Congres AbvaKabo zet bestuur op cruciaal punt de voet dwars

DEN HAAG, 1 APRIL. 'Bond in beweging' heette het vierdaagse congres van de AbvaKabo deze week in Den Haag. Maar op een cruciaal moment zette een ruime meerderheid van de 500 afgevaardigden de hakken krachtig in het zand. Ongetwijfeld tot opluchting van andere vakbonden uit de FNV-stal, want daar wordt het gepionier van de AbvaKabo op het terrein van de sociale zekerheid niet zonder bezorgdheid gadegeslagen.

Het congres gaf zijn zegen aan geleidelijke invoering van een ministelsel in de sociale zekerheid. Ook de beëindiging van de bemoeienis van de overheid met (bovenwettelijke) werknemersverzekeringen bij werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid vond genade in de ogen van het congres. Maar de bedrijfstakgewijze vaststelling van uitkeringen en premies door werkgevers en werknemers, zoals het bondsbestuur wilde, werd door het congres geblokkeerd.

Dat was een lelijke streep door de rekening van het bondsbestuur onder leiding van de herkozen voorzitter C. Vrins. Daar bestond in de AbvaKabo-top dan ook “geen blijdschap” over, zoals hij gisteren in zijn slotwoord beklemtoonde. Meer dan een jaar voorbereiding had het vierjaarlijkse congres gekost en langzaam maar zeker was in het bondsbestuur de gedachte gerijpt dat de bestaande werknemersverzekeringen moesten worden overgedragen aan de sociale partners. Van de overheid viel, na de recente ingrepen in WW en WAO alleen nog maar méér onheil te verwachten, dus konden sociale partners deze regelingen beter helemaal zelf in de hand nemen.

De overheid zou zich alleen nog garant behoren te stellen voor een fatsoenlijk basisniveau aan uitkeringen voor mensen zonder (kans op) werk. Voor aanvullende uitkeringen moesten werknemers en werkgevers voortaan zelf in de slag, net zoals dat nu in het CAO-overleg gebeurt met bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid.

Voor een transparante en doelmatige opzet van dit AbvaKabo-model was bedrijfstakgewijze aanpak “noodzakelijk”, zo onderstreepte bondssecretaris M.E.P. Caljouw in haar verdediging van het voorstel. Want dan kwam de verantwoordelijkheid te liggen waar zij thuishoorde, bij werkgevers en werknemers in de onderscheiden bedrijfstakken. Het gevolg zou dan weliswaar zijn dat er grotere verschillen in uitkeringshoogte en premieheffing tussen de sectoren zouden ontstaan, maar dat leek het bondsbestuur juist gewenst, want de risico's zijn ook niet overal gelijk. Bovendien kunnen vakbonden zich dan juist beter en wervender profileren in het CAO-overleg.

Echter, uitgerekend dit laatste punt slikte het congres niet. Op initiatief van de afdeling Delft koos een ruime meerderheid voor “één centrale verzekeringsorganisatie voor de werknemersverzekeringen” die de solidariteit tussen de sectoren moet waarborgen. “Het is niet aanvaardbaar dat bouwvakkers die door de aard van hun beroep een groter risico op arbeidsongeschiktheid lopen, zelf de financiële consequenties daarvan moeten opbrengen, terwijl de hele bevolking van hun werkzaamheden voordeel trekt”, aldus Delft.

Wat deze congres-uitspraak voor gevolgen heeft voor de opstelling van de AbvaKabo werd gisteren niet glashelder. “Het betekent in elk geval dat de overgang naar een nieuw stelsel nog geleidelijker zal gaan dan wij toch al voorstonden. We praten er nu eerst in FNV-verband verder over, maar ik zie nog wel mogelijkheden voor een stukje sectorale premiedifferentiatie, ook al moet van het congres de onderlinge solidariteit tussen de sectoren herkenbaar blijven”, aldus Caljouw.

De discussie over de sociale zekerheid illustreert het veranderde karakter van de AbvaKabo. Jarenlang had de bond een wat stoffig imago. Bij de fusie van de ambtenarenbonden uit de 'sociaal-democratische' en de 'katholieke' zuil in 1982 zat het tij tegen. Het land verkeerde in diepe crisis en het net aangetreden eerste kabinet-Lubbers predikte inperking van de collectieve sector ten behoeve van economisch herstel. Een korting van 3,5 procent op ambtenarensalarissen en uitkeringen leidde wel tot de grootste ambtenarenstaking die ooit in Nederland is gehouden, maar bood op korte termijn weinig soelaas, want de korting bleef 3 procent. En het ledental daalde.

