Lokale partijen breken met 'goede tradities'

ROTTERDAM, 31 MAART. In Oegstgeest stond buiten kijf wie 'formateur' moest worden. Met 42 procent van de stemmen werd Leefbaar Oegstgeest op 2 maart in één klap de grootste partij. De lokale nieuwkomer, een half jaar geleden opgericht, komt voort uit een groep burgers die zich verzetten tegen ingrijpende plannen voor het centrum van Oegstgeest. Ze zagen al een 'klein Manhattan' opdoemen, maar de plannen zijn inmiddels van tafel.

Onder leiding van lijsttrekker J. de Soeten van Leefbaar Oegstgeest worden nu de college-onderhandelingen gevoerd met VVD en PRO: een combinatie van PvdA en GroenLinks. CDA en D66 vielen af. “We hadden geen reden één van de partijen buiten te sluiten, maar er is in het college geen plek voor vijf”, aldus De Soeten.

De manier waarop Leefbaar Oegstgeest de onderhandelingen leidt, is anders dan anders, constateert A. van Elsen van PRO. Een verandering ten goede, volgens hem. “Vroeger wist je informeel van tevoren wie wethouder werd. Nu is er geen achterkamertjes-politiek, en dat is te danken aan de nieuwe partij.” Minder enthousiast zijn CDA en D66. “Leefbaar Oegstgeest staat voor openheid, maar de college-onderhandelingen zijn helemaal niet open”, aldus CDA-lijsttrekker G. Kempen. D66-wethouder M. Poelmans meent dat Leefbaar Oegstgeest een goede traditie heeft doorbroken. “Vroeger werd het collegeprogramma door alle partijen samen opgesteld.”

De gevestigde partijen zullen er even aan moeten wennen: de komende vier jaar zitten veel nieuwkomers in raad en college. Nooit wonnen lokale partijen zoveel als bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen. In totaal behaalden ze 2.442 zetels, bijna net zoveel als het CDA (2.702 zetels) en aanzienlijk meer dan de andere landelijke partijen. Bestaande lokale partijen wisten vaak hun zetelaantallen te vergroten. Bovendien kwam er een keur aan nieuwe Gemeentebelangen, Leefbaar-partijen en Burgerbelangen in de raad.

De lokale partijen die - zoals Leefbaar Oegstgeest - vaak voortkomen uit een actiegroep, blijken tot meer in staat dan zich afzetten tegen het gemeentebeleid. Bij de college-onderhandelingen doen de nieuwkomers niet onder voor de 'gevestigde' partijen. Net als in Oegstgeest weet de lokale partij in Etten Leur, Algemeen Plaatselijk Belang, zich al zeker van twee wethouders. De partij steeg bij de verkiezingen van vier naar zeven zetels. Naast Algemeen Plaatselijk Belang, dat stelt dat het bestuur er is voor de burgers en niet andersom, zitten VVD en PvdA met ieder één wethouder in de coalitie.

Ook in het Friese Menaldumadeel gaat het wethouderspluche naar een lokale partij. Topfokker S. van Essen wordt er de nieuwe wethouder voor Gemeentebelangen, een partij die onder het motto 'Geen gepiel met Menameradiel' in één keer de grootste werd. Vijf zetels veroverde de partij die zich onder meer keerde tegen de vestiging van een opslag van verontreinigd baggerslib en tegen een fusie met andere gemeenten.

Net als Leefbaar Oegstgeest wijkt ook de Friese nieuwkomer af van de traditionele procedure bij de college-onderhandelingen. Van oudsher gingen in Menaldumadeel alle fractievoorzitters met elkaar om tafel zitten, waarna de grootste partij op hoofdlijnen een collegeprogram opstelde. Maar Gemeentebelangen nodigde eerst de twee kleine partijen, VVD (een zetel) en de Frysk Nasjonale Partij (twee zetels), uit voor overleg. Vervolgens wendde de partij zich tot het CDA (vier zetels) en kwam tot overeenstemming over een collegeprogramma.

De buiten de onderhandelingen gehouden PvdA heeft geen goed woord over voor dit met voeten treden van traditionele paden. “Dit is nu juist de achterkamertjespolitiek waar Gemeentebelangen zo op tegen was”, meent oud-PvdA-wethouder A. van der Schaaf. Hij neemt het het CDA, waarmee de socialisten na de oorlog altijd een college hebben gevormd, kwalijk dat ze zich door de nieuwelingen “hebben laten inpakken”. Maar het CDA heeft geen enkele moeite met de nieuwe partij. “Bestuurservaring hebben veel mensen wel, alleen niet in de politiek. Ze zijn allemaal heel integer”, aldus CDA-fractievoorzitter J. Sybrandy.

