De zelfgekozen neergang van de Prince of Motown

“In 1980 trad hij op in Amsterdam. Mijn vriendin vroeg me of ik 's middags met haar meeging naar het Hiltonhotel.

Daar ontmoette ik Marvin voor het eerst. Ik was 22 en naïef, geen fan, ik kende hem niet eens als artiest. 's Avonds laat, na het optreden, werd ik gebeld. Marvin liet vragen of ik naar hem toe wilde komen. Ik ging naar zijn hotelkamer en voordat ik wist wat er gebeurde waren we aan het vrijen. Ik barstte in tranen uit. Verder vrijen kon op dat moment niet meer, zodat hij met me ging praten. Ik maakte die nacht kennis met een zachtaardig, introvert, spiritueel mens met een energie die me optilde en me in het diepst van mijn hart raakte.''

Aldus E., Nederlands, blond, feminien en woonachtig in Amsterdam. Haar ontmoeting met Marvin Gaye zou het begin worden van een driejarige omgang met wat restte van de Prince of Motown. Een samenzijn dat begon in Londen en eindigde in Oostende. De laatste maanden met hem vergleden in een destructieve roes van cocaïne-gebruik, waarin de desintegrerende persoonlijkheid van Marvin alterneerde tussen regressie en paranoia.

Vandaag is het tien jaar geleden dat Marvin Gaye door zijn vader werd doodgeschoten in zijn ouderlijk huis in Los Angeles. Eén dag voor zijn 45ste verjaardag. Gaye werd door all-time vriend en soulbrother Harvey Fuqua bij zijn vader en moeder weggehaald om aan zijn muzikale carrière te beginnen in Fouqua's herenzanggroep the Moonglows, waarna hij een aarzelende start maakte bij Berry Gordy's hitfabriek Tamla Motown in Detroit. Daar zou Gaye uitgroeien tot de meest raadselachtige, maar tevens meest consistent populaire artiest van Motown.

Met de vroeg overleden Tami Terrell zong hij in 1967 majestueuze, massief georchestreerde verklaringen van eeuwige liefde. Het ijzeren regime waarmee Berry Gordy zijn hitfabriek bestierde en zijn eis aan iedere artiest in zijn stal dat hun meezingers als warme broodjes het massapubliek bereikten, werd weerstaan door dezelfde Marvin Gaye die in 1971 de LP What's going on opnam. Op deze plaat, een sociaal bewogen statement, ging hij een eigen weg door de schuchtere en verwarrende atmosfeer van de gestolde jaren zestig tot uiting te brengen.

Daarna keerde hij niet zozeer terug naar het liefdeslied, als wel naar een vorm van eroticisme. Het onweerstaanbare Let's get it on, een enorme hit in 1973, was daar het meest sprekende voorbeeld van. Maar de jaren zeventig eindigen problematisch voor de Prince of Motown. Na twee scheidingen, belastingschuld, twee alimentaties en een breuk met Motown kon Gaye de situatie niet langer hanteren. Vol zelfverwijt en zelfmedelijden zag hij nog maar één mogelijkheid: de totale ontsnapping. Na een caravan op het Hawaiiaanse eiland Maui kwam hij in een huurflat in Londen terecht. Het was de Belgische impressario Freddie Cousaert die hem de reddende hand bood door hem van Londen naar Oostende te halen.

E. verhuisde mee uit Londen: “Marvin leefde heel teruggetrokken met zijn zoontje Bubby. We gingen niet uit, bleven veel binnen, soms lagen we dagen in bed, werden stoned. Hij zonk langzaam steeds verder weg in een diepe depressie. Hij was geobsedeerd door seks en vrouwen. Seks was een levensbron voor hem. In Amsterdam is hij eens kilometerslang in de tram blijven zitten achter een vrouw op wier billen hij bijna in trance was gefixeerd. Hij was iemand die slecht in staat was tot het verwerken van tegenslagen, teleurstellingen en afwijzingen uit het verleden. Hij kon zich niet openstellen voor de schaduwzijde van zichzelf. Daarin zat met name de onverwerkte relatie met zijn vader verborgen. Een man van wie hij liefde en respect verwachtte, maar nooit kreeg, en een man die hij verachtte. Hij was daarbij te trots om hulp te vragen. Met mij sprak hij altijd op een indirecte manier, nooit straight. Zijn enige directe uitingsvorm was zijn muziek. Dat was alles voor hem.”

