PTT Post loopt harder, zoekt markten op en boekt winst

In de traditionele werkzaamheden van PTT Post zit geen groei meer, maar de onderneming zit niet bij de pakken neer. Ze exploreert nieuwe markten en rationaliseert. Waar buitenlandse PTT's angstvallig mededingers uitsluiten en zwaar verlies lijden, zoekt Post de concurrentie op en boekt winst.

Directeur J.P.A. Kerkhof is maar wat trots op het 'expeditieknooppunt' van PTT Post (EKP) in Rotterdam waarover hij de scepter zwaait. Op de spoorlijn na, die over twee jaar zijn functie verliest als Post de trein verruilt voor goedkoper wegvervoer, is de vorig jaar geopende sorteerfabriek hèt voorbeeld van de toekomstige EKP's. In 1998 moet Post zes van dit soort centra in het land hebben, nagenoeg volledig geautomatiseerd. Wordt nu op twaalf knooppunten 30 procent van de Nederlandse post automatisch verwerkt, in 1998 moet het 98 procent zijn.

Dat scheelt Post nogal wat in kosten, weet Kerkhof. Een machinaal gesorteerde brief is negen cent goedkoper dan een handmatig verwerkte. Zou Post het streefcijfer van 98 procent halen, dan is een bezuiniging van 300 miljoen gulden op jaarbasis haalbaar.

De aanpassing van 'het sorteerbedrijf' kost PTT Post tot 1998 naar schatting 6.000 arbeidsplaatsen. Het is de meest drastische, maar niet de enige ingrijpende verandering die het bedrijf de laatste jaren heeft aangekondigd. Zo werd vorig jaar ook tot herstructurering van de staf besloten. Door decentralisatie kan het hoofdkantoor van Post toe met honderd mensen, in plaats van de 2000 die er tot voor kort werkten. Voor twee derde is elders binnen Post werk, de rest is overbodig.

Nog een ingreep van betekenis is die bij Postkantoren BV, sinds een jaar een gezamenlijke onderneming van PTT Post en de Postbank. Het aantal postkantoren en -agentschappen nam vanaf 1989 met zo'n 300 af tot 2200 en moet eind '94 2170 bedragen. De reductie betreft vooral dure, eigen vestigingen.

Aanjager van die saneringen is Ad Scheepbouwer, algemeen directeur van PTT Post en bestuurslid van Koninklijke PTT Nederland. Zijn drijfveren: “De markt wil een lage prijs, een ruime keus in diensten en hogere kwaliteit, snelheid en betrouwbaarheid.” Die moet het te privatiseren postbedrijf bieden, vindt hij. Want de komende jaren zal de concurrentie, al dan niet onder invloed van Europese liberalisatie, toenemen. Om die slag namens Post te winnen werd hij in 1988 bij van havenconcern Pakhoed weggehaald.

Behalve dat Scheepbouwer banen schrapt, heeft hij de massieve, hiërarchische organisatie ingewisseld voor een tiental betrekkelijk autonome business units, onder meer voor briefpost, direct mail, pakjes, koeriers- en expressediensten, lectuur en periodieken, filatelie, geldtransport en internationale activiteiten. Die kunnen de kosten voor de onderscheiden werkzaamheden beter beheersen, dienstverlening enten op specifieke wensen van klanten en meer rekening houden met de concurrentie op hun deelmarkten. Ook zijn samenwerkingsverbanden aangegaan met internationale transporteurs als TNT en de KLM, wier netwerken het distributienet van Post aanvullen.

Sinds de verzelfstandiging in 1989 vertonen omzet, resultaat en rentabiliteit van Post een voortdurend stijgende lijn. Slechts het aantal banen - 'taken' in PTT-jargon - daalde. Scheepbouwer: “De postbode loopt harder: we hebben 25 meer volume en 5 procent minder taken.”