Zo voortvarend als de nieuwkomers in Oegstgeest, Menaldumadeel en Etten Leur zijn niet alle lokale winnaars. Onafhankelijk Rijswijk, dat met elf zetels de grootste partij werd, is nog niet uit de onderhandelingen. PvdA en CDA hebben bij de college-onderhandelingen vooralsnog afgehaakt. De PvdA is voorstander van de aanleg van een tramlijn van Den Haag door Rijswijk, waar Onafhankelijk Rijswijk (OR) faliekant op tegen is. Bij het CDA speelt een rol dat deze partij de wethoudersportefeuille ruimtelijke ordening wil houden, terwijl ook de VVD daar belangstelling voor heeft. D66 heeft afgehaakt omdat deze partij meent dat de bezuinigingsvoorstellen van OR onvoldoende financieel zijn onderbouwd.

Met de VVD blijft OR wel praten. Deze twee partijen zouden maar een meerderheid van drie zetels hebben. “Ik voel niet voor zo'n smalle basis”, zegt OR-lijsttrekker D. Jense. Dus worden de andere partijen deze week alsnog voor een gesprek uitgenodigd, “niet in de laatste plaats om ze erop te wijzen dat zij zich niet aan hun bestuurlijke verplichting kunnen onttrekken.”

Elders schuwen de lokale partijen 'bestuursverantwoordelijkheid'. De grote winnaar in Hengelo werd Burger Belangen, met 5 van de 35 raadszetels. In weerwil van wat in de politiek gebruikelijk is, wil Burger Belangen geen wethouders leveren voor een nieuw college. “Dat kun je je kiezers toch niet aandoen”, zegt CDA-wethouder C. ten Thij. BB-lijsttrekker H. Bartels-Scholten vindt van wel. Haar partij denkt dat aanwezigheid in een college de stad Hengelo geen goed zal doen bij subsidie-aanvragen in Den Haag, omdat ze zich heeft afgezet tegen een fusie van Hengelo met Enschede. “Als onze wethouders in Den Haag om werkgelegenheidsgelden moeten bedelen en men weet dat wij ook in het college zitten, zal dat de zaak geen goed doen”, stelt Bartels. “Het is dus in het belang van de burgers dat wij in de oppositie gaan.” Maar eigenlijk zat BB ook met het probleem dat de beide partijleden die men capabel achtte voor een wethouderschap, om persoonlijke redenen afhaakten.

In Assen is nog onduidelijk of de lokale winnaar, de Politiek Logisch Oprechte Partij, in het college komt. De onderhandelingen zijn nog aan de gang. De PLOP - bekend wegens de verkiezing van oud-wereldkampioen hardrijden Hilbert van der Duim - veroverde vijf zetels en is met het CDA de tweede partij. Een eerste punt heeft de partij gescoord, zegt lijsttrekker W. Homan. Tijdens de besprekingen tussen de acht fractievoorzitters bleek dat de verstrekking van vergunningen voor live-muziek in de horeca verruimd worden.

De lokale partijen mogen in het algemeen gewonnen hebben, in de raden van de grote steden braken ze niet echt door. Winst was er wel in de deelraden van Rotterdam en Amsterdam. In Rotterdam blijkt hun positie vooral sterk in oude dorpen die door de stad zijn geannexeerd: Hoek van Holland, Hoogvliet en Overschie. In Hoogvliet wordt het dagelijks bestuur al vier jaar geleid door IBP Hoogvliet, die zo sterk is dat PvdA en D66 besloten te fuseren. IBP staat voor Initiatiefgroep Boomgaardshoek en Platen, een bewonersgroep die in 1984 werd opgericht toen de betreffende wijken van de gemeente Poortugaal bij Rotterdam werd ingedeeld. De partij behaalde negen van de negentien zetels, verwacht wordt een coalitie van IBP, Groen Links en PvdA/D66. In Overschie gaat de PvdA, voor het eerst sinds de oprichting van de deelgemeente in 1982, in de oppositie. Voorzitter van de deelraad wordt de voorman van Belangen Overschie C. Egers, een voorstander van de naburige luchthaven Zestienhoven. Zijn partij werd met zes van de negentien zetels de grootste.

