Boogie Chill

Nog voordat het geluid van de eerste gitaaraanslag goed en wel tot je is doorgedrongen, ben je al begonnen een paar keer snel achter elkaar met je vingers te knippen alsof je een naam of gezicht in je herinnering probeert wakker te roepen.

Dan begin je erbij met je hoofd te schudden alsof wat je net even kwijt was je zojuist weer te binnen is geschoten ('ja ja, natuurlijk, hoe kon ik dat vergeten') en je nek en schouders en ten slotte je hele bovenlichaam schudden mee - eerst onmerkbaar bijna, maar al snel sneller en sneller, tot je er van pure opwinding bij moet gaan staan.

Maar het is alsof je direct vanuit je stoel op een lopende band wordt gezet en alle zeilen moet bijzetten om tenminste op dezelfde plaats te blijven. Hoe 't voelt? Voelt goed! Voelt heel goed! Hoe langer het duurt, hoe langer je wilt dat het duurt. Hoe gretiger je ledematen zich schikken naar de dwang van het ritme, hoe meer stukken van je geest er worden losgetrild - om zich buiten jezelf aaneen te voegen tot een schitterend droomschip dat dansend op de golven naar de einder vaart.

Op dat moment ben je een schakel geworden in The Great Chain Of Boogie, die de House van de jaren negentig verbindt met de Breakdance van de jaren tachtig, met de Pogo en Disco van de jaren zeventig, met de 1001 dansen van de jaren zestig, met het gooi-en-smijtwerk van de rhythm & blues en het rockabilly-gestuiter van de jaren vijftig, en die via New Orleans, Haiti en Afrika ondergronds doorkronkelt tot het moment dat de slang in het Westerse Paradijs Eva de Watusi leerde en in het Oosterse Paradijs zichzelf in de staart beet.

Hij heeft ook onmiskenbaar de kop van een slang, of een ander reptielachtig wezen dat eruit ziet alsof het ouder is dan de aarde zelf en dus ook van elders moet zijn gekomen, en waarvan de ogen alleen verlicht worden door de koudbloedige wijsheid van het pure instinct om te overleven: John Lee Hooker, die in 1948 vanuit Detroit, Michigan, door middel van de gitaarriff van Boogie Chillen de door bijna twintig eeuwen christendom en vier eeuwen 'cogito ergo sum' verlamde benen weer op boven beschreven wijze in beweging wist te krijgen. Wie had gedacht dat hij de dans ontsprongen was hoort al snel het vanuit de prehistorische diepten van Hookers middenrif opborrelende How-how-how-how achter zich, en danst wat hij kan.

Zoals het stotterende gitaarloopje bij elke herhaling groter lijkt te groeien - in gedachten hoor je er eerst een bas bijkomen en drums en een tweede gitaar, en dan ook nog eens blazers, strijkers, stoomfluiten, het geluid van startende motoren, oprukkende mensenmassa's, het wisselen der seizoenen -, zo sleept de tekst met terugwerkende kracht het meest vitale deel van onze hele moderne cultuurgeschiedenis achter zich aan. My momma won't allow me just to stay out all night long (bis) / I didn't care she won't allow, I went boogie woogie anyhow. Dit is, verteld in de taal van een aftelrijmpje, de freudiaanse versie van de oerscene van de rock 'n' roll en alle heilige heibel die er het gevolg van is. One night I was laying down / I heard momma and poppa talkin' / I heard poppa tell momma, 'let that boy boogie woogie' / 'Cause it's in him and it's got to come out'. Vanaf dat moment - en dat moment komt steeds weer terug omdat het elke nacht weer veroverd moet worden op de wanhoop die telkens als een vederlichte bokser voor je neus komt staan dansen en roepen 'kom op dan! kom op dan! probeer me dan 'ns te raken!' - vanaf dat moment zijn we allemaal kinderen van de boogie. Boogie Chillen!

Later laat Hooker het aan de praat houden van de als een mantra in al zijn nummers doorvibrerende boogie-riff over aan zijn sergeant Eddie Kirkland, zodat hij zelf de handen vrij heeft om te laten horen dat er onder de boogie nog iets anders in 'm zit dat er uit moet en dat zich al als een verschrikt kind in de titel van zijn oer-boogie verscholen had; de koude rillingen van The Chill. Momma en Poppa zijn nu in geen velden of wegen meer te bekennen. Het kind is zolang het zich kan herinneren volstrekt alleen geweest en verloren. Down child, down child / I've been down all my days.

Hij zingt het twee keer maar de traditionele concluderende derde regel ontbreekt. In de blues van John Lee Hooker zijn alle eerdere afspraken ongeldig verklaard, en er wordt niet onderhandeld. Hij heeft geen tijd voor formaliteiten: dit is geen oefening, ik herhaal, dit is geen oefening. Degene die je ooit in een ver verleden zo lafhartig hebt verraden, staat plotseling in de hal van je huis met zijn grote handen als een schroef om je nek en deze keer is het geen nachtmerrie. I need somebody to help me / I ain't got no home / Highway highway all my days. Geen dag langer, is de boodschap, want met ingang van heden ruilen wij van leven.

Niemand kan zo boos boos zijn als Hooker en niemand klinkt zo gevaarlijk als Hooker als hij boos is. I've been pushed away people / from door to door / ain't had nobody feel for me / please somebody / please help me / out of the shape I'm in. Mocht je overwegen het sinistere glimmen van metaal in zijn broeierige gegrom te negeren, dan adviseert zijn gitaar je om vooral de tijd te nemen daar nog eens over na te denken - een kwart seconde de tijd ongeveer.

Terwijl Eddie Kirkland als een onthoofde ruiter op een ziek paard om het huis heen sjokt, hoor je hoe John Lee Hooker zijn gitaar in het donker binnen een minuut uit elkaar haalt en weer in elkaar zet, voor hij een spervuur van jankende tonen op je voordeur loslaat. Dan is het, op het dreigende getik met de punt van zijn laars op de veranda na, even angstig stil. Hij denkt even na, zoals een samoerai tijdens een zwaardgevecht nadenkt over de volgorde van de vernederingen die hij zijn tegenstander zal laten ondergaan voordat hij aan de coup de grace toe is. Ah, hij weet het al, en hij graait bijna dwars door de snaren heen diep in de klankkast van zijn gitaar op zoek naar die serie extra gemene noten die hij voor deze speciale gelegenheid bewaard had. Waren het deze? (Au! Au!) Of deze misschien? (Au! Au! Au!).

Er dolen spoken rond in de pijnlijke gesprekken die Hooker met zijn gitaar voert: skeletten vallen kletterend uit de kast, klopgeesten teisteren het hout, banshees glijden gillend langs de hals naar beneden. Oh Lord my baby gone, verzucht hij, ontroostbaar in zijn woede. Have mercy, roept dan een andere stem, die van Eddie Kirkland, die de ravage die zijn baas heeft aangericht niet meer aan kan zien en plotseling pas op de plaats maakt - zodat alleen Hookers stem je aan het slot als een kille nachtwind in je gezicht blaast. Down child all my days.

Nietzsche schreef eens: 'Voor u is een grote gedachte misschien zoiets als een rijtuig dat vlak langs uw huis rijdt en de kopjes in de kast doet dansen op hun schoteltjes. Maar ik zit in het rijtuig, en soms ben ik het rijtuig zelf.' Vervang 'een grote gedachte' door 'de boogie' en 'rijtuig' door 'Rijtuig' en denk aan John Lee Hooker. How-how-how-how.

    • Roel Bentz van den Berg