'Ik wil geen oh, oh, het is mis met de WAO'; Wallage over koppeling en koopkracht

DEN HAAG, 1 APRIL. De clash die het CDA met de ouderen achter de rug heeft over de AOW, heeft volgens PvdA-staatssecretaris Wallage (sociale zaken) één groot winstpunt opgeleverd: het CDA is tot het inzicht gekomen dat niet alle heil voor de werkgelegenheid kan worden gevonden in ingrepen in de sociale zekerheid. “De CDA-stelling 'hoe minder sociale zekerheid, hoe beter voor het land', is nu wat genuanceerd”, meent hij.

CDA-lijsttrekker Brinkman heeft compenserende maatregelen voor AOW'ers in het vooruitzicht gesteld voor het voornemen om de uitkeringen vier jaar te bevriezen. Wallage stelt vast dat de confrontatie die het CDA met de ouderenbonden achter de rug heeft, het verschil met zijn partij heeft verkleind. “Het CDA dacht aanvankelijk alleen aan lastenverlichting voor werkgevers. Nu wordt ook de koopkracht van de laagstbetaalden in de beschouwing betrokken. We zijn elkaar genaderd, als Brinkman tenminste woord houdt.”

Wallage is uit de ministerraadsvergadering gelopen om kritische kanttekeningen te plaatsen bij het gisteren verschenen Centraal Economisch Plan. Maar als raspoliticus laat hij de actuele discussie over de koppeling en de koopkracht van de laagstbetaalden niet onaangeroerd. De stap die het CDA met de AOW zette, was te rigoureus, vindt hij. “Het zijn juist dergelijke haakse bochten geweest die het kabinet bij de WAO hebben opgebroken.” Wallage houdt niet van haakse bochten. Hij is meer het type lange-baanrijder. Om zich heen kijkend hoe het politieke landschap erbij ligt. En altijd beheerst door de bocht. Als pragmatisch bestuurder op zoek naar draagvlak in de samenleving.

Volgens Wallage is de huidige discussie over koppelen of niet koppelen “lood om oud ijzer”. “Het zijn twee routes die tot hetzelfde koopkrachtresultaat kunnen leiden. De hele discussie gaat in feite over het voorkomen van koopkrachtverlies en over de inkomensverhoudingen. Volgens het Centraal Economisch Plan gaan werknemers met een modaal inkomen van bruto 40.000 gulden er in 1995 0,75 procent in koopkracht op achteruit, terwijl de minima 1,75 procent inleveren. Dat zijn scheve verhoudingen. Ook met de koppeling haal je die scheefheid er niet uit. Daar is meer voor nodig. De komende maanden krijgen we de lakmoesproef. Zijn we bereid binnen het bedrag dat we hebben uitgetrokken voor lastenverlichting prioriteit te leggen bij de mensen met een minimumuitkering en AOW, of zijn we dat niet? Volgens mij zal dat moeten.”

Wallage maakt een vergelijking met het beklimmen van een trap. “De eerste tree wordt gevormd door loonmatiging. Hoe dichter we met de lonen bij de nullijn uitkomen, hoe beter de werkgelegenheid zich ontwikkelt en daarmee het aantal uitkeringen en de sociale lasten. We zullen dus stimulansen moeten inbouwen voor loonmatiging. Als die tree is genomen, komt de tweede tree: een hernieuwde discussie over lastenverlichting ten behoeve van een gelijkmatiger koopkrachtontwikkeling. Dat vraagt een bepaald pakket lastenverlichting. En dan krijgen we de derde tree: gerichte armoedebestrijding voor ouderen en bepaalde groepen uitkeringsgerechtigden die financieel bekneld zitten, zoals bijstandmoeders. We moeten die trap niet met twee treeën tegelijk oplopen. Dan lopen we het risico dat we hard vallen.”

Het Centraal Planbureau (CPB) gaat voor 1995 uit van een contractloonstijging van 1,5 procent. Sluit Wallage voor loonmatiging een looningreep uit? “Nee. Toen Kok en De Vries eind vorig jaar dreigden met een looningreep, stond ik achter hen. Wat moet dat moet. Maar ik vind niet dat we de toer van dreigementen moeten opgaan. Een looningreep is net zo eendimensionaal als een eenzijdige ingreep in de sociale zekerheid.”

Zo'n ingreep, in de WAO, kostte het kabinet eerder bijna de kop en de PvdA veel stemmen. In het Centraal Economisch Plan maakt het CPB melding van een toenemende instroom in de WAO. Wallage ontkent de cijfers niet, maar plaatst kanttekeningen. Kern van zijn kritiek: het planbureau baseert zijn conclusies op de ontwikkelingen in 1993, maar die zeggen niets over de werking van de nieuwe wet die pas in 1994 effectief werd. Pas dit jaar zullen nieuwe WAO'ers met verlaagde wettelijke uitkeringen worden geconfronteerd. Pas dit jaar worden de nieuwe keuringseisen voor de arbeidsongeschikten toegepast, zowel voor nieuwe WAO'ers als bij de herkeuring van de huidige arbeidsongeschikten onder de 50 jaar.

