Onveilig vrijen

In zijn inleiding tot de bespreking van de proefschriften van E.M.M. de Vroome en J. de Wit vergelijkt prof. Schnabel AIDS met tuberculose en noemt de 1500 'nieuwe' (aangegeven) gevallen van deze respiratoir overgebrachte infectieziekte als argument voor de grote besmettelijkheid van deze ziekte. Dit laatste is ongetwijfeld juist, maar onjuist is het de 1500 gevallen per jaar aan te voeren ter ondersteuning van dit feit.

Immers verreweg het grootste deel van deze 1500 gevallen betreft - wat in het jargon wordt genoemd - 'endogene reactiveringen' bij oudere mensen: m.a.w. opvlammingen van de ziekte, veroorzaakt door in het lichaam overlevende bacterien (geen bacillen), vrijwel altijd afkomstig van een besmetting in de vroege jeugd. Deze gevallen staan dus geheel los van de huidige epidemiologie van tuberculose in Nederland, maar weerspiegelen de situatie van 50-60 jaar geleden. Nieuwe tbc-besmettingen onder autochtone Nederlanders komen nog maar zeer sporadisch voor: het aantal Mantoux-positieven (= een huidreactie waarmee een infectie met tuberkelbacterien kan worden vastgesteld) is bij Nederlanders beneden de 50 jaar buitengewoon laag.

Weliswaar is tuberculose uitstekend behandelbaar (i.t.t. tot AIDS en de HIV-infectie) hoewel ook hier het probleem van resistentie tegen de gebruikelijke anti-tuberculosemiddelen vooral in de USA en Afrika de kop opsteekt.

Prof. Schnabel noemt ook nog in dit verband dat met vaccinatie tegen tuberculose de ziekte 'tot op grote hoogte' te voorkomen is. De waarde van de vaccinatie tegen tuberculose (d.m.v. het BCG-vaccin) is omstreden: zo heeft Nederland (met een van de laagste) incidentiecijfers ter wereld) nooit op enige schaal van deze enting gebruik gemaakt.

Overigens ben ik met hem van mening dat nog meer gedragswetenschappelijk onderzoek naar de vraag van het veilig en onveilig vrijen ons weinig nieuws meer zal leren: de beperkte financiele middelen kunnen naar mijn mening beter worden besteed aan epidemiologisch onderzoek naar de verspreiding van de HIV-infectie in ons land. De kennis daarvan is maar zeer beperkt ondanks 10 jaar onderzoek.

    • Prof.Dr. J. Huisman