Terug naar leefbaar Oegstgeest

OEGSTGEEST. “Als er een aardverschuiving is geweest, dan was dit dorp het epicentrum”, zegt de vertrekkende wethouder met een mengeling van afgrijzen en, toch ook wel, trots. Hij heeft alle verkiezingsuitslagen afgespeurd, tot diep in Zuid-Limburg, en hij heeft gezien dat in heel veel gemeenten winst is geboekt door lokale partijen. Maar nergens heeft het college van burgemeester en wethouders zo op zijn falie gehad als hier. Tweeënveertig procent van de kiezers gaf op 2 maart zijn stem aan Leefbaar Oegstgeest, een partij die pas zes maanden tevoren was opgericht door verontruste burgers.

Ja, er is geknarsetand, die avond toen ze de uitslagen hoorden, door de wethouders en de zittende leden van de raad. Er is gehuild, hier in het gemeentehuis. En de burgemeester zei twee dagen later, nog altijd woedend, in het Algemeen Dagblad een paar dingen die hij misschien beter niet had kunnen zeggen. Dat Oegstgeest bevolkt wordt door “monomane mensen die hebben doorgeleerd” en daarom vinden dat ze overal verstand van hebben. Mensen die alleen maar denken aan hun eigen kleine belangetjes en die hun dorp daarom precies zo willen houden als het is. Zonder nieuwe woningen, zonder nieuw winkelcentrum en zonder nieuw gemeentehuis.

Die uitspraken hebben de toch al tanende populariteit van de eerste burger weinig goed gedaan. Om te voorkomen dat hij de geschiedenis ingaat als de Van Hall van de geestgronden is hij voorlopig niet meer beschikbaar voor commentaar. Blijft de vraag: had hij ook ongelijk?

“Je moet vaststellen dat in deze welvarende gemeente een algemeen gevoel van onvrede heerste,” zegt wethouder Kohlbeck vriendelijk en bijzonder kalm. “De plannen voor een nieuw raadhuis hebben daarin voor een stroomversnelling gezorgd. Men wil hier stil en mooi blijven wonen. Veilig in de oorschelp van de Heer.” Ton Kohlbeck had zijn vertrek al lang voor de verkiezingen aangekondigd en ook daarom lukt het vermoedelijk om enige afstand te bewaren. Evengoed is hij veertien jaar bestuurder geweest en zag hij als geen ander de noodzaak van een modern gemeentehuis. Het oude, dat er uitziet als een klein kasteel met zijn even karakteristieke als inefficiënte torentjes, had dan opgedeeld kunnen worden in luxe appartementen of verkocht als representatieve kantoorruimte. “Wanneer je wilt weten waar de initiatiefnemers van Leefbaar Oegstgeest vandaan komen, hoef je alleen maar hier uit het raam te kijken”, zegt de wethouder. “Ze wonen in de lanen rond het huidige gemeentehuis”.

Na die woorden zouden we normaal gesproken zijn opgestaan uit de zetels van de collegekamer om een blik te werpen op de statige villa's rondom het Wilhelminapark. In dit geval was dat niet nodig. In één van die huizen ben ik namelijk geboren. Ik kan ze wel dromen, de boomrijke lanen, de parkjes en de perkjes, de beschaafde winkels en de beleefde winkeliers. Aan het begin van de jaren zestig werd in rijk en rustiek Oegstgeest al hevig actie gevoerd tegen een dreigende annexatie door arm en krapbemeten Leiden. Die ging niet door, maar zoals alle dorpen in de Randstad verstedelijkte het ook op eigen kracht. Ik heb de laatste boerderijen zien verdwijnen en de eerste flats zien komen. Daarna het winkelcentrum, de scholengemeenschap en de bibliotheek, het buiten- en het binnenbad. Inmiddels zijn de twee oude kernen, die van het villa- en het boerendorp, geheel versmolten en is ook de polder aan gene zijde van het kanaal bebouwd. Geen weiland meer te zien. Tulpen alleen nog in tuinen.

