Dreunende kwartierslagen en glinsterende hoge nootjes; Intens orgelspel van Alain

Concert: Marie-Claire Alain, orgel en Ned. Philh. Orkest o.l.v. Roberto Benzi. Programma: C. Franck: Choral nr. 3; Symfonie; L. Vierne: delen uit Pièces de Fantaisie; F. Poulenc: Concert voor orgel, strijkers en pauken. Gehoord: 30/3 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 1/4.

Marie-Claire Alain, 's werelds beroemdste organiste die zondag in het Amsterdamse Concertgebouw was te horen in een Messiaen-concert, treedt deze week op bij het Nederlands Philharmonisch Orkest. Voorafgaand aan het Concert voor orgel, strijkers en pauken van Poulenc geeft ze een mini-recital met het Choral nr 3 van Franck en enkele delen uit de Pièces de Fantaisie van Vierne. Het eerste daarvan, Carillon de Westminster, is meteen een typische toegift: de dreunende kwartierslag van de Big Ben, steeds harder op de Boléro-manier, wordt afgezet tegen speels flitsende hoge nootjes, de uitbeelding van het glinsterend vlietende water van de Theems.

Dat stuk, nog gevolgd door juist heel klein gehouden uitvoeringen van de Toccata, de Impromptu en het Andantino, paste beter bij het karakter van het Maartschalkerweerdorgel dan Francks Choral. Voor dát soort volle werk is toch echt een Frans 'Grand-orgue' nodig mèt de bijbehorende galmende kerkakoestiek. In de zaal van het Concertgebouw krijgen heldere, hoge noten te weinig respons en worden ze snel overstemd door de lage tonen.

Toch kwam Alain, óók expert op het gebied van orgeltechniek, nog een heel eind en wist ze een wellustig gebruik te maken van de zwoele registratiemogelijkheden. Het altijd epaterende Concert van Poulenc, waarin het orgel het blaasorkest vormt en het symfonie-orkest soms wordt gereduceerd tot een voetnoot bij het orgel, kreeg een intense en door het orkest goed vertolkte uitvoering.

In Poulenc was dirigent Roberto Benzi overtuigender dan in de Symfonie van Franck. Het middendeel Alegretto was zeker wel fraai, maar in de luidruchtige hoekdelen met het symfonische volle werk vervalt hij snel tot holle oppervlakkigheid. Ik denk wel eens: was Benzi, nu 56 en al 45 jaar dirigent, maar altijd een wonderkind gebleven.