Je moet een hoop weten om het christendom te begrijpen; Toneelschrijver David Hare interviewt rechters en dominees

David Hare: Asking Around, background to the David Hare trilogy. Uitg. Faber, 250 blz. Prijs fl.33,55.

Het zou verhelderend kunnen werken als naast de kritische bewoordingen waarin telkens nader bepaald wordt wat schrijvers waard zijn, hun notering ook van tijd tot tijd in beeld werd uitgedrukt. Het beeld van paardenrennen zou van pas komen: doorlopende rennen, zonder finish, waar deelnemers jaar in jaar uit inhalen en gelijk blijven en afzakken, en alleen ophouden als zij overlijden of iedereen hun naam vergeet.

Bij de Engelse toneelschrijvers ligt Harold Pinter al tientallen jaren op kop; alle inhalers slaat hij af met zijn vermogen om respect te winnen, ook van toeschouwers die maar een flauw vermoeden hebben wat hij bedoelt.

bp Op de tweede plaats zien wij Tom Stoppard, die tien jaar geleden afzakte en met Arcadia het verloren terrein herwonnen heeft; tegen het gezag van Pinter kan hij niet op, maar hij is zo briljant als een ster in een vriesnacht.

Het paard dat deze koplopers de laatste jaren op de hielen zit is David Hare. Hij mist zowel het gezag van Pinter als de schittering van Stoppard, maar hij heeft het meeste te vertellen over de wereld die hij waarneemt, soms op zijn reizen (Fanshen; A Map of the World), meestal dicht bij huis. De laatste tijd heeft hij zich alleen beziggehouden met binnenlandse zaken, in de trilogie waarvan sinds de herfst het derde deel uitgevoerd wordt, The Absence of War, over de parlementsverkiezingen van 1992. Het eerste stuk, Racing Demon, ging over de Anglicaanse kerk, het tweede, Murmuring Judges, over de rechtspleging.

Hare onttrekt zijn gegevens niet aan de actualiteit met zijn dramatische vormgeving, hij blijft er in de buurt, soms vlak bij. Hij heeft onderzoek gedaan als een documentarist, niet alleen door te lezen maar door mensen te ondervragen. Die interviews, voor alle drie de stukken van de trilogie, zijn in beknopte vorm uitgegeven in Asking Around.

Hare heeft zijn gesprekken gevoerd met de thema's in gedachten die hij later ging uitwerken. In het geval van Racing Demon is het de vraag of de kerk zich moet concentreren op godsdienst of op maatschappelijke zorg, die dan weer gesplitst kan worden in traditioneel-gezellige en progressief-hervormende. In Murmuring Judges is het thema de van elkaar afgezonderde denkwerelden van juristen, politie en gevangenen. Voor The Absence of War heeft Hare in 1992 een paar weken meegelopen in de verkiezingscampagne van de Labourpartij en de spanningen bestudeerd tussen ideaal, ambitie en opiniepeiling.

In de interviews zijn, net als op het toneel, de minst voorspelbare dialogen die over de kerk. Wat de advocaten en de politieagenten te zeggen hebben is vaak scherp of grappig of onverantwoord of alles tegelijk; het is zelden iets waar de buitenstaander nooit van gehoord had. De gesprekken van de Labourpolitici en hun adviseurs klinken nog meer vertrouwd; al zijn er nieuwe varianten in te ontdekken, de meeste lezers hebben wel enige ervaring met politiek of tenminste met vergaderen.

Hond

De mensen van de kerk die Hare gesproken heeft daarentegen, drukken zich uit als dichters, van het onvoldane leven. Een deel van de verklaring is dat hun innerlijk en hun werk nauwer met elkaar verbonden zijn dan bij juristen en politici. Als zij zich laten gaan zonder te hoeven oppassen voor hun goegemeente kunnen zij vluchtige en lastige gedachten onder woorden brengen, en met hulp van zijn medewerkster Lynn Haill, die de interviews bewerkt heeft, laat Hare ze bovendien beter bespraakt klinken dan ze waarschijnlijk waren. 'Bernard' (verscheidene van hen verlangden schuilnamen), een vrijgezel met een zachte stem, zegt dat hij zin heeft om de hond te schoppen als hij de hele dag klagende parochianen heeft aangehoord. 'Trevor', een intellectuele dominee van een Londense kerk, vertelt dat hij een keer zijn schoenen weggaf aan een arme bezoeker, maar het vervelende was dat die de volgende dag terugkwam met elf vrienden. Het probleem met onze kerk is, luidt een andere uitspraak van Trevor, dat alle mensen die er in werken tweederangers zijn. Een paar dominees vinden het afnemende kerkbezoek niet erg, als het geloof van de aanwezigen maar goed is; Charles Moore, die geen opleving van de Anglicaanse kerk verwacht, wil zich daar toch voor inzetten, met public relations net als in Amerika, en met onderwijs; want het punt is, zegt hij, je moet een hoop weten om het christendom te begrijpen.

De gesprekken over de kerk hebben op zichzelf al een dramatische kracht, zonder dat het toneelstuk er bijgedacht hoeft te worden. Die met rechters en advocaten en politieagenten werken niet zo sterk, maar zijn lessen in scherp opmerken en onverbiddelijk samenvatten. Veel rechters denken dat zij op den duur instinctief weten of iemand de waarheid spreekt, zegt Hare tegen de rechter 'Raymond', die antwoordt: 'wat een kul! wat een onzin! wat een kwasten zijn dat! het is kul! - hoewel ik moet toegeven dat je na verloop van tijd toch meestal een aardig idee hebt'.

Zulke momenten zijn er ook in de politieke gesprekken, en het afscheid van Kinnock had met een paar aanwijzingen erbij op het toneel gebruikt kunnen worden. Hij heeft net ontslag genomen als Labourleider, en wordt verwacht op een partijtje van politieke vrienden die iets aardigs tegen hem willen zeggen. De stemming is eerst bedrukt, onder al die verliezers; dan arriveert Kinnock met zijn vrouw, zijn stem klinkt luid uit de gang, hij komt lachend binnen en groet iedereen afzonderlijk: “the party warmed and a glow came over the room.”

De lezer van Hares boek die op dat tafereel is uitgekeken kan nog een tijd lang plezier hebben met terugbladeren, en zich verwonderen zo zeldzaam als het is dat een schrijver laat zien hoe hij zijn kennis van zaken op peil gebracht heeft.