Met deze recensie nam Pieter Steinz NRC-lezers in de maling

In 1994 schreef Pieter Steinz in NRC vol lof over de roman ‘Slings and Arrows’ van schrijfster Hester Prynne, ‘het opvallendste literaire fenomeen sinds Donna Tartt’. Het bleek een 1 aprilgrap.

'Ik ben een Amerikaan, geboren in New Orleans - New Orleans die sombere stad...', zegt Hester Prynne, volgens Pieter Steinz in de roman 'Slings and Arrows'. De roman bleek niet te bestaan. iStock

Niemand die geinteresseerd is in de Amerikaanse literatuur zal het de afgelopen maanden ontgaan zijn: de Verenigde Staten hebben behoefte aan romantiek. Was het tien jaar geleden nog het ‘dirty realism’ van schrijvers als Raymond Carver en Richard Ford dat de bestsellerlijsten veroverde, en vijf jaar geleden de grote-stadsliteratuur van Ellis en McInerney - in de jaren negentig lijkt de Amerikaanse lezer niets liever te willen dan een romantisch verhaal rondom een stoere man, een betoverende vrouw en een geidealiseerd Amerika dat nog niet is aangetast door de Moderne Tijd.

Neem de literaire sensatie van 1993: All the Pretty Horses van Cormac McCarthy. De lyrisch geschreven avonturenroman over een jonge Texaan die aan het eind van de jaren veertig samen met een boezemvriend door Mexico trekt, werd door de kritiek geprezen als een robuuste literaire western en door honderdduizenden lezers verslonden. Buitenlandse kniesoren mochten zich dan storen aan de soms wat dik opgelegde cowboycliches (hechte vriendschap! ondergaande zonnen! trouwe paarden!), bij de naar mythisch Amerika hunkerende Amerikanen kon All the Pretty Horses geen kwaad doen.

Cormac McCarthy’s enorme succes werd vorig jaar alleen overtroffen door dat van Robert James Waller, auteur van een hyperromantische novelle over een gedoemde liefde op het platteland van Iowa. Het boekje werd veronachtzaamd door de literaire kritiek, die er niet veel meer in zag dan een veredelde damesroman, maar raakte een gevoelige snaar bij iedereen die het las. Drie miljoen Amerikanen zwijmelden bij Wallers kwistig rondgestrooide sentiment, maakten pelgrimstochten naar de bruggen van Madison, en zorgden ervoor dat The Bridges of Madison County nu al 85 weken in de top 5 van de bestsellerlijst van de New York Times Book Review staat. Wallers volgende novelle, het begin dit jaar uitgekomen Slow Waltz in Cedar Bend, stevent ongetwijfeld op een zelfde record af: het thema is even romantisch (een man en een vrouw vinden de Liefde van hun Leven), maar dit keer heeft het verhaal zelfs een happy ending.

Stendhal

Dat de honger naar romantiek in de Amerikaanse literatuur nog lang niet gestild is, blijkt uit de ontvangst van Slings and Arrows, de overweldigende debuutroman van de Newyorkse schrijfster Hester Prynne. Het verhaal van een jonge advocaat die onschuldig in de gevangenis terecht komt en vijftien jaar later wraak neemt op de twee mannen die hem in de val hebben gelokt, is zowel een literaire als een commerciele verrassing. Nog voordat het boek goed en wel in de winkel lag, was de eerste oplage van 100.000 exemplaren al uitverkocht. Dat kwam niet alleen door de uitgekiende promotiecampagne van uitgeverij Doubleday, die de afgelopen weken krantelezers en zelfs televisiekijkers had bestookt met nieuwsgierig makende reclamespotjes, maar vooral door een artikel in het februarinummer van Vanity Fair. Na een acht pagina’s tellend literair profiel van Hester Prynne (‘The Stendhal of the Lower East Side‘) en een synopsis van de plot van Slings and Arrows volgde een voorpublikatie uit deel 1 die geen lezer onberoerd zal hebben gelaten. Mond-tot-mondreclame en een optreden van de intelligent formulerende en indrukwekkend voorlezende Prynne in de David Letterman Show deden de rest.

Slings and Arrows is nu twee weken uit, de filmrechten zijn inmiddels voor anderhalf miljoen dollar aan Paramount verkocht, en de 34-jarige Hester Prynne is uitgegroeid tot het opvallendste literaire fenomeen sinds Donna Tartt. Terecht, want Slings and Arrows is een prachtig boek. Vanaf de eerste zin van deel 1 (‘Ik ben een Amerikaan, geboren in New Orleans - New Orleans die sombere stad…’) wordt de lezer meegesleept in een maalstroom van gebeurtenissen die uiteindelijk uitloopt op een van de weemoedigste slotpassages die de Amerikaanse literatuur heeft voortgebracht. Wie aan Slings and Arrows begint, houdt niet op met lezen voor de laatste van de ruim 600 dikbedrukte pagina’s is omgeslagen; wie het boek uit heeft kan niet anders dan zich verwonderen over de beeldende kracht van Prynne’s proza en het vermogen van een debutant om een spannende intrige tot leven te wekken zonder ook maar een moment te vervallen in de vlakke, gehaaste stijl die zo kenmerkend is voor plotkunstenaars als Michael Crichton en John Grisham.

