Lanzmann en Spielberg

'Wat vond je van dat verhaal van Claude Lanzmann over Schindler's List?' 1) 'Tja. Van zijn standpunt heeft hij natuurlijk wel gelijk. Aan een kant. Maar of hij nou de aangewezene is om dat op te schrijven? Ik kan het me wel voorstellen hoor. Maar misschien had hij het beter door iemand anders kunnen laten doen.'

Wat er in Schindler's List te zien is weet iedereen. Claude Lanzmann heeft, hoe lang geleden alweer, de documentaire Shoah over de Duitse jodenvervolging gemaakt, een film die uit niets anders dan getuigenverklaringen bestaat, en die zijn weer tientallen jaren later uitgesproken.

Het merkwaardige van het dialoogje hierboven, zo waarheidsgetrouw mogelijk opgeschreven, is nu dat een van de grootste raadsels en drama's van onze generaties ogenblikkelijk wordt teruggebracht tot een vraagstuk van persoonlijk succes en prestige, en dat dit gewoon wordt gevonden. Want natuurlijk, Spielberg heeft 'eindelijk zeven Oscars in de wacht gesleept', en dan is Lanzmann die op geen enkele Oscar kan bogen (voorzover ik weet) naar de normen van de hedendaagse kunstbetrachting, niet de eerst aangewezene om op te schrijven dat de wereldberoemde concurrent een 'kitscherig melodrama' heeft gemaakt.

Ik heb beide films gezien. Spielberg heeft hier en daar iets van Lanzmann gebruikt - associatief, zullen we zeggen; niet als een plagiator. Een kind dat bij Spielberg langs de spoorlijn staat als daar in veewagens het personeel van Schindler voorbij rijdt, maakt een strot-afsnij-beweging. Het deed me denken aan de gesprekken die Lanzmann in Polen met langs de spoorlijn wonenden heeft gevoerd, en vooral aan het optreden van een machinist. En ontegenzeggelijk, beide films gaan over de Holocaust. Maar zijn daarmee de makers tot concurrenten geworden? Ik ken weinig films die, binnen de gegeven beperkingen, zo weinig met elkaar concurreren, of uberhaupt met elkaar te maken hebben.

De vraag waar het bij Lanzmann om draait is: 'Als men wil getuigen, vindt men dan een nieuwe vorm uit, of reconstrueert men? Ik denk een nieuwe vorm te hebben gecreeerd; Spielberg heeft ervoor gekozen te reconstrueren.' Als Lanzmann, zoals hij schrijft, in een nazi-archief een film had gevonden waarop te zien was hoe een paar duizend joden in een gaskamer werden vermoord, zou hij die niet hebben getoond. Nee, hij zou die film zelfs hebben vernietigd. 'Ik kan niet zeggen waarom. Het spreekt vanzelf.'

Ik meet me niet aan zoveel inzicht te hebben dat ik het antwoord weet. Ik veronderstel alleen dat ik me zou schamen omdat ik me deelgenoot zou voelen in de obsceniteit van de vernietiging. In aanmerkelijk geringer omvang ontstaat bij benadering, ongeveer, min of meer - ik kan niet voorzichtig genoeg zijn want alle vergelijkingen gaan mank - bij de bekroning van de World Press Photo waar het kan voorkomen dat een fotograaf zijn triomf beleeft op kosten van iemand die op de sensationeelst-historische manier is vermoord. Daar zit iets buitengewoon onsmakelijks in.

Met tegenzin ben ik naar Schindler's List gegaan, ik had zoals anderen van mijn generatie geen zin, ik wist het; maar ik ben toch gegaan omdat ik me ertoe verplicht voelde, en toen ik weer op straat stond, voelde ik me niet op mijn gemak, ten eerste omdat delen uit de film me hadden aangegrepen, ten tweede omdat ik zelf daartegen protesteerde, en ten derde omdat ik het einde een langgerekt stuk kitsch vond. Dat zullen meer mensen hebben, veronderstel ik: innerlijke tweespraak die weer vervaagt omdat er andere dingen aan de orde zijn.

Toen las ik Lanzmann, ik dacht: hij heeft gelijk. De concentratiekampen bestaan in hun oorspronkelijke staat alleen in het geheugen van degenen die ze uit eigen ervaring kennen. Alleen die hebben recht van spreken, recht op reconstructie. De rest is vervalsing. Daarmee uit.

Betekent dit dat historische films, of romans, of zulke produkten van de verbeeldingskracht in het algemeen 'niet mogelijk' zijn? Men moet doen wat men niet laten kan, en afgezien daarvan: alles is naspeelbaar. In dit woord ligt het tekort besloten: voorbij en gespeeld. De speler ontbreekt het bijzondere recht van spreken dat zijn model uniek maakt. Schindler's List maakt een overmatige aanspraak op authenticiteit, d.w.z. de waarheid, niet de schijn, en daarop is weer een onmetelijke moderne bombast gebouwd. Door het lezen van Lanzmanns commentaar is me dat in ieder geval duidelijk geworden, en hij heeft recht van spreken.

1) Verschenen in Le Monde van 3 maart: Holocauste, la representation impossible; en in NRC Handelsblad van 26 maart: Schindler's List is een onmogelijk verhaal.