Ook ANC draagt schuld aan crisis in Zuid-Afrika

Nu in de Zuidafrikaanse provincie KwaZulu/Natal de noodtoestand is afgekondigd, is Zoeloe-leider Mangosuthu Buthelezi pas echt het zwarte schaap van de democratisering in Zuid-Afrika geworden. Volgens Peter ter Horst kan echter ook het ANC het een en ander worden verweten.

De stoomwals van de democratie heeft haar volgende slachtoffer gemaakt in Zuid-Afrika. Nadat zij eerder Lucas Mangope en Oupa Gqozo, staatslieden van de kunstmatige zwarte thuislanden Bophuthatswana en Ciskei, van de kaart veegde, is het nu de beurt aan Mangosuthu Buthelezi. De leider van de Inkatha Vrijheidspartij, prins der Zoeloes en premier van KwaZulu mag in naam tot de verkiezingen zijn thuisland blijven regeren. Maar de noodtoestand die president De Klerk gisteren in de provincie KwaZulu/Natal afkondigde, maakt Buthelezi's macht tot een schijnvertoning.

Buthelezi is de tragische held in het drama van de Zuidafrikaanse overgang naar democratie. Begin jaren tachtig gold hij nog als de belangrijkste zwarte leider in Zuid-Afrika. Thatcher, Kohl en Reagan liepen met hem weg als het conservatieve alternatief voor het revolutionaire ANC en de onbuigzame Nationale Partij. Hij irriteerde zijn apartheidsbazen in Pretoria door consequent de vrijlating van Nelson Mandela te eisen, voordat hij zou overwegen om te onderhandelen over 'machtsdeling'. Hij weigerde onafhankelijkheid voor zijn thuisland KwaZulu omdat hij één Zuid-Afrika voorstond.

Na de afschaffing van de apartheid overspeelde Buthelezi zijn hand grandioos. Hij viel terug op zijn etnische machtsbasis en ging een onfris verbond aan met extreem-rechtse blanken, die zijn aahangers in het dagelijks leven gewoon kaffer noemen. Hij zinspeelde steeds duidelijker op de onafhankelijkheid van KwaZulu die hij voorheen had verworpen. En hij zette de ultieme stap: na 352 jaar blanke koloniale overheersing wilde hij zijn zwarte aanhangers niet laten deelnemen aan hun eigen bevrijding, de eerste algemene verkiezingen. Buthelezi ging de strijd aan nadat zwart Zuid-Afrika de strijd had gewonnen. Zijn voormalige vriend Ken Owen, de scherpste columnist van het land, noemde hem onlangs a rotten politician.

Het is even logisch als gemakkelijk Buthelezi als hoofdschuldige aan te wijzen voor de crisis in KwaZulu/Natal, die uiteindelijk gisteren leidde tot de noodtoestand. Niet-deelnemen aan de verkiezingen is een democratisch recht, dat niemand Inkatha ontzegt. Maar toen Buthelezi het houden van verkiezingen in zijn gebied moeilijk begon te maken, en zijn aanhangers geweld als alternatief voor de stembus gingen gebruiken, werd ingrijpen vanuit Pretoria onvermijdelijk. De actie verhult echter dat de andere partijen evenzeer schuld hebben aan de crisis in Natal. Een aantal factoren, die voor de toekomstige democratie weinig goeds inhouden, hebben een rol gespeeld: het onvermogen van het centrum (ANC en Nationale Partij) om tegenstanders van de koers die zij hebben gekozen serieus te nemen, het wegwuiven van Buthelezi's niet onredelijke bezwaren tegen de nieuwe grondwet, de gevaarlijke ontkenning van etniciteit als een politieke factor in Zuid-Afrika en de arrogantie die het ANC in het zicht van de macht steeds duidelijker begint te vertonen.