Liefde en wraak - daar draait het om in Slings and Arrows. Hoe een sympathieke jongen op het toppunt van zijn geluk alles verliest wat hem dierbaar is, en als een verbitterd man zijn vergooide leven wijdt aan ‘audacious, immitigable, and supernatural revenge.’ Het is een thema dat als een rode draad door de Amerikaanse literatuur heen loopt. Met John Toole, advocaat in New Orleans en wreker in New York, heeft Hester Prynne een tragische held geschapen die herinneringen oproept aan Melville’s kapitein Ahab en Scott Fitzgeralds ‘Great’ Gatsby. Een held die monomaan zijn dromen najaagt om tot de ontdekking te komen dat de verwezenlijking ervan hem geen verlossing brengt - erger nog: hem verder leven onmogelijk maakt. Of zoals een van de personages het uitdrukt in het laatste deel van Slings and Arrows:

‘He must have felt that he had lost the old warm world, paid a high price for living too long with a single dream. He had entered a new world, material without being real, where poor ghosts, breathing dreams like air, drifted fortuitously about…’

Fortuin

De plot van Strings and Arrows bevat vele lijnen - onvermijdelijk in een roman die een periode van vijftien jaar beslaat. Toch wordt het verhaal nooit onduidelijk of onwaarschijnlijk. Zoals in een goede noodlotstragedie volgt de ene gebeurtenis onafwendbaar op de andere. De briljante strafpleiter John Toole doet twee dingen die hij beter had kunnen laten: hij begint een gepassioneerde relatie met de vrouw van een machtige collega, en hij ontdekt een corruptiezaak waarbij de district attorney betrokken is. Zijn nieuw verworven vijanden vinden elkaar, zetten een val en weten hem wegens dubbele moord achter de tralies te krijgen. Na tien jaar ontsnapt Toole, om vervolgens een fortuin te vergaren en het onrecht te vergelden dat hem is aangedaan.

De lang uitgestelde en zorgvuldig voorbereide wraak van John Toole vormt de apotheose van Slings and Arrows; toch is het maar een van de verhalen die Prynne vertelt. Het is moeilijk om te zeggen welk deel van de roman het meeste indruk op me heeft gemaakt: het eerste (‘New Orleans 1969’), waarin behalve de valstrik ook de woeste liefde van John Toole en Catherine Pontellier centraal staat; het tweede (‘Angola 1980’), dat eerst in flashbacks de verschrikkingen beschrijft die Toole heeft ondergaan in de staatsgevangenis van Louisiana (Angola Prison) en daarna het verhaal vertelt van zijn moeizame ontsnapping; of het laatste (‘New York City 1983’), dat ondanks de dubbele wraak lichter van toon is, en af en toe zelfs leest als een zwarte satire op Wall Street en de Newyorkse uitgeverswereld.

Hester Prynne is een relatief late debutant, althans naar de maatstaven van de grote Amerikaanse uitgeverijen, die beginnende auteurs vooral ‘marketable‘ achten wanneer ze nog onder de dertig zijn. In een interview met de Los Angeles Times vertelde Prynne hoe Slings and Arrows de afgelopen tien jaar tot stand kwam: in de (nachtelijke) uren die overschoten na haar werk als actrice bij het Greenwich Village Theater. Het is dan ook niet moeilijk om de invloed van het klassieke drama op Slings and Arrows aan te wijzen; in de titel, die ontleend is aan Hamlets beroemde afweging ‘of het nobeler is om in de geest de slingers en pijlen van het wrede lot te dragen, of om te strijden tegen een zee van beproevingen’; in de structuur (drie afzonderlijke delen die elk gekenmerkt worden door de ‘Aristotelische’ eenheden van plaats, tijd en handeling); in de rol van het noodlot, dat al besloten ligt in de eerste ontmoeting van John Toole en zijn ‘Arcadian beauty‘ Kate Pontellier; en niet te vergeten in de aandacht voor de fatale karakterfout van de hoofdpersoon.

Kwalijke trekjes

John Toole’s fatal flaw is een allesverterende wraakzucht. Toch is hij een figuur met wie de lezer zich identificeert. In het eerste deel van het boek ligt dat voor de hand: hij is de onschuldig veroordeelde, het romantische slachtoffer van een angstaanjagend corrupte wereld. Maar zelfs als hij gaandeweg - en door de omstandigheden gedwongen - minder sympathiek wordt, kom je niet van hem los. Zoals het de lezer van Hamlet of Misdaad en straf niet afschrikt dat de titelheld een wrede lafaard is, zo neem je in Slings and Arrows de kwalijke trekjes van John Toole voor lief. Je blijft geloven dat in de onmeedogende wreker nog steeds de onbevangen jongen van 1969 schuilgaat - zelfs na de sleutelscene aan het eind van het boek, waarin Kate John na dertien jaar weer terugziet in New York:

‘It seemed to be he, and yet not he; it was the man who had been everything, and yet this person was nothing’), en moet inzien dat ‘no amount of fire or freshness can challenge what a man will store up in his ghostly heart.’

