Slovenie; De val van een volksheld

Voor Janez Jansa is de cirkel rond. Zes jaar nadat Jansa in Ljubljana de gevangenis indraaide wegens het publiceren van geheime documenten, zette het Sloveense parlement hem dinsdag af als minister van defensie - na een schandaal dat volgde op de publikatie van geheime documenten.

Janez Jansa had in Slovenië de status van held sinds 1988, toen hij - dissident (voor zover daarvan in het relatief liberale Slovenië sprake kon zijn) en journalist - in het blad Mladina geheime documenten openbaar maakte waaruit bleek dat het federale Joegoslavische leger plannen beraamde voor een staatsgreep tegen het bewind van de liberaal-communistische partijchef Milan Kucan. Jansa kwam met drie anderen - onder wie de onderofficier die de documenten had ontvreemd - voor de rechter en werd na een proces achter gesloten deuren veroordeeld tot anderhalf jaar gevangenisstraf.

De rechtszaak maakte Jansa tot Sloveniës belangrijkste martelaar en was een belangrijke mijlpaal in het proces dat uiteindelijk leidde tot de Sloveense onafhankelijkheidsverklaring van juni 1991: het verenigde de Slovenen als één man achter het vanuit Belgrado bedreigde bewind van Kucan. Hier immers werd door 'de Serviërs' een Sloveen veroordeeld, nota bene in Ljubljana, in een proces waarop de Sloveense autoriteiten zelf niet eens invloed hadden en over een zaak die een coup tegen die autoriteiten betrof. Het proces mocht niet eens in de eigen taal, het Sloveens, worden gevoerd. Voor de Slovenen stond in de zomer van 1988 niet Janez Jansa maar Slovenië zelf terecht voor die militaire rechtbank in Ljubljana.

Na de uitroeping van de Sloveense onafhankelijkheid op 25 juni 1991 werd Jansa minister van defensie. Twee dagen na de uitroeping viel het federale Volksleger aan en kwam het tot een tiendaagse oorlog, waarin Jansa's amateurlegertje een klinkende zege behaalde. Sloveniës onafhankelijkheid is sindsdien niet meer serieus aangevochten. De heldenstatus van Janez Jansa, de jonge minister in battle dress, steeg zo mogelijk nog meer.

Als overal in de landen van het voormalige socialisme heeft het ooit tegen de dictatuur gevormde eenheidsfront ook in Slovenië niet standgehouden. In het nieuwe pluralistische partijenlandschap kwam Jansa aan de rechterzijde terecht. Hij richtte een eigen sociaal-democratische partij op, die bij de laatste verkiezingen vier van de negentig zetels in het parlement behaalde. Politiek concentreerde zich Jansa sterk op een kruistocht tegen ex-communisten. Zijn belangrijkste doelwit was president Milan Kucan, de ex-partijchef die in de jaren tachtig had aangetoond eerst Sloveen en daarna pas communist te zijn en wiens tolerantie in die jaren hem zoveel populariteit opleverde dat hij de eerste vrije presidentsverkiezingen won.

Jansa's campagne tegen Kucan sloeg een bres in zijn populariteit: critici verweten hem een heksenjacht. Ze verweten hem bovendien autoritair en ondemocratisch optreden en machtsmisbruik. Jansa weet die beschuldigingen aan “diegenen die in mafia-stijl Slovenië decennia lang met bajonetten hebben geregeerd”.

Midden deze maand kwam het blad Mladina - hetzelfde blad dat zes jaar geleden de documenten publiceerde die tot Jansa's proces leidden - met een artikel vol beschuldigingen tegen Jansa. Ze waren afkomstig van Milan Smolnikar, een voormalige medewerker van het ministerie van defensie, en waren onder andere gebaseerd op geheime documenten die aantoonden dat Jansa onwettige middelen gebruikt tegen kritische journalisten. Leden van een veiligheidsdienst van Jansa's ministerie hielden daarop Smolnikar aan en 'verhoorden' hem zodanig dat hij in het ziekenhuis belandde.

Daarmee bezegelden ze Jansa's lot, want dat waren methoden, zo schreef het blad Delo, die doen denken aan een bananenrepubliek. Het incident leidde tot beschuldigingen en onthullingen over het bestaan en het optreden van geheime of semi-geheime spionage- of veiligheidsdiensten binnen Jansa's ministerie en tot een heus politiek schandaal. Zes jaar geleden ondertekenden 's lands intellectuelen petities voor Jansa's vrijlating - vorige week ondertekenden intellectuelen (onder wie een van zijn medebeklaagden van 1988) petities voor zijn ontslag. Jansa ontkende de aantijgingen, beschuldigde Smolnikar van diefstal van de geheime documenten, wilde van illegale praktijken niets weten en bestempelde de zaak als een politiek complot van ex-communisten.

Het mocht niet baten. Na een onderzoek van een speciale commissie van het parlement besloot premier Janez Drnovsek het parlement te vragen Jansa te ontslaan - een verzoek waaraan dinsdag gevolg werd gegeven. Vijfduizend aanhangers van Jansa demonstreerden op het plein voor het parlementsgebouw in Ljubljana luidruchtig voor Jansa, maar dat protest maakte geen indruk meer.