Dakgoot eten in Welleseind; Restaurant Luilekkerland

Restaurant Luilekkerland. Oudewaalseweg 4, Welleseind. Do t/m zo 11-20u. Entree fl.12,50. Diner tussen de 40 en 70 gulden. Kindermenu f25,-.

Wie van plan is binnenkort naar het Brabantse dorp Welleseind te gaan, kan maar beter een week van tevoren stoppen met eten. Geen boerenkool meer, geen slagroompunt, geen yoghurt met muesli. Je maag moet helemaal leeg zijn als je Welleseind, vlakbij de Belgische grens onder Tilburg, binnenrijdt, er mag zelfs geen restje boterham met kaas meer inzitten. Want daar, aan de rand van dorp wordt zondag, eerste paasdag, een nieuw, ongewoon restaurant geopend, geen restaurant om keurig op een stoel gezeten kip met patat en appelmoes te eten, geen restaurant met als enige attractie een gekleurd parapluutje op het ijsje, maar een restaurant waarin het bord net zo lekker smaakt als wat er op ligt.

Aan het eind van het dorp, waar een weg met kinderhoofdjes stopt, doemt een witte berg op. Als het mooi weer is, glinstert hij. Het is een rijstebrijberg. Op de berg staat een groot bord. Welkom in Luilekkerland, zegt het bord. Ik bezoek Luilekkerland op een donkere dinsdagmorgen, anderhalve week voor de opening. De zon schijnt niet, er daalt een druilerige regen neer op de rijstebrij. De druppels slaan putjes in het zachte oppervlak. De brij walmt. Ik schrik. Zou ik me hier echt door heen moeten eten? Want zo is het overgeleverd: wie in Luilekkerland wil komen, moet zich eerst door de rijstebrijberg heeneten. Pas dan kom je in Luilekkerland, het mythische land Kokanje, waar gebraden kippetjes zo je mond in vliegen en zoete broodjes aan de bomen groeien. Ik heb wel trek in een gebraden kippetje, vooral in zijn knapperig bruine velletje, maar in deze vieze rijstebrij? Nee. Gelukkig is er een tunnel in de rijstebrijberg gegraven. En aan het eind van de tunnel is een kassa. Ik hoef geen rijstebrij te eten, ik moet 12 gulden 50 betalen, en dan ben ik in Luilekkerland.

Het eerste wat ik zie is een grote roze fontein, waar een heldere vloeistof uit spuit. Wat zou het zijn? Sevenup, champagne? Ik houd m'n mond onder de straal, maar teleurgesteld proef ik gewoon water. “Ja, hier moet je je handen wassen,” zegt een strenge stem, die bij een meneer hoort, bij meneer Kamerbeek, de zestigjarige eigenaar van Luilekkerland. “Kom maar snel mee, verderop staat echt een limonadefontein. En een warme-chocolademelkput.”

Meneer Kamerbeek troont me mee door een boomgaard. Twintig jaar geleden begon hij hier in Welleseind met zijn vrouw Germaine het restaurant Luilekkerland en hij is altijd met de mode meegegaan. Hij heeft gefondued en gegourmet en geraclet en gesteengrilled. Maar nu is hij daarmee gestopt. Nu moet restaurant Luilekkerland een echt Luilekkerland worden. Meneer Kamerbeek staat even stil en plukt iets roods uit een kale boom. “Ook een appeltje?” vraagt hij. Ik knik en pak en bijt en dan is het raak. Marsepein! “Ja, zegt meneer Kamerbeek. “Ik geloof in sprookjes. En als je in sprookjes gelooft dan moet je ze waarmaken. Voor het te laat is.” Ik pluk ook een appel, maar die is gewoon van appel. “Ja, die heb ik er ook tussen gehangen,” zegt meneer Kamerbeek. “Voor mensen die niet van marsepein houden.”

Tussen de bomen staat een huisje. Meneer Kamerbeek doet de deur open. De deurknop breekt af. Geeft niets, zegt meneer Kamerbeek. En hij neemt een hap van de deurknop. “Ook een stukje?” Meneer Kamerbeek breekt een stuk van de dakgoot af. “Hier.” Het is suikergoed, grijs, zoals een dakgoot betaamt, maar lekker. Meneer Kamerbeek wijst naar een grote schuur in de verte. “Daar is mijn koekebakkerij. We kunnen hier per dag wel 50 deurknoppen en 10 dakgoten vervaardigen.”

Aan de andere kant van de boomgaard, voorbij de warme-chocolademelkput en de kipperen, staat een grote boerderij, het vroegere restaurant van meneer Kamerbeek. De boerderij is nog steeds een restaurant, waar je heerlijk kunt eten. De fondueset en de steengril heeft Kamerbeek de deur uit gedaan. Germaine kookt nu wat zij, en de kinderen en kleinkinderen Kamerbeek, zelf lekker vinden, van boerenkool met worst tot omelet siberienne. Na afloop kunnen de gasten hun bord opeten, want dat is gemaakt van samengeperst maismeel. “Ik vind ze zelf niet zo lekker,” zegt meneer Kamerbeek, maar mijn kleinkinderen smeren ze vol stroop en dan kunnen ze er wel tien op.”

Het enige wat in dit Luilekkerland ontbreekt, zijn de gebraden kippetjes die je mond in vliegen. “We hebben het wel geprobeerd, maar dat bleek geen haalbare kaart,” zegt Kamerbeek. “Het werd een kliederboel. En bovendien lukte het nooit de vliegende kippetjes warm te serveren. Maar misschien verzinnen we er nog wat op.” Ik ga op het terras zitten. Een van de dochters Kamerbeek is bezig de limonadefontein aan te sluiten. Meneer Kamerbeek put een emmertje chocolademelk en Germaine hangt croissantjes tussen de struiken. Ik geniet van een groot bord bord met suikerstroop. Dan klinkt er een gil. Kleinkind Monique heeft het eerste paasei gevonden.

    • Bianca Stigter