Lubbers op reis zonder ondernemers

Als premier Lubbers en minister Kooijmans (buitenlandse zaken) volgende week op bezoek gaan in Indonesië zal er geen delegatie Nederlandse ondernemers in hun kielzog meereizen. Dat spijt zakenlieden, omdat Lubbers na koningin Beatrix in het buitenland de meest exclusieve attractie is die kan worden ingezet ten behoeve van de Nederlandse handelsbevordering.

Tot nu toe heeft de premier nooit bezwaren getoond tegen een gevolg dat bestaat uit een groepje streng geselecteerde ondernemers. Hij heeft dikwijls tijdens buitenlandse bezoeken zakenlieden geholpen aan contacten op regeringsniveau. Hij heeft zich ook in het buitenland ingezet voor de oplossing van problemen van individuele bedrijven. Maar naar Indonesië, waar veel Nederlandse bedrijven niet onaanzienlijke belangen hebben, reist Lubbers volgende week zonder ondernemers.

Er is dan ook ergernis bij topmensen van grote bedrijven die erop hadden gerekend in de schaduw van Lubbers de Indonesische relaties te kunnen verbeteren. Ze hebben hemel en aarde bewogen om samen met VNO-voorzitter Rinnooij Kan als delegatie mee te kunnen. Maar het was tevergeefs. De pogingen van de ondernemers zijn gestrand bij het ministerie van economische zaken. Daar regelt de directeur-generaal buitenlandse economische betrekkingen, drs. F.A. Engering, doorgaans zonder problemen de samenstelling van delegaties van het bedrijfsleven die met Lubbers meereizen. Maar deze keer bleek hij niet in beweging te krijgen.

Als reden hiervoor wordt bij Economische Zaken aangevoerd dat staatssecretaris Van Rooy (buitenlandse handel) vorig najaar ook al met vertegenwoordigers van dertig bedrijven naar Indonesië is geweest. Oorspronkelijk was de bedoeling dat premier Lubbers samen met Van Rooy naar Indonesië zou gaan. Dat Lubbers' reis moest worden uitgesteld zou geen reden zijn om nu weer zakenlieden op hoog niveau in Indonesië te presenteren. Bovendien zou de premier slechts 'een kort politiek bezoek' aan Indonesië brengen waarbij voor de Nederlandse zakelijke belangen weinig ruimte zou zijn.

Deze lezing wil er bij geïnteresseerde vertegenwoordigers van het Nederlandse bedrijfsleven niet in. Lubbers is het op één na hoogste niveau van de Nederlandse presentatie in het buitenland en staatssecretaris Van Rooy is het laagste niveau. Met de staatssecretaris gaan geen topondernemers mee, maar 'de handelsreizigers', zoals de lagere echelons buitenlandse zakenreizigers worden aangeduid.

Overigens speelt ook de reis die minister Andriessen (economische zaken) later in april naar Argentinië en Chili maakt, een rol. Aangenomen werd dat zakenlieden die met Lubbers zouden meereizen, binnen zo korte tijd ook niet deze reis van Andriessen zouden willen meemaken. Andriessen - wiens public-relationswaarde tussen Lubbers en Van Rooy inzit - had reden om te vrezen dat Lubbers de belangrijkste ondernemers zou trekken en dat hij met een minder zware delegatie op reis zou gaan. Hij stelde de ondernemers voor de keuze: er kan een delegatie mee met Lubbers naar Indonesië of met mij naar Zuid-Amerika, maar beide kan niet. Dat leidde tot een stevige discussie onder de zakenlieden en het besluit van Lubbers om zich vooral nergens mee te bemoeien.

Het resulteerde in de beslissing dat een groep ondernemers samen met voorzitter Blankert van de Nederlandse Christelijke Werkgevers (NCW) als handelsdelegatie Andriessen naar Zuid-Amerika begeleidt. Een andere groep, die samen met Rinnooy Kan als voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO met Lubbers naar Indonesië had gewild, heeft de discussie beëindigd door te besluiten thuis te blijven. Bij deze groep heeft Andriessen tegen het einde van zijn ministerschap nog flinke irritatie weten op te wekken.

Voor Lubbers' broer R.M. Lubbers, die als directeur van Hollandia Industriële Maatschappij zaken doet in Indonesië, is het overigens van geen belang dat er geen handelsdelegatie met de premier meegaat. Hij heeft zich nog nooit bij een zakelijk gevolg van zijn broer aangesloten en is ook nooit met de staatssecretaris van buitenlandse handel meegereisd. Bij Hollandia worden zulke reizen als verspilling van geld en tijd beschouwd. R.M. Lubbers' relaties met de Indonesische overheid zijn dusdanig, dat ook de Indonesische weigering om nog langer Nederlandse ontwikkelingshulp te aanvaarden, zijn zaken niet heeft aangetast. Goede contacten met de overheid, weten wat de technische wensen zijn en het juiste produkt leveren, dat is de leidraad van R.M. Lubbers die in Nederland onder meer van Rijkswaterstaat opdrachten voor bruggenbouw verwerft. Daarvoor behoeft hij niet met leden van de Nederlandse regering op reis te gaan.