Medisch winkelen in het buitenland

Wie twijfelt aan de effectiviteit van een voorgestelde behandelingheeft wellicht baat bij een second opinion. Verschil van mening omtrent de beste behandeling komt immers bij iedere ziekte en aandoening voor. Artsen in perifere ziekenhuizen gaan zelf vaak te rade bij collega's in academische ziekenhuizen. Tot heil der zieken. Maar wat als je eenmaal uitbehandeld bent? Mag je dan nog wel medisch gaan winkelen? En wat als er in Johannesburg nog een hoopgevende therapie blijkt te bestaan? Moet de ziektekostenverzekeraar de reiskosten en de behandeling dan maar betalen?

In augustus 1993 begon de cardioloog Andries Bosma (45) een bemiddelingsbureau dat hij 'Second Best' noemde. Wie in Nederland uitbehandeld is kan hem schriftelijk verzoeken om wereldwijd op zoek te gaan naar die specialist die nog over een hoopgevende therapie beschikt. In dat geval bemiddelt hij tussen specialist, ziektekostenverzekeraar en behandelend arts in Nederland om de opgespoorde therapie hier uit te voeren. Als het niet anders kán, bijvoorbeeld omdat hij geen specialist bereid vindt om met de voorgestelde therapie aan de slag te gaan, dan probeert hij de patiënt voor een behandeling naar het buitenland te sturen. Een hoogst enkele keer worden de kosten dan door de ziektekostenverzekeraar vergoed. Strikt genomen spreek je bij de categorie 'uitbehandeld' ook niet meer van een second opinion, maar van een laatste kans. “Als er geen beproefde therapie meer rest, kijk je met heel andere ogen naar de resultaatjes die elders worden geboekt”, zegt Bosma. “Een enkele keer is zo'n therapie de moeite van het proberen waard.”

Bosma's initiatief komt voort uit persoonlijke ervaring. In 1990 werd bij hem beenmergkanker ontdekt. Hij werd behandeld in Nijmegen en over zijn specialisten was hij dik tevreden. “Maar je blijft je afvragen of er niet méér kan worden gedaan”, zegt Bosma, die toegeeft over een terriërmentaliteit te beschikken. “Ik dook in stapels literatuur, tot ik op Bart Barlogie stuitte, een haematoloog verbonden aan de universiteit van Arkansas in Little Rock en een crack in het behandelen van deze vorm van beenmergkanker.” Onder het motto 'Wie wil genezen is reeds half gezond' reisde Bosma naar Amerika. Hij was de negende patiënt die aan het experiment zou deelnemen. In overleg met Barlogie kopieerde Bosma de behandeling en verzocht het Nijmeegse Radboudziekenhuis om die therapie op hem toe te passen. “Ik kreeg het voor mekaar omdat ik zelf specialist ben”, erkent Bosma. “Een leek heeft die ingangen niet.”

Bosma is beter en weer volop aan het werk. Hij is ervan overtuigd dat hij is genezen door zijn vechtlust én door de - toen nog - experimentele therapie uit Little Rock. Al zijn vrije uren besteedt hij aan Second Best. In 1992 zocht hij contact met Henk van der Meijden die er in Privé een stukje over schreef. Prompt bereikten hem stapels brieven, zelfs uit België, Duitsland, Frankrijk en Canada. De helft is afkomstig van terminale kankerpatiënten, die elke reële kans met beide handen aangrijpen. De andere helft bestaat uit patiënten met alle mogelijke ziektebeelden, van multiple sclerose tot psoriasis. Allemaal hebben ze met elkaar gemeen dat er voor hen in hun eigen land niets meer te halen valt. Een briefschrijver was al vijf keer geopereerd aan een scheefstaand oog. Alle vijf keer vergeefs. Een andere brief kwam van een meisje dat vier jaar geleden bij een popconcert te dicht bij de geluidsboxen had staan dansen. Sinds die tijd bestaat haar leven uit liggen in een donkere kamer. Geen geluidje kan ze meer verdragen.