PTT Post heeft het alleenrecht op het vervoer van brieven tot 500 gram, en de plicht pakketten tot tien kilo aan te nemen en landelijk, tegen overal gelijk tarief, te bezorgen. Andere diensten biedt ze in concurrentie aan. Een groot probleem voor het bedrijf is dat juist briefpost, zijn grootste en meest beschermde markt, de minste perspectieven biedt. De groei is de laatste jaren hooguit 2 procent, waardoor de omzet in dit segment blijft steken op 2,2 miljard gulden. Oorzaken hiervan zijn onder meer het toenemende elektronische berichtenverkeer (fax, computernetwerken) en een forse daling van het aantal verzonden giro- en bankafschriften.

Stabiel is ook de verzending van tijdschriften, waarin PTT Post jaarlijks - naar eigen zeggen met verlies - zo'n 350 miljoen gulden omzet. Een derde terrein zonder groei is 'filatelie en waardenlogistiek': opslag en distributie van postzegels en briefkaarten, Staatsloten, accijnszegels, visakten en openbaar-vervoerbewijzen.

Al met al betekent dit dat Post 60 procent van zijn ruim 5 miljard gulden grote omzet behaalt in stagnerende markten. Om ondanks stijgende produktiekosten (het aantal brievenbussen neemt jaarlijks met 80- tot 90.000 toe) toch een acceptabel resultaat te behalen, wordt veel accent gelegd op verhoging van de doelmatigheid. De rationalisering van het sorteerbedrijf is daarvan het beste voorbeeld. Ook overweegt Post alternatieve vormen van postbestelling. Zo zouden full time postbodes kunnen worden vervangen door wijkbestellers, die in deeltijd de post in hun omgeving zouden kunnen verspreiden. Goedkoper en effectiever, meent Scheepbouwer, maar lastig te realiseren omdat het een nieuwe aanslag op de werkgelegenheid van de nu nog 28.000 bestellers zou betekenen. Toch: “Ik denk niet dat we eraan ontkomen.”

Tegelijk volgt Post een offensieve strategie op andere markten, waar de mogelijkheden voor groei volop aanwezig zijn. Postkantoren bijvoorbeeld, die in de optiek van Scheepbouwer moeten uitgroeien tot 'dienstenwinkels' die concurreren met bankfilialen, sigarenwinkels en Bruna-achtige winkels. Daarom is de afgelopen jaren duchtig geïnvesteerd in modernisering van de postkantoren, opleiding van personeel en uitbreiding van de diensten. De grotere 'postwinkel' beperkt zich allang niet meer tot verkoop van postzegels en Staatsloten; klanten kunnen er hypotheekadvies krijgen, verzekeringen afsluiten en reizen boeken.

Een slimme manoeuvre, menen verschillende waarnemers. De opkomst van de Giromaat leek de postkantoren van een belangrijk pakket werk en inkomsten te beroven en Post op te zadelen met een gigantisch groot, duur en onderbezet netwerk. In plaats van bij de pakken neer te zitten en drastisch in te krimpen probeert Post het maximale te halen uit 's lands meest omvangrijke en bekendste distributiekanaal. “Ze worden geweldig klantgericht. Straks zul je er ook je rijbewijs of paspoort kunnen afhalen, in plaats van op zo'n ambtelijk gemeentekantoor”, voorspelt de Delftse hoogleraar Jens Arnbak, die de overheid midden jaren tachtig adviseerde tot verzelfstandiging van de PTT.

Scheepbouwer dicht zijn bedrijf ook op andere fronten kansen toe. In de verspreiding van Direct Mail bijvoorbeeld, reclamedrukwerk dat bedrijven op naam en adres verzenden naar geselecteerde doelgroepen. Post heeft DM-shops ingericht, waar het bedrijven adviseert over opzet van DM-acties en selectie van doelgroepen. In een markt die, althans in Nederland, wordt gekenmerkt door volledig vrije concurrentie, behaalt de business unit Direct Mail inmiddels een omzet van driekwart miljard gulden. De sterkten van de postorganisatie worden maximaal benut: de PTT komt elke dag langs elk Nederlands adres, en het bedrijf beschikt over de meest uitgebreide en actuele adressenbestanden.

