Piekstroommeters bij astma weinig betrouwbaar

Astmapatienten gebruiken tegenwoordig vaak kleine piekstroommeters waarmee ze zelf hun klachten objectief vast kunnen leggen. Het gebeurt namelijk vaak dat patienten de ernst van de astmaverschijnselen te licht inschatten en daardoor onderbehandeld dreigen te worden. Bij astma zijn de luchtwegen overgevoelig voor allerlei prikkels en daardoor treden er aanvalsgewijs vernauwingen in op.

Met een piekstroommeter kan een patient zelf die vernauwingen registreren. Hij meet dan de maximale stroomsnelheid van zijn uitademingslucht tijdens een geforceerde uitademing. Als de piekstroomsnelheid bij herhaalde metingen sterk varieert dan wijst dat op een slecht behandelde astma. In zo'n geval moet een patient zijn medicijnen aanpassen, bijvoorbeeld door extra ontstekingsremmende middelen te gebruiken (cromoglicaten of inhalatiesteroiden).

Uit een aantal publikaties in de British Medical Journal van 26 februari blijkt echter dat piekstroommeters weinig betrouwbare resultaten opleveren. De gemeten piekstroom is namelijk niet alleen afhankelijk van de doorgankelijkheid van de luchtwegen, maar ook van de kracht waarmee een astmapatient uitademt. Dat laatste blijkt in de praktijk sterk te kunnen varieren.

Zo lieten Australische artsen twaalf kinderen gedurende drie maanden tweemaal daags met verschillende typen piekstroommeters zelf hun longfunctie bepalen en controleerden steeds de resultaten door de longfunctie te testen met een spirometer. Het bleek dat deze twee soorten metingen grote verschillen in resultaat opeleveren. Niet alleen waren de piekstrookmeters onnauwkeurig (soms naar boven en soms ook naar beneden), maar ook werd zeker de helft van de gevallen met een duidelijke verslechtering in de longfunctie niet gemerkt. Sommige meters registreerden slechts 3 op de in het totaal 21 perioden van verslechtering.

Nu zou het kunnen zijn dat de resultaten bij kinderen onbetrouwbaar zijn, omdat deze de piekstroommeter nog niet goed kunnen hanteren. Uit een ander - Schots - onderzoek in hetzelfde tijdschrift blijkt echter dat het volwassenen al niet veel beter vergaat. Het ging hier om een vergelijking van het ziekteverloop bij twee groepen astmapatienten. De ene groep hield zelf dagelijks de longfunctie bij met een piekstroommeter en de andere groep werd alleen behandeld op geleide van het klachtenpatroon. Na een jaar bleek dat de ziekteverschijnselen bij de twee groepen niet van elkaar verschilden. Overigens was bij echt ernstige astmapatienten een piekstroommeter wel nuttig, omdat deze mensen eerder geneigd waren iets tegen hun benauwdheid te gaan doen door inhalatiesteroiden tegen de ontstekingsverschijnselen te gebruiken. Blijkbaar doet het gebruik van de piekstroommeter dergelijke patienten beter beseffen hoe ernstig de verschijnselen van hun ziekte zijn.

    • Bart Meijer van Putten