Geleidelijk werd in Oostende een staat van depressieve indolentie verruild voor momenten van muzikale creativiteit, die wonderlijk genoeg steeds dichter bij een opnamesessie kwamen. De randvoorwaarden werden gerealiseerd door Freddie Cousaert. Geen mecenas, maar een wonderlijke combinatie van fan, manager, vaderfiguur en zakenman. Cousaert drukte zijn drenkeling dicht aan zijn borst en schermde hem possessief af van de boze buitenwereld. Resoluut en eigenhandig bepaalde hij wie Marvin wel en niet konden ontmoeten. Dat deed Marvin veel goed, alleen ging Cousaert te ver. Hij waande zich een alchemist, die zijn gevallen ster enerzijds doodknuffelde en anderzijds in hem een goudader zag die hij wilde delven.

Met lede ogen zag Cousaert aan dat met de komst van de zwarte begeleidingsmusici zijn greep op Marvin snel begon te tanen. Aan zijn harde mores had de gerecupereerde Gaye, nu onder oude bekenden, geen boodschap meer. Met een door bitterheid vervormd gezicht rationaliseerde hij in de onlangs uitgezonden BBC-documentaire Trouble man, the last years of Marvin Gaye zijn onmacht: “Fuqua en Banks brachten die Amerikaanse mentaliteit mee. Die L.A. attitude veranderde Marvin opeens in de asshole-type of guy, you know.” Hij zocht een huis dat Marvin kocht om er met Amerikaanse muzikanten te repeteren. Cousaert: “Ik denk dat ik daarmee een verkeerd besluit heb genomen. We raakten te ver van elkaar verwijderd. Ik heb het door mijn vingers laten glippen, door die mensen op het laatste moment toe te laten en hen met de credits te laten lopen.”

Een breuk leek hierna onvermijdelijk. Toen opeens bleek dat Gaye's verblijfsvergunning was afgelopen stak Cousaert geen poot meer uit. Gaye maakte zijn LP Midnight love af in een Duitse studio. Via omzwervingen langs Zwitserland belandde hij in een appartement in Parijs en hervatte zijn cocaïnegebruik. Ten slotte keerde hij via Brussel terug naar zijn vaderland, waar de nieuwe plaat inmiddels een hit was geworden. Mentaal een wrak zette hij als triomfator na twee jaar zelfverkozen isolement weer voet op Amerikaanse bodem en aan het eind van dat jaar nam hij zelfs een Grammy Award in ontvangst voor de hitsingle Sexual healing. Zijn laatste woorden op de uitreiking waren : “We're gonna try to give you more”. Daar zou het niet meer van komen. Marvin ontdeed zich van zijn oude contacten in de showbusiness, waartegen hij een wrok had ontwikkeld en omringde zich consequent met de verkeerde mensen. Het ging wederom bergafwaarts, en dit keer snel.

Kijkend naar de beelden van zijn laatste optredens in Amerika valt op hoe zijn ooit gracieuze bewegingen op het podium, hoofd fier omhoog geheven, de kleine elegante gebaren van de eens slanke gentleman-performer, zijn getransformeerd tot een wezenloze pose, hoofd naar beneden, het lichaam massief geposteerd, de benen in spreidstand gestrekt, de armen als een vogelverschrikker breeduit, zich vasthoudend aan de lucht. Een lichaamstaal die de totale ondergang uitschreeuwt.

Het einde kwam in een zelfgezochte oedipale confrontatie met zijn vader, die hij willens en wetens liet escaleren in de wetenschap dat de combinatie drugs en vuurwapens tot iets onherroepelijks moest leiden. Na zijn vader te hebben geslagen en tot het uiterste te hebben getergd, eerdere dreigementen negerend, kreeg hij de erkenning waar hij zijn leven lang om had gevraagd. Een einde als van een Griekse tragedie.

    • Hans Meulenbroek