Paradepaardje van Scheepbouwer zijn de werkzaamheden van PTT Post International, dat zich toelegt op distributie van post, tijdschriften, boeken en dergelijke voor derden - eventueel inclusief verpakken en adresseren. Een recent hoogstandje was de acquisitie van de Chinese post voor Europa. De Nederlandse PTT bleek de verschillende Europese landen sneller en goedkoper van post uit China te kunnen voorzien dan de Chinese posterijen zelf. Het kunstje blijft overigens niet beperkt tot Europa. Op Curaçao exploiteert Post een distributiecentrum dat zendingen voor Zuid-Amerika behandelt, in Praag onderzoekt het thans of iets soortgelijks voor de Oosteuropese markt kan worden opgezet. De omzet van International beloopt zo'n 350 miljoen gulden en de markt voor dit type dienstverlening groeit enorm, aldus Scheepbouwer.

Niet alle nieuwe activiteiten ontwikkelen zich overigens even voorspoedig. Zo heeft het lang geduurd voordat Post zijn koeriers- en expressediensten enigszins op orde had. PTT's koerier, EMS, was aanvankelijk traditioneel opgezet: niet het aanbod van spoedzendingen maar een dienstregeling bepaalde wanneer auto's op weg gingen. In het ergste geval betekende dit dat een wagen helemaal leeg vertrok, terwijl de klant zijn net te laat aangeboden spoedzending dan maar aanbod aan een koerier die wèl kwam op het moment dat je hem nodig had. Tegenwoordig houdt Post 'mede' rekening met het aanbod van zendingen - een van de redenen dat het snelvervoer over 1993 voor het eerst sinds jaren geen verlies meer vertoont.

Klanten zijn echter niet onverdeeld tevreden. “EMS is nog niet echt commercieel bezig”, vindt de transportmanager van een groot farmaceutisch bedrijf. “Het probeert wel maatwerk te leveren, maar blijft te ambtelijk.”

Wantrouwen bestaat bij verladend Nederland ook tegenover niet-Europees expresse-vervoer via PTT Post. Volgens Post is de gebrekkige organisatie ervan verleden tijd, omdat gebroken is met buitenlandse posterijen die geen adequate expresdienst konden leveren. PTT Post en enkele zusterbedrijven gingen vorig jaar in zee met het wereldwijd werkende particuliere koeriersbedrijf TNT.

Aanpassing van verliesgevende business units valt ook te bespeuren bij Pakketservice en Logistiek. Post breidt zijn opslag- en distributiecentra uit, en investeert in informatietechnologie. Eerder werden al avondbezorging en aan huis ophalen van retourzendingen geïntroduceerd. Het gemis hieraan kostte Post in het verleden een grote klant als postorderbedrijf Wehkamp, die koos voor de grote concurrent Selektvracht, tegenwoordig onderdeel van Nedlloyd.

Intussen wordt agressief achter klanten aangejaagd. Tot ongenoegen van dat zelfde Selektvracht, dat zich onlangs, vergeefs, tot de Eerste Kamer wendde omdat PTT Post, ondanks de privatisering, de BTW-vrijdom op het vervoer van pakjes tot tien kilo behoudt. Daarvan maakt Post “actief misbruik”, aldus Selektvracht-directeur S.J. Kraaijenbrink. Selektvracht en Post strijden om het marktleiderschap in het pakketvervoer, waarin Post een omzet van een half miljard gulden heeft bereikt. “Een groeimarkt, waarin we scherp moeten concurreren voor een behoorlijk rendement”, aldus Scheepbouwer.

