het eerst is een vrouw er in geslaagd het tot regeringsleider te brengen en bovendien werkt ze enorm hard. Het enige dat Yilmaz heeft gedaan is obstakels op haar weg plaatsen. Ook de andere mannen die Çiller in de politiek omringen, doen niets anders dan het publiek ervan proberen te overtuigen dat ze niet succesvol is. Ik wil dat Çiller slaagt, alleen al uit wrok tegen de mannen die als roofvogels om haar heen zwermen.”

Mevrouw Çiller, met haar nette mantelpakjes, kleurrijke shawls, blonde haren en jong uiterlijk is dus wel degelijk het symbool van de moderne Turkse vrouw. Het maakt indruk dat ze zelfverzekerd in de televisiecamera's durfde te roepen “dat ze nergens bang voor is en een einde zal maken aan de Koerdische terreur”. Ze kreeg daar zelfs de handen van de chef van de generale staven, Dogan Güres, voor op elkaar. Ook haar bezoek, samen met de Pakistaanse premier Benazir Bhutto, aan de belegerde Bosnische hoofdstad Sarajevo dwong veel bewondering af.

Sinds de verkiezingen van zondag heeft Çiller er een rol bijgekregen: ze moet als vrouwelijke regeringsleider weerstand bieden tegen de enorme aanhang die de pro-islamitische Welvaartspartij wist te vergaren. Landelijk behaalde de partij ruim 19 procent van de stemmen, maar intussen raakten 28 van de 76 provinciehoofdsteden, waaronder de metropolen Istanbul en Ankara, in haar bezit.

Het interessante, maar evenzo verwarrende, van deze ontwikkeling is dat ook in dit geval de rol van vrouwen cruciaal is geweest. Volgens Tayyip Erdogan, de nieuwe burgemeester van Istanbul, heeft hij zijn overwinning vooral te danken aan de vele huis-aan-huisbezoeken die de vrouwelijke leden van de Welvaartspartij tijdens de verkiezingscampagne aflegden. Sibel Erarslan, hoofd van de vrouwenafdeling van de Welvaartspartij in Istanbul, zegt in een vraaggesprek dat ze in de afgelopen maand met zeker 350.000 vrouwen heeft gepraat en dat de Welvaartspartij alleen al in Istanbul een kleine 16.000 nieuwe vrouwelijke leden heeft geregistreerd.

“We leven in een systeem dat de comfortabele positie van mannen in stand houdt”, meent Erarslan, “dat is de reden waarom vrouwen zich actief met de politiek moeten gaan bemoeien”. Het is een uitspraak die ook de seculiere, Westers-georiënteerde vrouwen in Turkije moet aanspreken. Alleen voor wat er voor dat systeem in de plaats moet komen, lopen de meningen sterk uiteen: de Welvaartspartij streeft naar de invoering van de shari'a (het islamitische recht), terwijl de rest van Turkije juist het gevoel heeft dat men daar bij de oprichting van de republiek, zeventig jaar geleden, mee heeft gebroken.

    • Froukje Santing