Zoals de meeste goede tragedies is Slings and Arrows moralistisch. Maar het moralisme van Prynne is goed gedoseerd en nergens storend. Prynne schreef een zeldzaamheid: een studie naar de dunne lijnen tussen goed en kwaad die zich laat lezen als een avonturenroman. Natuurlijk is dat niet de enige reden waarom Slings and Arrows zo’n overtuigend debuut is. Ten minste zo belangrijk is Prynne’s literair perfectionisme, haar vermogen om situaties en personages in een paar zinnen op te roepen. De hel van Angola Prison bijvoorbeeld, met zijn sadistische bewakers en dwangarbeiders die van uitputting sterven. Of de aantrekkingskracht van New Orleans. Wie Prynne’s beschrijving van Mardi Gras heeft gelezen (of, parallel daaraan in deel 3, de Halloween Parade van Greenwich Village), hoort bij wijze van spreken het pandemonium nog hoofdstukken lang nagalmen. En de gevallen negerdominee Jim Casy, Toole’s enige vriend in Angola, kon niet beter getypeerd worden dan in het idioom waarmee hij zich in het begin van deel 2 voorstelt:

‘Used to howl out the name of Jesus to glory. And used to get an irrigation ditch so squirmin’ full of repented sinners half of ‘em like to drowned. But not no more. Ain’t got the call no more. Got a lot of sinful idears - but they seem kinda sensible.’

Prynne’s gevoel voor detail komt mischien wel het pregnantst tot uitdrukking in de verschillende vertelvormen waarvan ze in Slings and Arrows gebruik maakt. Het eerste deel is in de ik-vorm geschreven, met John Toole als verteller. Een effectieve keuze, want op die manier leeft de lezer zo direct mogelijk mee: eerst met Toole’s allesverterende liefde, daarna met zijn afdaling in de hel. Zodra de hoofdpersoon zich in Angola Prison bevindt, schakelt Prynne over op de hij-vorm - dat geeft meer distantie, hoewel het perspectief nog steeds bij Toole ligt. In deel drie, zien we de wereld niet eens meer door Toole’s ogen; de showdown in New York wordt verteld in meervoudig perspectief. De suggestie is duidelijk: Toole is definitief een ander mens geworden.

Verpand

Slings and Arrows is in veel opzichten een typisch Amerikaans boek; of liever, een roman waarin de grote thema’s uit de Amerikaanse literaire traditie opnieuw worden vormgegeven. In het interview met Vanity Fair verklaarde Hester Prynne dat haar hart bij de ‘grote Europeanen’ Shakespeare en Stendhal ligt. Dat mag zo zijn, maar haar pen is verpand aan Melville en Henry James, Fitzgerald en Steinbeck. Veel van hun favoriete motieven komen in Slings and Arrows terug: de eenzame wreker die uiteindelijk zichzelf te gronde richt, de droom die nachtmerrie wordt, de willekeurige gruwelen die onderdeel vormen van de Amerikaanse werkelijkheid, de vriendschap tussen een zwarte man en een jonge blanke, de morele teloorgang van een samenleving die eens werd beschouwd als God’s Own Country.

Uiteindelijk gaat Slings and Arrows over het Amerikaanse thema der thema’s: ‘innocence lost’. Het verhaal van John Toole is een metafoor voor alles wat er mis is gegaan met Amerika sinds de Puriteinen hun kolonie stichtten als een lichtend baken voor de Oude Wereld. Net als John Toole heeft Amerika zijn onschuld en idealisme verloren - alleen weet niemand waar en wanneer. Ook Hester Prynne niet, al suggereert ze tussen de regels door dat de laatste restjes geloof, hoop en liefde ergens in de jaren zeventig definitief verdwenen zijn.

Je hoort de laatste tijd weinig meer over de Great American Novel. Anders dan in de jaren vijftig lijkt de moderne Amerikaanse schrijver niet de ambitie te hebben om in een grote roman de condition Americaine zo dwingend mogelijk uit de doeken te doen. De voorheen verenigde staten zijn cultureel versplinterd, luidt de consensus, en iedere bevolkingsgroep heeft nu haar eigen bescheiden Little American Novels. Hester Prynne bewijst dat er in het Amerika van de jaren negentig nog wel degelijk grootse en meeslepende romans kunnen worden geschreven. Slings and Arrows is een boek dat een plaats verdient naast andere Grote Amerikaanse Romans als Moby-Dick, Huckleberry Finn en The Great Gatsby.