Het vier jaar durenden onderhandelingsproces in Zuid-Afrika was een miraculeuze revolutie zonder wapens. Partijen die elkaar in het verleden verketterden, kwamen al pratend tot een nieuwe (interim-)grondwet. De macht werd, met te verwachten horten en stoten, aan de onderhandelingstafel overgedragen aan de zwarte meerderheid. Het was een triomf van de redelijkheid, met één minpunt: de derde partij, Buthelezi's Inkatha, deed niet mee. Buthelezi had alle reden om zich in de steek gelaten te voelen door de Nationale Partij van De Klerk. Inkatha was de belangrijkste partner in het verbond dat De NP wilde sluiten om het ANC te bestrijden. In de jaren tachtig ontstonden nauwe banden tussen de inlichtingendiensten, de Zuidafrikaanse politie en Inkatha, die zelfs leidden tot betalingen uit geheime staatsfondsen. In september '92 sloeg De Klerk om. Hij deed belangrijke concessies aan het ANC, min of meer op de knieën gedwongen door demonstraties en stakingen, en liet Buthelezi hevig gepikeerd achter.

Vanaf dat moment liepen de wegen van de drie belangrijkste politieke leiders uit elkaar. Nooit zaten ze gedrieën om de tafel om de problemen uit te praten. Het geweld tussen aanhangers van Inkatha en het ANC ging onverminderd voort. Drie bijeenkomsten tussen Mandela en Buthelezi leidden tot niets dan broederlijke verklaringen vol goede wil. Buthelezi zocht zijn heil bij dubieuze thuislandleiders en racistische blanken in de Vrijheidsalliantie en liep weg uit de onderhandelingen. Zijn grillige optreden, grenzend aan grootheidswaan, en zijn permanente dreiging met geweld - in het algemeen een populair middel in de Zuidafrikaanse politiek - isoleerden hem nationaal en internationaal steeds meer. Het ANC voelde dat haarfijn aan en denderde samen met de regering door naar het nieuwe Zuid-Afrika.

Buthelezi's laatste troef van het Zoeloe-nationalisme werd door niemand meer echt serieus genomen. De eis van een Zoeloe-koninkrijk volgens de grenzen van 1834, verwoord door koning Zwelithini maar volgens velen ingefluisterd door Buthelezi, was te absurd. Het oordeel was snel geveld: Buthelezi durft niet mee te doen aan de verkiezingen omdat hij bang is te verliezen, en probeert op ondemocratische wijze aan de macht te blijven. De jongste onthullingen van de commissie-Goldstone deden de rest. Een geheim netwerk van politiemannen en Inkatha-leiders zou het geweld in de zwarte woongebieden jarenlang hebben georganiseerd.

Buthelezi heeft zijn ondergang daarom grotendeels aan zichzelf te wijten. Toen Mandela begin vorige maand akkoord ging met internationale bemiddeling over grondwetskwesties, had hij die uitweg kunnen kiezen en alsnog kunnen deelnemen aan de verkiezingen. Nu dreigen zijn niet ongegronde bezwaren tegen de nieuwe grondwet door zijn gedrag achter de horizon te verdwijnen. De concessies die het ANC en de regering onder druk van Buthelezi in de loop der tijden hebben gedaan, hebben het federale karakter van de grondwet versterkt. Maar Buthelezi houdt vol dat het geen federale grondwet is. Nog steeds heeft de centrale regering in het nieuwe Zuid-Afrika het laatste woord, en niet de negen provincies. In een zo verdeeld land, betoogt Buthelezi niet ten onrechte, is onvoldoende decentralisatie van bevoegdheden een kiem voor conflict.

De crisis in Natal/KwaZulu toont aan dat de Zuidafrikaanse politiek na de apartheid geen raad weet met etniciteit. Het woord is een vloek geworden, na de manipulatie en het misbruik door het apartheidsbewind. In progressieve kring wordt het bestaan van etnische gevoelens simpelweg ontkend, als ware het uitgevonden door Verwoerd en zijn opvolgers. Men sluit de ogen voor de etnische krachten die elders ter wereld landen uiteenscheuren: Zuid-Afrika is immers na de apartheid 'een non-raciaal land'. Het ANC heeft sinds zijn oprichting in 1912 'non-raciaal' als levensmotto en heeft moeite het geloofsartikel volgens de realiteiten van 1994 te interpreteren.

