Radijsplant resistent tegen schimmel door aspirientje

Het aspirientje heeft er weer een toepassing bij. Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt dat een geringe hoeveelheid van het werkzame bestanddeel, salicyl zuur, radijsplantjes resistenter kan maken voor sommige schimmelinfecties. Het exacte werkingsmechanisme is nog niet opgehelderd, maar de resultaten maken het mogelijk dat ook planten over een soort immuunsysteem beschikken.

De teelt van radijs is een gespecialiseerde bezigheid. De tuinders die zich hierop toeleggen verbouwen niets anders in hun kassen. Het duurt ongeveer een maand voordat uit zaad weer radijsjes geoogst kunnen worden, zodat bijna tien oogsten per jaar mogelijk zijn. Dit soort bedrijfsvoering op volle grond of steenwol is erg gevoelig voor steeds wederkerende infectieziekten. Bij de teelt van radijs zijn het vooral bepaalde schimmels van het geslacht Fusarium die een schadepost vormen. Na infectie veroorzaken ze verwelking van de bladeren, waarna het radijsje niet meer groeit.

Tot nu toe was het regelmatig steriliseren van de grond met methylbromide of stoom eigenlijk de enige mogelijkheid om al teveel schade te voorkomen. Methylbromide mag uit milieuoverwegingen niet meer algemeen toegepast worden. In door stoom gesteriliseerde grond kunnen andere infectieziekten vaak razendsnel om zich heen grijpen, terwijl het ook een tamelijk dure methode is. Voor prof. Van Loon van de vakgroep Botanische Oecologie en Evolutiebiologie was dit reden genoeg om alternatieve mogelijkheden te bekijken. In samenwerkingmet de zaadleverancier S en G Seeds (voorheen de Zaadunie) uit Enkhuizen onderzocht hij een milieu-vriendelijker methode gebaseerd op de toevoeging van bodembacterien. Uit eerder onderzoek was namelijk gebleken dat de groei van radijsjes bevorderd kan worden door de toevoeging van bepaalde soorten bodembacterien van het geslacht Pseudomonas.

Uit het onderzoek aan de universiteit van Utrecht (van de vakgroep) kwam al snel naar voren dat deze bacterien ook in staat zijn de weerstand van de plantjes tegen infectieziekten te verhogen. Fractionering leerde dat fragmenten uit de celwand van de dode bacterien en door de bacterien gesynthetiseerd salisyl zuur hiervoor verantwoordelijk zijn. De bescherming is niet absoluut. In situaties waarbij zonder behandeling tot 80% van de plantjes door infectie met Fusarium zou zijn aangetast, zorgde de toevoeging van een uiterst minieme concentratie (0,00001 microgram/per plantje) zuiver salicylzuur voor een daling van het aantal zieke radijsjes met gemiddeld 20%. De resultaten duiden er op dat planten beschikken over een soort immuunsysteem, dat door bepaalde stoffen, zoals celwandfragmenten van bacterien en salicyl zuur, kan worden geactiveerd. Op eigenlijk dezelfde wijze als vaccinatie bij mensen, worden de plantjes hierdoor minder gevoelig voor andere infecties. “Langs deze weg zou in theorie een extra opbrengst van tien tot twintig procent gehaald kunnen worden”, zegt Van Loon. “In een tak waar de centen worden geteld is dat belangrijk.”

In de praktijk zal zuiver salicyl zuur niet worden gebruikt. In de grond blijken namelijk nogal wat bacterien voor te komen die het afbreken, voordat het kan worden opgenomen door de wortels van de radijsjes. Een reele optie is wel om salicyl zuur producerende Pseudomonas bacterien aan het gewas toe te voegen, die uit zichzelf de wortels van de plantjes opzoeken. Hierna wordt het zuur zo dicht in de buurt van de wortels uitgescheiden dat de andere bacterien de kans niet krijgen om het af te breken. Met steun van de Europese Gemeenschap is S en G Seeds reeds bezig met het in kassen testen van een bepaalde Pseudomonas fluorescens stam. De eerste resultaten wijzen er op dat de stam onder praktijkomstandigheden voldoet. Of de bacterie ooit als commercieel produkt verkocht zal gaan worden is nog niet te zeggen.