Internationaal zwaktebod

DE OPROEP VAN DE Veiligheidsraad van de Verenigde Naties vannacht om ernst te maken met de denuclearisering van het Koreaanse schiereiland mag worden gerangschikt onder de zwakkere uitspraken van dit orgaan. De aansporing aan de inspecteurs van het Internationale Atoombureau (IAEA) om nog maar eens aan te kloppen bij de deuren die eerder en op herhaald verzoek gesloten bleven, is er een van een keizer zonder kleren. Een minimum aan internationale saamhorigheid kon op die manier bewaard blijven, de zaak zelf werd er geen millimeter verder mee geholpen.

Die zaak is de voortvarendheid waarmee het Noordkoreaanse regime, een van de weinige overblijfselen van de Wereldrevolutie, werkt aan een eigen kernwapen. Daarbij laat het bewind zich niets gelegen liggen aan de verplichtingen die het onder het Non-proliferatieverdrag op zich heeft genomen, onder meer het toelaten van internationale inspectie tot alle geregistreerde kerninstallaties opdat handelingen in strijd met het verdrag, zoals het vrijmaken van grondstof voor de bouw van een kernbom, kunnen worden opgespoord. Zeer recent weigerden de Koreanen de controleurs uit Wenen de toegang tot fraudegevoelige onderdelen van hun installaties. Op zichzelf was dat al een schending van het verdrag.

ONMACHTIG ALS HET Atoombureau is om zelf inspectie af te dwingen, behoort het dergelijke gevallen te rapporteren aan de Veiligheidsraad. Dat is hier ook gebeurd. Maar met zijn jongste uitspraak balanceert de raad langs de rand van aanvaarding van verdragsschendingen. Weliswaar voldoet de oproep in formele zin aan de eisen die er minimaal aan kunnen worden gesteld, maar tegen de achtergrond van de langzamerhand chronische weigerachtigheid van Noord-Korea, de vele doorzichtige uitvluchten en de herhaalde dreigementen desnoods het verdrag te verlaten, mist het appel iedere geloofwaardigheid. De raad belooft zonodig op de kwestie terug te komen, maar laat ruim in het midden hoe nu moet worden voorkomen dat het Non-proliferatieverdrag een dode letter wordt.

De hoofdverantwoordelijke voor de sterk verwaterde uitspraak is China. Dat land dreigde een kernachtiger Amerikaanse formulering met een veto te treffen. Daarmee gaf het aan over nauwelijks meer verantwoordelijkheidsgevoel te beschikken dan Noord-Korea zelf. In zekere zin doet de gang van zaken denken aan voorbij geachte tijden toen mogendheden als de Sovjet-Unie en China nog wel eens een gokje wilde wagen met de internationale veiligheid. De andere permanente leden van de Veiligheidsraad kan intussen worden verweten dat zij geen kans hebben gezien een internationale mobilisatie tegen deze schending van het verdrag tegen spreiding van kernwapens op gang te brengen. De Amerikanen die het afgelopen jaar het meest in de weer zijn geweest om de Noordkoreanen tot inkeer te bewegen hebben voor het moment voor de Chinezen het hoofd gebogen.