Leefbaar Oegstgeest vindt blijkens het partijprogramma dat nu “de grens van het verstedelijken” is bereikt. Het huidige gemeentebestuur is er niet in geslaagd dit aan de rest van de regio duidelijk te maken. Daarom moet het college zijn bevoegdheden op het gebied van de ruimtelijke ordening aan de raad teruggeven en krijgt het ook geen mandaat meer om met andere gemeenten over bouwplannen te onderhandelen. Oegstgeest moet zijn “eigen, historische karakter” behouden. Vooral aan de rand van het dorp moeten groengebieden blijven, zodat het niet kan versmelten met de buren.

Wethouder Kohlbeck: “Natuurlijk vind ik het ook jammer dat er zoveel groen verdwenen is, maar Oegstgeest is niettemin heel leefbaar gebleven. Er is in dit deel van het land nu eenmaal een enorme behoefte aan woonruimte. Vanuit Leefbaar Oegstgeest wordt gezegd: 'Dan gaan ze maar naar de Veluwe'. Daar ben ik het niet mee eens. We moeten binnen de regio elkaars noden dragen. Leiden doet onze vuilverbranding, wij moeten weleens voor hen bouwen. Men zegt ook: in de laatste tien jaar is een derde van ons dorp versteend. Dat klopt. In die periode is er een hele nieuwe wijk verrezen. Maar wat ik niet begrijp is dat ook in die wijk de meeste stemmen naar Leefbaar Oegstgeest zijn gegaan. Die mensen wonen daar juist dankzij de verstening!”

Het probleem van Oegstgeest zou wel eens exemplarisch kunnen blijken. Partijen die zich oriënteren op een landelijk perspectief praten in de gemeenteraad als het er op aankomt volstrekt langs de vertegenwoordigers van exclusief lokale partijen heen. Binnen is binnen, vol is vol, wij hebben onze eigen grenzen. Wat het kabinet over Nederland zegt, zegt de gemeenteraad straks over Oegstgeest. De vraag lijkt me dan ook of de in gang zijnde bestuurlijke decentralisering zich wel verdraagt met de onstuimige groei van lokale partijen. PvdA-leider Kok wees ze voor de gemeenteraadsverkiezingen nog streng af als “kampioenen van vrijblijvendheid, die geen verantwoordelijkheid willen voor het totaal”. Maar na hun enorme opmars op 2 maart deden de duo-voorzitters van de PvdA, Vreeman en Rottenberg, een oproep om samen te werken en kondigden ze zelfs een onderzoek naar de mogelijkheid van een dubbel-lidmaatschap aan. Bijna-ex-wethouder Kohlbeck, ook PvdA, denkt dat Leefbaar Oegstgeest de komende jaren nog wel kennis zal maken met de 'weerbarstigheid van het dagelijks bestuur' maar gelooft niet dat de partij snel weer zal verdwijnen.

“Het is geen pure protestpartij, geen CD voor de rijken. Er zitten bijzonder gisse mensen in, sommige al wat ouder of zelfs gepensioneerd, maar heel actief, met veel ervaring in bedrijfsleven en ambtenarij. Ze hebben knap campagne gevoerd. Ze beschikken over hechte netwerken via de Lions, de hockey- en de tennisclub. Ze hebben nu al veel meer leden dan de gewone partijen en nóóit last van Den Haag. Want hoe goed je het in je eigen gemeente ook doet, dáár kunnen ze je imago verpesten. Oegstgeest heeft nu voor meer groen gestemd en stemt straks, op 3 mei, voor meer groei, op VVD en D66.”

Oegstgeest zou ook wel gek zijn om dat niet te doen, als die mogelijkheid wordt aangeboden. Wie zou het dorp van zijn jeugd niet ongerept willen bewaren? Leefbaar Oegstgeest hoeft van mij geen regeringsverantwoordelijkheid te dragen. De grote partijen hebben een visie nodig op Oegstgeest.

    • H.M. van den Brink