Monument voor Motown

Motown Historical Museum, Hitsville U.S.A., 2648 W. Grand Boulevard, Detroit, MI 48208. 313/875-2264. Di-za 10-5u., zo 2-5u. Toegang $3.00.

“Alles is gelaten zoals het was. Kijkt u maar even op uw gemak rond.” Ron Barker, gids in het Motown Museum in Detroit, vertrekt en laat de bezoeker alleen achter in de studio waar Diana Ross, Stevie Wonder, Marvin Gaye, Martha Reeves & the Vandellas, The Temptations en Smokey Robinson & The Miracles tussen 1959 en 1968 hun platen opnamen.

Hier werd de Motown-sound geboren: 'Money', 'Please, Mr Postman', 'You can't hurry love' en 'I heard it through the grapevine'. Op de dertig jaar oude foto's aan de wand is te zien dat de vloer nog dezelfde is, net als de amateuristisch geïsoleerde wanden. Zelfs de Steinwayvleugel is dezelfde - versleten ivoor met een paar afgebroken zwarte toetsen.

Het moet omstreeks 1965 zijn geweest dat Detroit net zo bekend was om zijn autofabrieken als om de Motown-sound. De groepen veroverden eerst de Verenigde Staten en al snel daarna de rest van de wereld. Motown werd een begrip voor muziekliefhebbers en autofanaten. Dat de artiesten zelf the best of both worlds hadden wordt mooi gesymboliseerd door een foto van Martha Reeves & The Vandellas op de achterbank van een convertible die over de lopende band van een autofabriek glijdt. Zoals bij Ford en General Motors de auto's, rolden bij Motown de hits van de lopende band.

Hitsville U.S.A. staat er dan ook op de gevel van het museum. Hier begon de energieke zwarte prijsbokser en liedjesschrijver Berry Gordy jr. in 1959 met 800 dollar geleend familiekapitaal het platenmaatschappijtje Tamla. Een jaar later veranderde Gordy dat in Motortown, dat Motown werd.

Gordy woonde boven en schreef liedjes. Beneden richtte hij een studio in; na enkele hits voor anderen te hebben geschreven begreep hij dat het meer succes opleverde als je zelf de studio en de produktie beheerste. Gordy haalde zijn familie het bedrijfje binnen en bouwde een hechte organisatie op. Artiesten die hun handtekening zetten werden vanaf dat moment volledig begeleid in hun carrière èn hun persoonlijk leven.

Zwarte artiesten verkeerden in het populaire genre nog in een isolement. Er waren geen zwarte topsterren, hits werden steevast vertolkt door blanken en tot ver in de jaren zestig was het niet ongebruikelijk dat een singletje van een zwarte artiest een hoes kreeg met daarop een foto van een gelukkig blond stel aan het strand. De doorbraak kwam toen de Beatles, de Stones en Frank Sinatra zwarte liedjes gingen opnemen.

Gordy was toen al de absolute heer en meester van de zwarte platenindustrie en zijn Motown Record Corporation groeide uit tot 's werelds grootste onafhankelijke distributeur van 45-toerenplaten. Detroit was een goudmijn. Diana Ross en de andere Supremes, Stevie Wonder en de leden van de Four Tops waren allemaal uit de stad afkomstig. Volgens Robin Terry van het Motown Museum, kwam het gros van de Motown-artiesten uit een straal van zeven mijl rond het museum.

Het Gordy-huis was overigens maar een van de zeven huizen die de producent in bezit had. Zes huizen naast elkaar en een aan de overkant van de brede Avenue vormden samen de Motown-gemeenschap. Volgens de verhalen ging het er wild aan toe. Een doorwrochte geschiedenis van Motown moet nog worden geschreven maar Tony Turner, roadmanager voor een paar Motown-groepen en vertrouweling van de Supremes en de Temptations schreef over beide groepen boeken. “Ondanks het eensgezinde beeld van Motown dat Berry Gordy probeerde te schetsen”, aldus Turner in Deliver Us From Temptation, “leek het bedrijf af en toe één groot bed, wat natuurlijk tot de nodige conflicten leidde.”

Het Motown-museum, dat in 1985 werd opgericht door Esther Gordy Edwards, heeft een onopvallende plaats in Detroit. De gemeente wil al jaren dat het verhuist en is alleen op die voorwaarde bereid tot financiële steun. Ook van het Motown platenlabel krijgt het museum geen geld: de platenmaatschappij verhuisde al in 1972 naar Los Angeles. Met donaties heeft het museum zich altijd net kunnen redden, en als de nood hoog was kon het een beroep doen op de artiesten uit de begintijd, aldus Barker.

Eind vorig jaar is het Motown-label eigendom geworden van platenmaatschappij Polygram, waarin Philips een meerderheidsbelang heeft. Volgens Robin Terry zijn toen onderhandelingen geopend om te komen tot een vorm van financiële steun. Ook in Detroit lijkt het tij zich te keren ten gunste van de Motown-history. De nieuwe burgemeester wil van de stad, die eruitziet als Keulen omstreeks 1948, een grotere trekpleister maken. Plannen voor het bouwen van een museumcomplex in samenwerking met de Henry Ford Foundation zijn nog in de beginfase en naar een lokatie wordt nog gezocht. Maar de opzet van het museumcomplex, dat in 1997 zou moeten openen, is ambitieus. Er komt een research-afdeling, een muziektheater, een permanente expositie en themazalen voor de diverse artiesten.

Het huidige Hitsville U.S.A. blijft bestaan als een bedevaartsoord voor Motown-fans. Het Gordy-huis, dat in 1987 tot monument is verklaard, wordt in zijn oorspronkelijke staat hersteld; zo zal de huidige souvenirwinkel weer ingericht worden als de huiskamer van Berry. Volgens plan zal een busje heen en weer pendelen tussen het Gordy-huis en het nieuwe Motown-complex. Mogelijk kan daar ook een excursie langs gedenkwaardige locaties aan worden gekoppeld: want het wordt de hoogste tijd dat Detroit zijn belangrijkste artistieke erfenis de eer geeft die het toekomt.

    • Lucas Ligtenberg