Rabbi's overschrijden de rode lijn

TEL AVIV, 31 MAART. Zelfs politici die voor het behoud van Erets-Israel, het land van Israel, door het vuur gaan, zijn geschrokken van de oproep van vooraanstaande rabbijnen aan soldaten om orders te weigeren ter evacuatie van joden uit het centrum van Hebron.

Premier Yitzhak Rabin, die als ex-opperbevelhebber het belang van militaire discipline hoog schat, reageerde gisteren fel op deze rabbinale overschrijding van deze rode lijn in de Israelische samenleving, nog voordat hij de joden in Hebron de wacht heeft aangezegd. Met hun opruiende uitspraak zaaien de rabbijnen volgens hem de kiem voor het uiteenvallen van Tsahal, het leger, dat hij omschreef als “de ruggegraat van de Israelische democratie”.

“Wie oproept tot een botsing met het leger staat buiten het volk”, zei Rabin. En Moshe Shahal, de vinnige minister van politie, beschuldigde de rabbijnen er vanmorgen van “tot een opstand op te roepen.” Er zijn al politici die de juridische adviseur van de regering hebben gevraagd na te gaan of de rabbijnen op grond daarvan voor de rechter kunnen worden gesleept.

Ultra-nationalistische politici, die hun sporen in het leger hebben verdiend, deelden gisteren Rabins verontwaardiging en bezorgdheid. Reserve-generaal Raful Eitan (ex-opperbevelhebber), leider van de nationalistische Tsomet-partij, bezwoer de soldaten uitsluitend orders van hun superieuren uit te voeren en zich niet in de war te laten brengen door rabbinale uitspraken. Ook Binyamin Netanyahu, de Likud-leider met een staat van dienst achter zich in een van Israels beroemdste elite-eenheden, gooide zijn politieke gewicht tegen de rabbijnen in de strijd.

Een van de oudgedienden van de sedert 1967 in verval geraakte nationale religieuze partij, Josef Burg (voormalig minister), heeft gisteren op verontwaardigde toon tegengas gegeven, maar in deze kringen telt het heel zwaar dat ex-opperrabbijn Avraham Shapira tot de initiatiefnemers behoort van de psak halacha die tot militaire ongehoorzaamheid oproept. Volgens Burg is de uitspraak niet gebiedend omdat het in Hebron om een politieke zaak gaat en daar hebben de rabbijnen, volgens de joodse religieuze traditie niets mee te maken.

De schade is echter al aangericht. Mocht uit Jeruzalem het bevel komen tot ontruiming van de joden uit het centrum van Hebron over te gaan, dan weten religieuze soldaten dat er invloedrijke rabbijnen zijn die hun eventuele weigering de order uit te voeren zullen toejuichen. Het Israelische opperbevel kan daar, nadat de rabbijnen hebben gesproken, niet meer omheen.

Bij het kiezen van militaire eenheden die joden uit Hebron - na Jeruzalem de tweede heilige joodse stad - moeten zetten zal weloverwogen te werk moeten worden gegaan. Eenheden waarin veel religieuze soldaten dienen zijn bij voorbaat door de rabbinale uitspraak gedemoraliseerd en beschikken niet over het geestelijke uithoudingsvermogen om 'de strijd' tegen de zich op god beroepende kolonisten aan te gaan. Deze meest ondankbare taak die een Israelische soldaat zich kan wensen zal extra moeilijk zijn omdat onder anderen de ex-Likud minister van defensie Ariel Sharon tot een geweldloze actie van burgerlijke ongehoorzaamheid in Hebron heeft opgeroepen.

In deze geëxalteerde sfeer wordt het probleem Hebron de lakmoestest voor de vredespolitiek van de regering-Rabin. De Israelische leider zou er een kapitaal voor over hebben als hij deze krachtmeting uit de weg zou kunnen gaan. Zijn vredestactiek was er op gebaseerd de kwestie van de joodse aanwezigheid in de Palestijnse autonomie op een zo laat mogelijk tijdstip aan te snijden. Zo was het in het akkoord van Oslo tussen Israel en de PLO bepaald.

Het bloedbad in de moskee in Hebron, op 25 februari, heeft een dikke streep door deze politieke rekensom gezet. Om de PLO weer op het vredesspoor te brengen en Yasser Arafats bij zijn volk in de bezette gebieden zwaar geschonden prestige wat op te vijzelen, betaalt Rabin de prijs van de plaatsing van internationale waarnemers in de straten van Hebron.

Gelijktijdig staat hij voor de beslissing tot ontruiming van de joodse nederzetting in het centrum van Hebron over te gaan. De massamoordenaar Baruch Goldstein uit de joodse wijk Kyriat Arba bij Hebron heeft met zijn schoten in de moskee meer schade berokkend aan de zaak waarvoor hij zich opofferde dan hij kon voorzien.

De oproep van rabbijnen aan soldaten zich niet te vergrijpen aan joden in Hebron is een symptoom van de geestesnood van velen hier die na 1967 een rotsvast geloof hebben ontwikkeld in de ondeelbaarheid van Erets-Israel. Bijna een kwart eeuw hebben rabbijnen - niet alle - deze boodschap onder het volk van Israel in messiaanse termen uitgedragen. Nu door veranderende politieke omstandigheden het uur van de waarheid met rasse schreden nadert is de paniek in de extreem-nationalistische rabbinale kringen zo groot dat het doel de middelen lijkt te heiligen.

Het oproepen tot militaire ongehoorzaamheid door vooraanstaande rabbijnen is zonder precedent in de Israelische geschiedenis. Het is kenmerkend voor de verrechtsing van de rabbijnen die in de nederzettingen in de bezette gebieden de scepter van het rabbinale gezag zwaaien. In deze kringen werd in oorlogstijd - en zo werd de intifadah begrepen - het doden van onschuldigen gebillijkt en was de gedachte aan het uitzetten van Palestijnen zeer populair.

Ook stelden deze Israelische fundamentalisten Gods woord, zoals zij het interpreteerden, boven het democratische beslissingsproces. Zij kunnen geen politieke tegenspraak van hun diepste religieuze gevoelens dulden. Vrede heeft voor hen geen enkele betekenis als daarvoor delen van Erets-Israel aan de Palestijnen moeten worden overgedragen.