Vluchtige element 106 gaat wellicht seaborgium heten

Element 106, dat in 1974 voor het eerst werd waargenomen, zal eindelijk een naam krijgen. Een voorstel daartoe is ingediend door fysici van het Lawrence Berkeley Laboratorium in Californie. Zij stellen voor het element seaborgium te noemen, naar de Amerikaanse chemicus en atoomfysicus Glenn Theodore Seaborg die op 19 april 82 jaar hoopt te worden. Seaborg was nauw betrokken bij de ontdekking van de elementen 94 (plutonium, in 1940) tot en met 102 (nobelium, 1958). De naam werd bekend gemaakt tijdens de bijeenkomst van de American Chemical Society die onlangs in San Diego werd gehouden.

Het zwaarste element dat in de natuur voorkomt is uranium. Het heeft het atoomnummer 92, hetgeen betekent dat zijn atoomkernen 92 protonen bevatten (en er dus rond die kernen 92 elektronen draaien). In de afgelopen vijftig jaar hebben onderzoekers echter een hele serie kunstmatige elementen zwaarder dan uranium gemaakt, zogeheten transuranen. Dat gebeurde onder andere door het door botsingen laten versmelten van lichtere kernen. De zware atoomkernen zijn echter onstabiel en vallen soms al in een fractie van een seconde uiteen. Dat maakt het heel moeilijk om ze te detecteren.

Onderzoekers van het Lawrence Berkeley Laboratorium hadden in 1974 langs deze weg het vluchtige element 106 gemaakt. Maar toen het om de naamgeving aankwam, claimde het instituut voor kernonderzoek in Dubna (Rusland) het element ook te hebben ontdekt. De slordige boekhouding van beide partijen maakte het heel moeilijk te bepalen welk laboratorium nu het eerste was geweest. Begin 1992 bepaalde de Transfermium Werkgroep van de International Union of Pure and Applied Physics (IUPAP) dat de eer aan de Amerikanen toekwam. Maar de naamgeving zou moeten wachten totdat het bestaan van het element door een tweede experiment was bevestigd.

Dit experiment werd vorig jaar augustus verricht. Ken Gregorich en zijn collega's schoten toen zuurstofatomen die versneld waren in een kleine cyclotron op een doelwit van californium. Van de miljard atoomkernen die hierbij per uur werden geproduceerd was er een van element 106, dat echter in 0,9 seconde weer uiteenviel in lichtere kernen. Toch kon het element in de loop van drie dagen negen maal worden gedetecteerd, ruimschoots voldoende om aan de eis van 'waarneming' te voldoen.

Hoewel er nu een naam is voorgesteld, wil dit niet zeggen dat die automatisch wordt toegekend. De uiteindelijke aanbeveling wordt gedaan door de Commissie voor Anorganische Nomenclatuur van de International Union of Pure and Applied Chemistry (IUPAC), een zusterorganisatie van de IUPAP. En intussen is de strijd rond de ontdekking (en dus naamgeving) van nog enkele andere transuranen ook nog in volle gang. De onzorgvuldige boekhouding van wetenschappers tijdens de Koude Oorlog geeft de commissies nu handen vol werk.

    • George Beekman