Nieuwe archiefwet (2)

Mr. L.P.G. van Velzen, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken belast met de toepassing van de Wet Openbaarheid van Bestuur, beweert in NRC Handelsblad van 26 maart dat geheime stukken gerust op de ministeries kunnen blijven na verstrijking van de termijn voor overdracht aan het Algemeen Rijksarchief.

Volgens hem kan op de leeszaal van een ministerie iedereen precies nagaan welk materiaal wel en welk niet raadpleegbaar is. Misschien is Van Velzen vergeten hoe bij hem en andere ambtenaren van BZ rond 1990 grote verwarring ontstond toen twee onderzoekers vroegen naar de geheime overeenkomst uit augustus 1945, waarbij de Nederlandse regering het alleenrecht voor de aankoop van Nederlands thorium aan de Britse en Amerikaanse regering schonk. De onderzoekers, C. Wiebes en B. Zeeman, vonden na dagenlange zoekacties uiteindelijk in de kluis van de secretaris-generaal van het ministerie een enveloppe met het Nederlandse exemplaar van de overeenkomst. Ze waren die slechts dankzij buitenlands archiefonderzoek op het spoor gekomen. Een inventaris van BZ zou hun nooit de weg hebben gewezen naar de persoonlijke kluis van de secretaris-generaal. Zolang onderzoekers niet weten welke documenten ministeries voor hen verborgen houden, is het ook moeilijk dergelijk materiaal op te vragen. Alleen verdergaande openbaarheid van andere landen werpt dan soms licht op de duistere spelonken van de Nederlandse departementen.