Wallage: “Hoe het opnieuw keuren van arbeidsongeschikten bij die strengere criteria gaat uitpakken, weten we nog niet. Maar ik heb geen reden daar overdreven somber over te zijn. Eerst komen de jongeren tot 35 jaar aan de beurt. In die leeftijdscategorie zullen forse veranderingen optreden. De leraar die volledig is afgekeurd omdat hij niet meer duidelijk kan praten, zal als hij bijvoorbeeld wel in staat is met een computer te werken nog maar gedeeltelijk worden afgekeurd. Dat is bikkelhard. Want dat betekent dat zo iemand voor het deel waarvoor hij arbeidsgeschikt is verklaard zelf werk moet zoeken of voor dat deel in de WW en uiteindelijk de bijstand geraakt.”

Hij pakt zijn paperassen erbij. “In 1991 kwamen er 116.000 nieuwe WAO'ers bij. Een jaar later daalde dat aantal tot 100.000 en in 1993 nam het weer toe tot 104.000. Daarbij moeten we wel bedenken dat 1992 een bizar jaar was, waarin het grote debat over de WAO plaatsvond. Dat veroorzaakte een stevige terugloop in het aantal aanmeldingen. Als je nu, zoals het planbureau doet, die 104.000 met die 100.000 vergelijkt, moet je inderdaad constateren dat het aantal nieuwe WAO'ers weer oploopt. Maar volgens mij moet je verder terugkijken en dan wijst de trend naar beneden.

“Ik wil niet dat het klimaat ontstaat van oh, oh, oh, het is weer mis met de WAO. Het gaat uiteindelijk om de premielast, om de kosten. Die bedroegen in 1993 voor de WAO 22,058 miljard gulden. In 1992 werd er 22,005 miljard uitgegeven. Inderdaad, een kleine oploop. Maar zo klein, dat we echt wel mogen spreken van stabilisatie. We zitten nu 200 miljoen gulden onder de WAO-raming voor 1995. Voor de tweede keer in een half jaar tijd kan ik als staatssecretaris melden dat ik minder geld uit hoef te geven aan de WAO dan geraamd.” Verwijt hij het CPB stemmingmakerij? “Ik heb van mijn vader geleerd dat ik altijd eerlijk moet antwoorden. Dus ik geef geen antwoord.

“Ik heb niet zo ver doorgeleerd als die mensen van het CPB, maar ik kan ook rekenen. In 1992 bedroeg de arbeidsongeschiktheid 805.900 uitkeringsjaren, in 1993 waren dat er 805.300. Natuurlijk blijft de premiedruk een belangrijk onderwerp, maar ik zou willen dat de reïntegratie van gedeeltelijk arbeidsgeschikten net zo'n belangrijk thema werd. Als ik een inschatting moet maken van de politieke agenda voor de toekomst, dan zal het meer dan nu gaan om de vraag: hoe krijgen we partieel arbeidsongeschikten weer aan de slag?”

Als een werkgever moet kiezen tussen een gezonde, pas afgestudeerde werknemer en een gedeeltelijk arbeidsongeschikte die al een tijd uit de running is, dan is de keus te voorspellen. Daarom wil Wallage de werkgevers uitdagen. “Ik vind dat we aan de aangekondigde lastenverlichting van 5 miljard gulden niet alleen de voorwaarde moeten verbinden dat het bedrijfsleven met de lonen op de nullijn gaat zitten, maar ook dat ze een werkgelegenheidsinspanning leveren en dat er binnen die inspanning gekeken wordt naar het aantal beperkt arbeidsgeschikten dat aan de slag wordt geholpen. Het gaat er nu om of we in de maatschappij toegroeien naar wat ik in intern steno NNR noem: een Nieuwe Nationale Regie. Gebeurt dat niet dan krijgen we een periode van nieuwe polarisatie.

“Met nationale regie bedoel ik het gezamenlijk met werkgevers en werknemers uitzetten van de koers van het land. Daar passen geen alarmmechanismen bij zoals het CPB die hanteert. Sommige problemen los je niet met de zakjapanner op. Mijn bestuurlijke inzet is tot een nieuwe consensus te komen. We moeten voorkomen dat de spiegel in duizend stukken uiteenvalt. Daarom moeten de overheid, de werkgevers en de werknemers afspraken maken. Dat kan gaan over het sociaal stelsel. Dat kan niet buiten het debat blijven. Maar ook over andere zaken. We moeten het stadium zien te bereiken waarin iedereen zijn nek uitsteekt. Grote veranderingen zijn in dit land altijd in de vorm van consensus tot stand gekomen. Op de terreinen van arbeid en arbeidsparticipatie is dat nog onvoldoende gelukt.”

    • Frank van Empel
    • John Kroon