Het spijkerklavier; Het klavecimbel, moderner dan de piano

Op klavecimbels is altijd bijna uitsluitend barokmuziek gespeeld. Toch is het instrument bij uitstek geschikt voor hedendaagse muziek. Het is ritmisch exact, en de 'kale' tonen zorgen voor een transparante klank. In de IJsbreker in Amsterdam zijn volgende week moderne composities voor klavecimbel te horen.

Clavecimbel, concerten, workshops en lezingen over het klavecimbel in de hedendaagse muziek. Muziekcentrum De IJsbreker, 3 t/m 10 april. De uitvoeringen op 3 en 4 april van HPSCHD van John Cage, voor zeven klavecimbels, elektronica en dia's vindt plaats in de Gashouder van de Westergasfabriek. Inl. 020-6681805.

De wereld van de muziekinstrumenten wordt geregeerd door de wetten van het darwinisme. Hier heerst het principe van de survival of the fittest. Een instrument dat niet in staat is zich aan te passen aan de veranderende wensen van toondichters en publiek is ten dode opgeschreven.

Zo'n proces van natuurlijke selectie bestond ook tussen het klavecimbel en de piano. Op een klavecimbel kan niet, zoals op een piano, hard en zacht worden gespeeld al naar gelang de druk op de toetsen. Een pianotoon sterft heel langzaam weg zolang de toets ingedrukt blijft, een klavecimbeltoon is juist kort en scherp. Met dat penetrante en metalige geluid klinkt een klavecimbel een beetje zoals een piano waarvan de zachte vilten hamers zijn vervangen door spijkers. Het is bovendien een tenger instrument, dat lang niet het volume kan ontwikkelen van een piano.

Vandaar dat het klavecimbel snel uitstierf toen componisten steeds heviger emoties aan het papier gingen toevertrouwen. Het instrument paste niet bij de romantiek, met zijn behoefte aan wollige klanken, aan zware, volle akkoorden, aan melodieuze rijkdom en ritmische vaagheden.

Het klavecimbel wordt sindsdien gemakshalve gezien als een primitieve voorloper van de moderne piano. Om van het klavecimbel een piano te maken, was maar een essentiele verandering nodig. Bij een klavecimbel worden de snaren getokkeld, waardoor het instrument iets heeft van een harp of gitaar met toetsen. Door de toets in te drukken wordt de snaar door een klein pennetje iets opgetild en weer losgelaten. Bij een piano is dit mechanisme vervangen door een serie hamertjes. Hoe harder je de toets indrukt, hoe krachtiger het hamertje tegen de snaar slaat.

Aanvankelijk leken de nieuwe fortepiano's, die zo werden genoemd omdat het varieren tussen hard (forte) en zacht (piano) hun opvallendste eigenschap was, nog veel op hun voorgangers. Klavecimbels en piano's werden tot ver in de achttiende eeuw naast elkaar gebruikt. Maar de fortepiano bleek over de beste aanpassingsmogelijkheden te beschikken.

Jurassic Park

Tegen het einde van de negentiende eeuw werd het klavecimbel op een Jurassic-Park-achtige manier weer tot leven gewekt. De Fransman Eugene Arnold Dolmetsch begon in Engeland oude instrumenten te restaureren. Hij organiseerde concerten om te laten horen hoe bijzonder de klank van die instrumenten wel was. Maar de tijd was er nog niet rijp voor.

Het wachten was op de Poolse Wanda Landowksa (1879-1959), een voortreffelijk pianiste met een voor die tijd uitzonderlijke belangstelling voor oude muziek. Ze liet voor zichzelf een nieuw klavecimbel bouwen door de Franse pianofabrikant Pleyel en trok daarmee de wereld rond. Haar klavecimbel was eigenlijk een merkwaardig ding, een soort omgebouwde piano met een logge, krachtige toon. De registers waarmee klavecimbels op een verschillende sterkte konden spelen, werden met pedalen bediend en niet, zoals vroeger, met kleine handels boven het toetsenbord. Landowska's instrument had dan ook maar weinig met de kopieen van oude klavecimbels te maken die tegenwoordig worden gebruikt.

