Politie-inbraken

Nederlandse politiemannen blijken in zwarte trainingspakken als dieven in de nacht inbraken te plegen in woningen van verdachten (NRC Handelsblad, 25 maart).

Dat heet dan de 'pro-actieve fase van de opsporing' en de handelingen worden niet in processen-verbaal opgenomen. Het maakt een buitengewoon solide indruk want het gebeurt allemaal onder toezicht van officieren van justitie en ook de procureurs-generaal (hun bazen) weten ervan. Wat moet er gebeuren voordat iets in justitieel Nederland als schandaal wordt gepresenteerd? Te pas en te onpas wordt geschermd met de term 'rechtsstaat', meestentijds door mensen die niet weten wat dat betekent. Een rechtsstaat is een land waarin de overheid evenzeer aan het recht onderworpen is als de burgers. Zulks in tegenstelling tot een politiestaat. Het vermelde politie-optreden raakt het rechtsstatelijke beginsel in het hart. Een systeem waarin de politie bij u, bij mij en bij de buurman (wij allen kunnen immers morgen verdacht zijn van wat dan ook, terecht of onterecht) mag komen inbreken is fascistoïde. Immers, de enige legitimatie is dat een hooggeplaatste politieman het heeft goedgekeurd. Geen pro-actieve maar pro-legale fase dus. In een ordentelijk land behoort het uitlekken van zulke criminele praktijken tot onmiddellijk ontslag van de betrokkenen en het aftreden van de minister van justitie te leiden. Wie 's nachts van gestommel wakker wordt en een sujet in ninja-pak in zijn huiskamer aantreft, bezig met het doorzoeken van een bureau mag deze (volstrekt legale zelfverdediging) eigenhandig het huis uit slaan. Trekt de onbekende echter zijn politie-legitimatie zou de bewoner, excuses stamelend zijn sponde weer op moeten zoeken.

    • Mr. F.J. van Velsen