Ouderen wantrouwen hun gesprekspartner en vinden hem dom

Criminaliteit en agressie zijn tot op zekere hoogte jeugdverschijnselen. Adolescenten gaan relatief vaak het verkeerde pad op, maar na het bereiken van de volwassenheid draaien velen weer bij.

Het is dan ook niet verrassend dat met behulp van vragenlijsten is gevonden dat jongeren gemiddeld meer vijandig staan tegenover hun medemensen. Na het twintigste levensjaar zet een daling in die tot middelbare leeftijd doorgaat.

De Amerikaanse psycholoog John Barefoot meldt dat deze vriendelijkheidstrend op hoge leeftijd weer afneemt en iets andere richting afbuigt (Psychology and Ageing, Vol. 8, Nr. 1). Barefoot nam vragenlijsten en interviews af bij 125 Amerikanen in de leeftijd van veertig tot tachtig jaar. Ouderen hebben minder vertrouwen in de goede bedoelingen van hun medemens en zijn cynischer en achterdochtiger. Ook gedragen zij zich in gesprekken tegendraadser. Zij laten bijvoorbeeld sneller merken dat zij vinden dat de ander een domme vraag heeft gesteld. De toename van de vijandigheid op hoge leeftijd is bescheiden, maar mogelijk niet onbelangrijk. Uit andere onderzoek is bekend dat cynische, vijandige personen vaker te kampen krijgen met gezondheidsklachten.

Volgens Loftus ontvouwen al deze drama's zich volgens een vast patroon. Het begint ermee dat een vrouw in psychotherapie gaat, omdat zij zich depressief voelt, te weinig zelfvertrouwen heeft, of niet op haar gemak is in sociale relaties. Een deel van de psychotherapeuten laat vervolgens een Pavlov-reactie zien en veronderstelt dat seksueel misbruik hier de oorzaak is. Zelfs een ontkenning van de vrouw brengt hen niet op andere gedachten. Verdringing zou immers veel voorkomen bij incestslachtoffers.