Wellicht dat de klank juist daardoor gemakkelijker werd geaccepteerd. “Wij Amerikanen herinnerden ons het klavecimbel meestal alleen als een ratelend instrument met een frikkerige gekunsteldheid,” schreef een Amerikaanse recensent na een concert van Landowska. “In een keer zijn nu onze oude voorstellingen en vooroordelen van tafel geveegd. Wat is het magische resultaat van de tovenarij van haar geest en van de goochelarij van haar onfeilbare, rusteloos zwevende, maar krachtige en temperamentvolle handen? Dat het merkwaardige maar fraaie fossiel van de oude muziek tot leven is gewekt.”

tk Gavotte Rococo Overigens speelde Landowska niet alleen oude muziek. Verschillende componisten, onder wie Manuel de Falla (zijn klavecimbelconcert uit 1926 was een van de eerste 'moderne' werken voor dit instrument) en Francis Poulenc, schreven muziek voor haar. Maar de meesten begrepen de essentie van het instrument niet. In een interview met The New York Times in de jaren twintig zei Landowska: “Het is duidelijk dat de interesse in het klavecimbel is toegenomen sinds ik het instrument de moeizaam veroverde plaats heb gegeven die het verdient. Het is ook duidelijk dat verschillende componisten hebben geprobeerd de vroegere tijden, al dan niet met succes, te laten herleven door te componeren in oude stijl. (-) Ik ontvang voortdurend 'Gavotte Rococo', 'Souvenir de Versailles' en 'A la Grace de Pompadour'.”

Uiteindelijk was Landowska niet erg geinteresseerd in moderne muziek. In veel gevallen gebruikte ze het hedendaagse repertoire slechts als een lokmiddel voor het publiek, omdat ze bang was de zaal niet vol te krijgen met een programma dat alleen zou bestaan uit barokmuziek.

De rijke Zwitserse klaveciniste Antoinette Vischer is voor het moderne repertoire veel belangrijker geweest. Zij liet voor haar pedaleninstrument, meer dan veertig composities voor zichzelf schrijven door beroemde componisten als Hans Werner Henze, Luciano Berio, John Cage, Franco Donatoni en Duke Ellington.

Het belangrijkste stuk dat voor Vischer werd geschreven, is ongetwijfeld Continuum (1968) van Gyorgy Ligeti. Het is een razende opeenvolging van korte nootjes, waardoor er een soort klanktapijt ontstaat. Iedere nieuwe klank is ingebed in die enorme, continue notenstroom en heel geleidelijk verschuift het patroon. Ligeti heeft niet de fout gemaakt het klavecimbel te beschouwen als een piano met een wat ander karakter. En, nog belangrijker, Continuum is ontstegen aan het imago van de barok dat het klavecimbel nog steeds aankleeft.

Het klavecimbel is eigenlijk bij uitstek geschikt voor hedendaagse muziek. Het is ritmisch heel exact, en eenvoudig te verstemmen, waardoor bijvoorbeeld kwarttoonsintervallen zonder rare kunstgrepen mogelijk zijn. Door de twee manualen en het gebruik van de verschillende registers kunnen gemakkelijk contrasten tussen klanken worden aangebracht. Bovendien zorgen de 'kale' tonen voor een transparante klank, met scherpe dissonanten en haarzuivere consonanten.

Overleven

Het pedalenklavecimbel van Landowska en Vischer had uiteindelijk onvoldoende toekomst. Het kon niet overleven alleen op het handjevol nieuwe composities dat ervoor was geschreven. En in de historische-uitvoeringspraktijk streefde men intussen naar een nog natuurgetrouwere weergave van de oude muziek. Dat kon, vond men, het best op instrumenten uit de tijd zelf of op exacte kopieen daarvan. Daardoor worden Continuum en verschillende andere werken uit de tijd van Landowska en Vischer nu op barokklavecimbels gespeeld. En componisten die tegenwoordig klavecimbelmuziek schrijven, doen dat eveneens voor barokinstrumenten - wie weet reikt de behoefte aan historische correctheid nog eens zo ver dat het Pleyel-klavecimbel van Landowska wordt nagebouwd om de vroeg twintigste-eeuwse klavecimbelmuziek authentiek uit te voeren.

De meeste klavecinisten kijken neer op de escapades van hun moderne collega's. Op conservatoria wordt het twintigste-eeuwse repertoire veelal genegeerd, het is zelden een verplicht onderdeel van het examen. Toch zou het op den duur wel eens de redding van het klavecimbel kunnen betekenen dat er weer muziek voor wordt geschreven. Want de behoefte om oude muziek zo authentiek mogelijk uit te voeren heeft iets van een modeverschijnsel. En dat is een zwakke basis om op te overleven.

    • Paul Luttikhuis