Gemeenten regelen gehandicaptenvervoer nu zelf

ROTTERDAM, 1 APRIL. “Ons nieuwe systeem voor collectief gehandicaptenvervoer zou een voorbeeldfunctie kunnen hebben in Nederland en in Europa.” T.A.M. Kop, adviseur Bijzonder Vervoer van het Rotterdamse vervoersbedrijf RET, is trots op Vervoer op Maat. Met dat systeem wil Rotterdam voldoen aan de zorgplicht voor vervoer van gehandicapte inwoners.

Vandaag treedt de Wet Voorzieningen Gehandicapten in werking, waardoor gemeenten een deel van de zorg voor gehandicapten overnemen van de overheid. Een belangrijk deel van die zorg bestaat uit het vervoer van gehandicapten, die over het algemeen geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer.

Bij de oude wetgeving kreeg de gehandicapte per jaat een bedrag van ongeveer drieduizend gulden vergoed voor noodzakelijk geacht vervoer. Dat bedrag kon min of meer vrij worden besteed. Voor het merendeel ging het daarbij om taxivervoer binnen de gemeente. Vanaf nu beslist de gemeente over de besteding van het geld voor het vervoer van gehandicapten. Bij de invulling daarvan bestaan bijna evenveel varianten als gemeenten. Net als bij de oude regeling keren sommige gemeenten gehandicapte inwoners een vrij te besteden bedrag uit, terwijl andere gemeenten een compleet nieuw systeem opzetten voor collectief vervoer van gehandicapten.

Rotterdam heeft gekozen voor een collectief vervoersysteem. In samenwerking met particuliere vervoersbedrijven heeft de RET In ongeveer een jaar tijd Vervoer op Maat ontwikkeld. Het systeem is bedoeld voor het sociale verkeer van gehandicapten. Wie minimaal twee uur van tevoren belt, wordt door een taxibusje bij de gewenste deur of zelfs kamer opgehaald en gebracht.

Vervoer op Maat is groot opgezet. Voor ongeveer twintig miljoen gulden per jaar beschikken de Rotterdamse gehandicapten over een systeem dat veel weg heeft van het reguliere openbaar vervoer. De prijs van een Vervoer op Maat-rit is gelijk aan het OV-tarief en wordt berekend aan de hand van zones. Elke deelgemeente van de stad is een zone. Bij vervoer binnen een zone hoeft de gehandicapte niet over te stappen. Wel wordt hij voortaan vaak vervoerd met andere gehandicapten die op hetzelfde moment vervoer nodig hebben. Een zogenoemde Intrastadslijn verbindt acht overstappunten in de verschillende zones met elkaar. Wie naar een andere zone wil, moet overstappen. Bij de overstappunten zijn wachtruimten die meer comfort bieden dan de gewone wachthuisjes van de RET. De huisjes zijn voorzien van een toilet en een telefoon. Ook is er een banenpooler die de wachtenden op allerhande manieren assisteert.

J. van Rosmalen, stafmedewerker Gehandicaptenbeleid van de Vereniging van Gehandicaptenorganisaties Rotterdam (VGR), heeft kritiek op de nieuwe regeling. “Het gehandicaptenvervoer is niet adequaat geregeld. Collectief vervoer ontneemt de gehandicapte een groot deel van zijn, toch al beperkte, vrijheid. Vervoer op Maat is alleen te gebruiken tussen negen uur 's ochtends en elf uur 's avonds. Verder is het systeem van overstappen erg omslachtig.”

Van Rosmalen heeft vooral problemen met het lokale karakter van de Wet Gehandicapten Voorzieningen. Gemeenten proberen volgens hem het gehandicaptenvervoer binnen de gemeente wel zo goed mogelijk te regelen, maar voor vervoer buiten de gemeentegrenzen is vaak geen aandacht en geen geld. In Rotterdam krijgen gehandicapten, naast Vervoer op Maat, de komende jaren driehonderd tot vijfhonderd gulden voor de eigen vervoerswensen. Dat geld is vooral bedoeld voor vervoer buiten de gemeentegrenzen. Van Rosmalen had liever gezien dat Vervoer op Maat kleinschaliger was opgezet, zodat er meer geld per gehandicapte over zou zijn voor individuele besteding.

“Maar ik wil Vervoer op Maat niet bij voorbaat kansloos achten. Over een jaar volgt een evaluatie. Ik hoop dat dan zoveel mogelijk gehandicapten uit Rotterdam mee kunnen praten over het nieuwe systeem.”