“Ik wil absoluut geen valse hoop wekken”, beklemtoont Bosma. “Als er eenvoudigweg geen mogelijkheden zijn, kan ik niets meer doen. Maar soms zie je dat er elders tóch een behandeling mogelijk is die wel degelijk resultaten oplevert. Operatietechnieken of therapieën willen nog al eens van plaats tot plaats verschillen. Laatst stuurde ik iemand bij wie in Nederland de ziekte multiple sclerose was vastgesteld, naar een specialist in het buitenland. Ms wordt bij uitsluiting gediagnostiseerd. Wat bleek? Ze leed helemaal niet aan ms, maar aan een andere spierziekte. Toch goed om te weten.”

Uit Amerika ontvangt Bosma iedere drie maanden een CD-ROM. Daarop staan alle medische artikelen uit elk wetenschappelijk tijdschrift waar ter wereld dan ook. Vindt hij ergens een hoopgevende therapie, dan gaat het erom die bij een arts in Nederland geïntroduceerd te krijgen. Met veel duw- en trekwerk lukt dat soms. Het werk groeit hem inmiddels boven het hoofd. Hulp van (gepensioneerde) collega's is dringend gewenst. “Wat ik nu doe zou volledig overbodig moeten zijn”, vindt Bosma. “Iedere specialist zou dat moeten doen.” Het verwijt geldt echter niet zijn collega's, maar de overheid: “Specialisten krijgen meer en meer te maken met budgetten en beleidsbesluiten. Het gaat er allang niet meer om wat voor een patiënt het beste is, maar om poen en dat voelen patiënten aan. In sommige gevallen is het nou eenmaal duurder om een therapie toe te passen dan om iemand te laten overlijden of te laten doorkwakkelen. Als arts behoor je niets na te laten en alles te doen wat in je vermogen ligt om de patiënt beter te maken.”

Ook verzekeraars zijn doorgaans gebaat bij second opinions. Een gezonde verzekerde is tenslotte goedkoper dan een zieke. Maar bij uitbehandelde patiënten ligt dat anders. J. van der Most, juridisch stafmedewerker van de Ziekenfondsraad, wijst in dit verband op het verschil tussen optimale en maximale zorg: “Waartoe is de verzekeraar gehouden? Door patiënten naar het buitenland te sturen onttrek je gelden aan andere vormen van zorgverlening. Je moet je afvragen of die behandeling in het buitenland wel voldoende effectief is om de extra kosten te rechtvaardigen.”

Bosma begrijpt de belangen van de verzekeraars en zegt met nadruk dat de voorgestelde behandeling óók voor de ziektekostenverzekeraar aanvaardbaar moet zijn. Dat betekent dat allereerst wordt geprobeerd de behandeling naar Nederland te halen. De ziektekostenverzekeraars staan echter niet te juichen bij het vrijwilligerswerk van de cardioloog uit Waalre. Die terughoudendheid is te verklaren uit het feit dat Bosma uitbehandelde patiënten helpt die hooguit nog een risico vormen voor een uitvaartverzekeraar. Kernvraag is of er, gelet op hoopgevende therapieën in het buitenland, een ruimer vergoedingsbeleid moet komen. Ook de rechter heeft zich hierover in het verleden gebogen. Zolang er in Nederland een adequate behandelingsmethode is, hoeft de verzekeraar volgens de rechter een behandeling in het buitenland niet te vergoeden. Is er hier geen redelijk uitzicht op genezing, dan hangt het ervan af: wanneer er in het buitenland wél een behandeling voorhanden is, die de kans op genezing aannemelijk maakt, dan is de verzekeraar gehouden de kosten van de operatie te betalen.

Second Best brengt geen kosten in rekening. Een vrijwillige bijdrage wordt op prijs gesteld. Voor informatie kan men op woensdagochtend tussen 09.00 en 12.00 uur bellen naar 04904-18934.

Andries Bosma: “Als er geen beproefde therapie meer rest, kijk je met heel andere ogen naar de resultaatjes die elders worden geboekt.”

    • Bob Duynstee