Ook in Amsterdam hebben de buurtgerichte partijen vooral plaatselijk toegeslagen. In de Rivierenbuurt werd de Vereniging de Rivierenbuurt de grootste partij. Ook MeerBelangen in de Watergraafsmeer werd (met de PvdA) de grootste en krijgt in het nieuwe bestuur de portefeuille stadsdeelwerken en financiën. Maar daarmee houdt de zegetocht van de buurtpartijen op. Goede uitslagen op 2 maart bleken geen garantie om de positie van de gevestigde partijen aan te tasten. “Al op de avond van de verkiezingen zei de PvdA-lijsttrekker dat hij met ons niet wilde samenwerken”, zegt E. Stricker van Slotervaart Leefbare Tuinstad. Haar partij trok op de PvdA na de meeste kiezers in het stadsdeel, maar in de college-onderhandelingen kwam ze er niet aan te pas.

In de andere delen van Amsterdam is het hetzelfde liedje. Vrijwel overal heeft de PvdA een bestuur geformeerd, vrijwel nergens hadden ze behoefte aan de 'onpolitieke' buurtpartijen. Kennelijk trekken de Amsterdamse PvdA-ers zich weinig aan van hun partijvoorzitters F. Rottenberg en R. Vreeman, die vlak na de verkiezingen zeiden dat de partij de samenwerking met lokale partijen niet moest schuwen.

Niet alleen lokale partijen, ook de Socialistische Partij (SP) was winnaar bij de gemeenteraadsverkiezingen. Onder het motto 'Stem tegen, stem SP' behaalde de partij 128 zetels: een winst van 58. Anders dan de lokale winnaars treedt de Socialistische Partij vrijwel nergens toe in het college, ook al is ze de grootste. De SP schuwt de bestuursverantwoordelijkheid, menen de andere partijen. We doen geen concessies, zeggen de SP-ers zelf.

In Zoetermeer verdubbelde de SP het aantal zetels tot acht en werd ze de op een-na-grootste partij. Grootste werd de VVD, en dat was volgens P. Jonas het struikelblok. “Wij willen niet met de VVD in het college, want dan komt er niet het andere beleid dat wij voorstaan.” Na de eerste bijeenkomst stapte de SP uit de onderhandelingen. “De SP wekt de indruk helemaal niet te willen besturen”, meent E. Jené van de VVD. We wilden wel degelijk besturen, werpt Jonas tegen, “maar niet met de VVD.”

Onder leiding van R. Poppe, die ook voor de Tweede Kamerverkiezingen voor de SP op de lijst staat, won de Socialistische Partij in Vlaardingen 7 van de 35 raadszetels. Als grootste partij leverde de SP de 'formateur'. Maar direct na de eerste bijeenkomst werd die rol overgedragen aan de PvdA. “Er was geen draagvlak voor onze ideeën”, meent Poppe. Het nieuwe college wordt gevormd door PvdA, VVD, CDA en D66. Poppe belooft “keiharde oppositie”.

Ook in Schijndel komt de SP niet in het nieuwe college van B en W. De partij, die naast het CDA met vijf zetels de grootste fractie is in de raad, schuift de schuld op de andere partijen. Fractieleider G. Wouters: “Ze wensen niet inhoudelijk met ons te praten, dus zijn we veroordeeld tot de oppositie.”

De enige plaats waar de SP nog een kans maakt op een wethouderszetel is Boxtel, waar de partij met vijf raadszetels de grootste is. Tot dusver onderhandelde de SP met Boxtels Belang, die van twee naar vier zetels ging, met Werknemerslijst (twee zetels) en met D66, die met één zetel in de raad kwam. Maandagavond haakte D66 af omdat, zoals de onderhandelaar zei, “we niet geloven in de maakbare samenleving door de overheid, zoals de SP nastreeft”. De huidige coalitiepartners CDA, PvdA en VVD staan vooralsnog buitenspel. Het is aan hen om in te stemmen met de hoofdpunten van de SP: bevriezing van gemeentelijke belastingen, het stoppen van bezuinigingen op de welzijnssector en een betere verdeling van de bevolkingsgroepen over de wijken. Zo niet, dan gaat de SP ook hier in de oppositie.

    • Bas Blokker
    • Birgit Donker
    • Coen van Zwol
    • Max Paumen
    • Anneke Visser
    • Karin de Mik
    • Frank Poorthuis