Buiten Post worden de introductie van 'marktdenken' en de verschillende rationaliseringsmaatregelen gezien als de grote verdiensten van Scheepbouwer. Concurrenten wijzen er daarbij op dat de algemeen directeur van Post daarbij - toegegeven: handig - gebruik maakt van het fijnvertakte distributienet dat het bedrijf heeft kunnen opbouwen dank zij het exclusieve recht op postbezorging. Scheepbouwer beschouwt die kritiek als onzin: “Daar staat een vervoersplicht tegenover, ook naar onrendabele gebieden die andere bedrijven mijden. En we behalen inmiddels 55 procent van onze omzet op markten waar volledig vrije concurrentie heerst.”

Prof. Arnbak beziet de veranderingen binnen Post met bewondering. “PTT Post heeft een zeer goede organisatie”, zegt hij. “De doelmatigheid is hoger, het kwaliteitsbesef toegenomen. En dat goeddeels met dezelfde mensen.”

Klanten - in ruime meerderheid bedrijven; zelfs poststukken zijn voor 94 procent afkomstig van niet-particulieren - blijken over het algemeen tevreden met de ontwikkelingen bij Post. Hans Leijgraaff, beleidsmedewerker van de verladersorganisatie EVO: “De Nederlandse PTT pakt het handig aan.” Het enige dat zijn leden stoort, zegt hij, is dat wettelijke monopolie op de verzending van stukken tot 500 gram. “Je hebt geen alternatief, dus je kan nooit het uiterste uit je onderhandelingen halen. En het blijft natuurlijk gevaarlijk je op te hangen aan één dienstverlener. Maar de kwaliteit is voldoende, zeker in vergelijking met andere PTT's.”

Ook intern bestaat waardering voor de ontwikkeling van Post, ondanks de duizenden banen die vervallen. Frans Mensink, voorzitter van de Groepsondernemingsraad Post: “Je hebt de keus tussen nu reorganiseren of straks het hele bedrijf bedreigd zien.” Zolang dat mogelijk is zonder ontslagen en de organisatie er beter van wordt, krijgen de veranderingen zijn zegen. “Ooit deden we wat lacherig over concurrentie, maar in 1983 hebben we ondervonden wat het betekent. Toen verloren door zes weken poststaking veel klanten aan stadspostdiensten en koeriers. Daarna is Post commerciëler en efficiënter gaan werken. Als je niet voortdurend je kwaliteit verhoogt, ben je zo ingehaald. Nu hebben we een voorsprong op de concurrentie.”

Die overtuiging bestaat ook op de burelen van de Europese Unie, die PTT Post in haar vorig jaar gepubliceerde Groenboek over liberalisering van de Europese posterijen ten voorbeeld stelde. De Britse Royal Mail en PTT Post zijn de enige die winst maken, terwijl ze de kleinste concessies hebben. De EU ziet verband, en bepleit meer ruimte voor concurrentie in Europa.

Scheepbouwer is gestreeld, maar gelooft niet spoedige verwerkelijking van Brussels wensen. “De meeste lidstaten zijn absoluut niet van plan concessies te beperken of postmonopolies af te breken. Persoonlijk vind ik dat een schande. Maar ja, bij postbedrijven in Europa werken 1,7 miljoen mensen en dat zijn 1,7 miljoen stemmen.”

Toch zal de markt de politiek uiteindelijk dwingen, verwacht Scheepbouwer. “Je kan geen hekje om die landen blijven zetten. Bedrijven bepalen zelf wel waar ze hun hoofdkantoor neerzeten en hun data verwerken. Het is dus onzin als posterijen bepalen waar ze hun post moeten verzenden.” Dat besef heeft evenwel geen bezit genomen van de regelgevers in de meeste Europese landen. “Da's dus jammer”, concludeert Scheepbouwer. “Het ontneemt ons de kans om in Duitsland of België dingen te doen waarin we sterk zijn. Maar we redden ons voorlopig wel in Nederland.”

    • Hans Wammes