Goed en fout tijdens de dweilpauze

In het recent verschenen boek Het loon van de schuld van Ian Buruma staat een korte beschrijving van het zoveelste proces tegen de zoveelste bejaarde oorlogsmisdadiger, die juist in haar soberheid en eenvoud een gevoel van onbehagen oproept. In de eerste plaats bij de schrijver, na voltooiing van zijn verslag, maar direct ook bij de lezer. Het boek bevat een knappe en zorgvuldige analyse van de wijze waarop Japan en Duitsland hun oorlogsverleden in uiteenlopende voorkeuren hebben verwerkt. Of beter gezegd, nog steeds bezig zijn te verwerken. Processen tegen oorlogsmisdadigers, zoals die in beide landen, maar vooral in Duitsland zijn gevoerd, dienen het recht en de vergelding. Men verwacht ook dat er een waarschuwing vanuit gaat. Natuurlijk zijn er in beide landen mensen die vinden dat het nu mooi genoeg geweest is, of het onrechtvaardig achten dat hen eenzijdig de schuld wordt toegewezen of juist beseffen dat men de aandacht en de tijd niet opbrengt het aangerichte kwaad onder ogen te zien. Het boek van Ian Buruma gaat niet over de berechting van oorlogmisdadigers. Het gaat over de vraag hoe men zich het verleden wenst te herinneren. Het boek vermeldt wel een enkel proces dat de schrijver heeft bijgebp woond, zoals het proces tegen Schwammberger in 1992 voor de rechtbank van Stuttgart. Aan dat rechtbankverslag voegt Buruma een observatie toe die tegelijk juist en beklemmend is, vooral ook voor de lezer die zich een buitenstaander achtte, omdat het boek de mentaliteit van Duitsers en Japanners zegt te behandelen. Op de dag dat Buruma de rechtzaak bijwoont, is er ook een klas scholieren aanwezig. Hij besluit zijn verslag aldus: “Ik voelde me vooral onbehagelijk over die scholieren, die daar in hun kleurige windjacks op de publieke tribune zaten. Mijn eerste neiging was het Westduitse onderwijs te prijzen. Prima leraar, dacht ik. Laat ze maar horen wat er gebeurd is.”

Maar waarom dan een gevoel van onbehagen bij zoveel welwillende educatie? Buruma vreest dat als de rechtbank gebruikt wordt voor lessen in de geschiedenis, het risico van een showproces ontstaat. Ik deel zijn onbehagen, maar geloof niet in zijn toelichting. Die zou immers moeten behelzen dat de rechter in zijn oordeel rekening gaat houden met de belangstelling van de schoolklas. Het beklemmende zit niet in het gevaar van een showproces. Althans niet voor mijn gevoel. De aanwezigheid van een schoolklas suggereert vooral dat zij er iets van kan leren. En niet alleen die klas maar ook wij. Dat is een misleiding waar je niet aan toe wilt geven maar die je ook niet kunt vermijden.

Maar wat zou je van oorlogsmisdaden kunnen leren? Welke lessen denken wij te kunnen trekken uit Auschwitz, Birkenau en Bergen Belsen? Kunnen wij werkelijk enig opvoedend aspect aan de behandeling van de brute moord ontdekken? Een les die wij aan de volgende generatie willen doorgeven? Er is natuurlijk niets tegen de aanwezigheid van een schoolklas bij de berechting van oorlogsmisdadigers. Inderdaad, prima leraar die daartoe het initiatief nam. Maar binnen het curriculum van het geschiedenisonderwijs lijkt de oorlogsmisdaad toebedeeld te worden aan de categorie historische fouten, waarvan wij kunnen leren. Zo krijgt een oorlogsmisdaad nog een educatieve functie. Karl Popper maakt aannemelijk dat wij eigenlijk alleen van onze fouten kunnen leren. Maar een misdaad tegen de mensheid is geen fout. Het is een confrontatie met de misdadige psychose. Met de onbeheersbare, totaal ontredderende chaos. Het is een illusie om te denken dat wij daar een moraal aan kunnen verbinden. Of te denken dat wij ons er afdoende tegen kunnen wapenen door er wijze lessen uit te trekken. De ontreddering zit in het besef dat geen cultuur kan garanderen dat zoiets nooit meer zal voorkomen.

Tegenwoordig wordt iedereen die een gedachte heeft over een passend vreemdelingenbeleid een racist genoemd. Wie tegen Janmaat en de centrum-democraten waarschuwt, is een verzetsheld in de dop. Hij is in ieder geval goed, zo niet meteen al goed geweest. Er is een wedstrijd ontstaan wie het snelst iemand ontmaskert als potentiele oorlogsmisdadiger. Het is een race tegen de klok, nu de tijd dringt. In werkelijkheid zitten wij in een lamlendige dweilpauze van ideologische onmacht. Laatst was er een plastisch chirurg op de televisie, die aangaf hoe hij onze politici aan een oprecht en aansprekend gezicht zou kunnen helpen. Bij de foto van Janmaat tekende hij het historisch beruchte snorretje. Eigenlijk veranderde deze chirurg de achternaam van Janmaat. Hij wilde laten weten dat hij iets van Auschwitz had geleerd. Een benevolente inval, goed voor de jeugd. Ik denk dat een cultuur des te eerlijker is, naarmate zij minder opvoedende waarde hecht aan de leerzame kant van het kwaad.