De aantrekkingskracht van de grootste zwarte bevrijdingsbeweging bewijst dat in Zuid-Afrika de schotten tussen zwarte etnische groepen inderdaad zijn doorbroken. In de grote townships wonen Zoeloes, Xhosa's, Tswana's en Sotho's al jarenlang zonder problemen door elkaar heen en trouwen met elkaar. De realiteit in delen van KwaZulu is anders. De Zoeloe-identiteit, vooral onder miljoenen mensen op het platteland, bestaat, los van het feit dat Buthelezi haar politiek heeft uitgebuit. In tijden van onzekerheid en bedreiging vallen mensen terug op die identiteit. Traditionele Zoeloes, meestal aanhangers van Inkatha, hebben hun eigen levenswijze, hun koning en een duidelijk definieerbaar gebied. Misschien uit angst voor etniciteit hebben de andere partijen niet creatief naar een oplossing gekeken voor KwaZulu. Want als het ANC omwille van de nationale verzoening met rechtse Afrikaners praat over een blanke 'volksstaat', waarom zou een Zoeloe-gebied of 'kanton' dan onbespreekbaar zijn?

Voor Buthelezi is het antwoord duidelijk: het ANC is erop uit zijn belangrijkste zwarte opponent te vernietigen. Het ANC begint inderdaad steeds meer autoritaire trekken te vertonen, die sommige politieke waarnemers doen geloven dat een Nationale Partij in nieuwe vermomming is geboren. Sinds de nieuwe grondwet klaar is en de macht nabij, verkeren ANC'ers in een triomfantelijke roes. Na de val van Bophuthatswana en Ciskei zag het ANC KwaZulu als de volgende dominosteen. “Two down, one to go”, zei ANC-leider Joe Slovo. ANC'ers hebben meermalen met enige gretigheid gesproken over “tanks die moeten rollen” en het afkondigen van de noodtoestand, waaronder in de jaren tachtig zoveel anti-apartheidsactivisten leden. Inkatha legde vorige week beslag op een ANC-document, dat het scenario van Buthelezi's val met behulp van het leger uiteenzette. De authenticiteit is niet aangetoond, maar de ontkenningen van het ANC klonken niet al te luid.

Het verzet van ANC tegen 'dictators' in thuislanden heeft bovendien een dubbele moraal. De militaire leiders van Venda en Transkei, beiden in een coup aan de macht gekomen, kregen een keurige plaats op de ANC-kandidatenlijst voor het parlement, omdat ze zich bijtijds bij het ANC aansloten. Bantu Holomisa, de militaire leider van Transkei, staat zelfs dertiende en bevindt zich meestal in het gevolg van Nelson Mandela. Ook het bloedbad in Johannesburg van afgelopen maandag tijdens een Zoeloe-demonstratie liet veel vragen open over de rol van het ANC. Volgens ooggetuigen werd vanuit de ramen van het ANC-hoofdkantoor op de demonstrerende Zoeloes geschoten. Toen politiemannen zich de volgende dag met een opsporingsbevel meldden voor een zoektocht naar wapens in het gebouw, werd hun toegang geweigerd. Nelson Mandela zegde de politiecommissaris toe dat hij een intern onderzoek zou houden en de wapens zou overhandigen. De politie trok zich terug, en liet zo de indruk achter dat de toekomstige regeerders boven de wet staan.

De noodtoestand in KwaZulu /Natal is noodzakelijk, als tijdelijke maatregel om de verkiezingen te kunnen houden, die Zuid-Afrika nu absoluut nodig heeft. Maar als het een militair einde betekent van de zoektocht naar een politieke oplossing voor het gebied, is de noodtoestand een nederlaag voor alle partijen. De glans van het Zuidafrikaanse wonder is er dan snel af.