Toch werd toen de kiem gelegd voor een zelfbewuster belangenbehartiging, waarbij de AbvaKabo zich niet langer probeert vast te klampen aan de trend in de marktsector, maar ook pogingen doet het voortouw te nemen, zoals in de discussie over de toekomst van de sociale zekerheid. Het resulteerde niet alleen in een forse ledengroei de afgelopen jaren (tot 308.000 leden nu bij de overheid, in de gezondheidszorg, bij nutsbedrijven en bij de geprivatiseerde PTT), maar leidde ook tot de invoering van een nieuw overlegmodel. De overheid kan de arbeidsvoorwaarden van haar ambtenaren sindsdien niet meer eenzijdig opleggen. In plaats daarvan wordt op basis van gelijkwaardigheid in acht sectoren onderhandeld tussen de 'overheidswerkgevers' en de ambtenarenbonden. De aanstaande uitbreiding van de Wet op de ondernemingsraden tot de collectieve sector vormt het voorlopige sluitstuk van deze 'gelijke behandeling' van ambtenaren en werknemers.

Een en ander betekent overigens niet dat de AbvaKabo voorlopig geen zorgen meer kent. Want om uit de actuele economische malaise te komen willen alle potentiële coalitiepartijen de komende jaren andermaal miljarden bezuinigen bij de overheid. En ook een royale meerderheid in de Sociaal-Economische Raad (SER) sprak zich daar twee weken geleden voor uit. Vrins zei begin deze week bij de opening van het congres dat het hem niet verraste dat de arbeidsvoorwaarden van de werknemers in de collectieve sector andermaal dienen “als schietschijf”. Maar hij waarschuwde er voor niet uit het oog te verliezen waarover het in werkelijkheid gaat. “Collectieve lasten zijn geen lasten, maar lusten. Onderwijs, gezondheidszorg, zorg voor ouderen. Maar blijkbaar vinden velen een tweede of derde vakantie in sneeuw of zon een nuttiger investering voor ons allen.”

Zelf wil de AbvaKabo de komende jaren vijf miljoen gulden steken in een grootscheepse reorganisatie binnen de eigen vereniging. Die telt nu nog 240 (lokale) 'afdelingen' en 34 op overleg met de werkgever georiënteerde 'groepen'. Maar beide werken langs elkaar heen, zegt bondssecretaris A.J.M. van Huygevoort, waarbij de afdelingsbesturen (die de vereniging draaiende houden) lijden onder een sterke vergrijzing en de groepen (die het CAO-overleg voorbereiden) de neiging vertonen zich nogal autonoom en categoraal op te stellen. “Als we dat niet veranderen wordt de AbvaKabo een nogal kleur- en profielloze vakbond.”

De bedoeling van de reorganisatie is de afdelingen en groepen te integreren. Daartoe wordt het aantal afdelingen teruggebracht tot ongeveer 50 en het aantal groepen tot 15. Ze moeten de ledengroei een nieuwe impuls geven en leiden tot betere dienstverlening. “Anders leggen we het af tegen de verzekeraars met hun rechtspositiepakketten, de wetswinkels en de bureaus voor rechtshulp”, zegt Van Huygevoort, die de komende twee jaar AbvaKabo-kantoren wil oprichten in een veertigtal regio's.

Vooral uit de met opheffing bedreigde kleine afdelingen klonk protest. “Ik ken alle leden persoonlijk. Ze groeten me op straat en ze weten me bij moeilijkheden te vinden. De vergaderingen worden goed bezocht en ik hou van de bondsvergoeding aan de afdeling net genoeg geld over om alle gepensioneerden met de jaarwisseling een fruitbakje te geven. Dat is straks allemaal voorbij”, zegt secretaris G.C. Veldhuis van de afdeling Haaksbergen (155 leden) die op zou moeten gaan in de nieuw te vormen afdeling Twente (circa 8.000 eden). Maar deze tegenbeweging haalde het niet.