Conflict dreigt op te laaien

ZOETERMEER, 1 APRIL. Het schippersconflict dreigt weer op te laaien, nu de verladersorganisatie EVO gisteren het advies voor een tijdelijke wettelijke regeling van de schippersbeurs voor het vrachtvervoer naar België en Frankrijk heeft afgewezen.

Dit advies werd gisteren door prof.dr. W. Albeda, bemiddelaar in het conflict met de binnenschippers, aan minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) aangeboden. De verladers weigeren tevens de periode van vier maanden waarin zij geen lading van de schippersbeurs haalden, nog voort te laten duren. Albeda had gevraagd deze gisteren afgelopen periode te verlengen tot er een tijdelijke wettelijke regeling zou zijn.

Behalve de verladersorganisatie EVO, wensen ook de federatie van expediteurs FENEX, de graanhandelaren, het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB), de vereniging van sleep- en duwbooteigenaren Rijn en IJssel, de Duwbakkenvereniging en de Federatie van Schippersbonden geen verlenging van de periode van vier maanden. De binnenschippers scharen zich grotendeels achter het advies van Albeda.

De problemen in de binnenvaart escaleerden in de zomer van 1993. Ruim 800 schippers legden het vrachtvervoer toen enkele weken volledig plat uit protest tegen de volgens hen onrechtmatige afkalving van de schippersbeurs. Van de zes miljoen ton lading die in 1990 nog via dit zogeheten toerbeurtsysteem Noord-Zuid werd aangeboden, verdween tot 1993 een derde deel, deels ook door de recessie.

Vorig jaar november tekenden overheid, binnenschippers, verladers en reders een intentieverklaring waarin zij zich bereid verklaarden de discussie over de toekomst van de schippersbeurs nog vier maanden voort te zetten. De verladers verplichtten zich in die tijd geen lading van de beurs te halen. De bemiddeling zou moeten leiden tot een convenant of een tijdelijke wettelijke regeling van de schippersbeurs, in afwachting van liberalisering van de binnenvaart door Europese regelgeving.

De verladers ontkennen dat een oplossing van het conflict vorige week dinsdag nabij was, zoals Albeda beweerde. Volgens hen gaat de onenigheid nog steeds over “essentiële punten” als het aantal tonnen dat via de beurs zou moeten worden verhandeld, commerciële samenwerkingsverbanden tussen de schippers en de omgang met buiten de beurs om afgesloten contracten.