Het Atheense nachtleven trotseert Spartaanse wetten

ATHENE, 1 APRIL. Het is nu al duidelijk wie in de revu's van komende zomer de meest bespotte figuur zal zijn. Het is Stélios Papathemelís, de godvruchtige Griekse minister van openbare orde, die deze maand het nachtleven aan banden legde. Of hij dan nog minister zal zijn? Menigeen gelooft dat hij bij de eerstvolgende kabinetsreorganisatie zal afvallen, omdat hij te veel negatieve reacties opwekt. En niet alleen door de omstreden vroege sluiting van nachtclubs, bars, bouzouki-tenten en speelhuizen om twee uur 's nachts, het tijdstip dat het Atheense nachtleven zo'n beetje op gang komt.

Papathemelís wordt beschouwd als de voorman van de ultra-nationalistische vleugel in de socialistische PASOK. Op zijn naam staan uitspraken als: “We moeten militaire pressie uitoefenen op de republiek van Skopje [Macedonië]” en “uitgezette Albanezen die langs allerlei sluipweggetjes weer terugkeren, moeten ter plaatse worden doodgeschoten”.

Het laatste heeft hij gedementeerd, maar pas dagen later. In vraaggesprekken legt de felle Macedoniër zich doorgaans geen beperkingen op. Over de illegale Albanezen, wier aantal hij op 500.000 á 700.000 schat, zei hij: “Ze leven allemaal van misdaad en parasitisme”, terwijl het eerder zo is dat Griekenland parasiteert op hun goedkope arbeid. En over EU-commissaris Van den Broek, die zich inzet voor de opheffing van het Griekse embargo tegen 'Skopje', merkte hij onlangs op dat deze alleen rekening hield met de export van komkommertjes uit zijn eigen land en dat de Grieken zich van lieden als hij niets moeten aantrekken, doch een voorbeeld moeten nemen aan de Serviërs.

Men kan zich afvragen waarom zowel door de PASOK als onder het rechtse bewind van de Nieuwe Democratie bij voorkeur schertsfiguren worden benoemd op het ministerie van openbare orde. Dit heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat de terreurorganisatie '17 November' nu al twintig jaar ongehinderd kan opereren. “Ga liever terroristen vangen”, kon men dan ook horen toen Papathemelís deze maand met zijn offensief tegen het nachtleven kwam.

Zelf zei hij dat dit de nachtelijke criminaliteit zou inperken, maar experts herinnerden hem eraan dat vervroeging van het sluitingsuur juist nieuwe gevaren oproept. Zo zou in het bijzonder de drugshandel niet floreren in disco's en bouzouki-tenten, waar nog een zekere sociale controle functioneert, maar wel langs de kusten en op duistere pleinen en plantsoenen, waarheen ook de jeugd zich zou begeven als zij om twee uur “naar huis” werd gejaagd.

Maar inmiddels zijn Papathemelís' maatregelen op losse schroeven gezet. 'De jeugd' heeft haar feestterrein verplaatst naar grote, centrale pleinen, in het bijzonder naar het Plein van de Grondwet van Athene, dat het toneel is geworden van een dagelijkse (nachtelijke) happening. Bekende en minder bekende musici helpen om het feest tot in de vroege uren voort te zetten. En alcohol is te krijgen bij de honderden kiosken die in Athene ook 's nachts open blijven en nog niet het mikpunt zijn van 's ministers speciale bevelen.

De publieke opinie, waarin de maatregelen aanvankelijk op sympathie konden rekenen - vooral om het drankverbod voor jongeren onder de achttien jaar - is echter omgeslagen. Jeugdorganisaties van alle partijen, inclusief die van de PASOK, hebben zich openlijk tegen de minister gekeerd. En ook in het parlement - dat de maatregelen met algemene stemmen goedkeurde, zij het mogelijk in een slaperige bui - is onvrede merkbaar.

Directe aanleiding voor de omslag was het optreden van de Griekse mobiele eenheid, in de eerste nachten onder de nieuwe maatregelen, die op de bekende rauwe wijze insloeg op jongeren die na twee uur doorgingen met een muzikale manifestatie voor de aids-bestrijding, in een voormalige fabriek. Aan traangas ontbrak het niet en er zou zelfs een ingezamelde som geld in beslag zijn genomen. In één klap begonnen vele Grieken de jongeren als vrijheidsstrijders te zien. En de minister werd in veler ogen de betuttelaar, die hij in werkelijkheid ook is.

Bovendien kreeg men oog voor de verdere nadelen van het nieuwe bestel, dat een hele nacht-economie lamlegt. Alle eethuizen moeten namelijk dicht, met uitzondering van zaken waar alleen patsá wordt bereid, een uiterst elementaire ingewandensoep waarbij geen salade of andere franje mag worden geserveerd. “Het lijkt wel bezetting”, kan men horen uit de mond van taxi- en vrachtwagenchauffeurs, maar ook van verpleegsters die in deze zaken hun maaltijden plachten te gebruiken. Toneelspelers klagen dat zij na hun laatste voorstelling - er zijn er twee op een avond in Athene - nergens meer terecht kunnen om een hapje te eten.

Op grond van vroegere ervaringen gaven velen de maatregelen al weinig toekomst, maar dat er zo spoedig de klad in zou komen had niemand verwacht. De PASOK moet rekening houden met de studentenverkiezingen van april, maar ook met de Euro-verkiezingen in juni.

De minister van arbeid - zelf een befaamd feestganger die het pakket tegen wil en dank mede had ondertekend - distantieerde zich er binnen een week van, niet in de laatste plaats omdat hij een nieuwe werkloosheid van tienduizenden zag aankomen. “De jeugd is in opstand gekomen”, zei hij, “we zullen de zaak nader moeten overwegen.” En volgens de laatste berichten heeft ook Papathemelís nu aangekondigd dat “met de jeugd zal worden onderhandeld” over eventuele veranderingen. Zou hij, als zeer vroom christen, onder de indruk zijn gekomen van de argumenten van de bekende zanger Dionysos Savópoulos? Die herinnerde eraan dat Jezus het feest in Kana niet onderbrak maar juist verlengde door het verrichten van zijn eerste wonder: het veranderen van water in wijn.