Lohengrin met stuwkracht en een souverein evenwicht

Voorstelling: R. Wagner: Lohengrin door de Vlaamse opera o.l.v. Silvio Varviso m.m.v. o.a. Gösta Winbergh, Andrea Trauboth, Oskar Hillebrandt, Ruthild Engert en Cartsten Stabell. Decor: René Allio; kostuums: Christine Laurent; regie: Hans Neugebauer. Gezien: 29/3 Kon. Vlaamse Opera Antwerpen. Herhalingen aldaar: 1, 4, 7, 9, 12/4. Gent: 17, 20, 23, 26/4.

De Vlaamse Opera brengt Wagners Lohengrin in Antwerpen, de plaats van handeling van de opera die speelt aan de oever van de Schelde. Maar daar houdt ook de letterlijke overeenkomst tussen voorstelling en vermeende historie op. De groene weide, waar koning Heinrich wordt ontvangen door rigide opgestelde regimenten van graven, edelen en vrije mannen van Brabant, is hier een golvende exercitieplaats van pantserstaal en klinknagels. Achterin hangt een grijzig doek, ter weerszijden staan hoge spiegelwanden, die de kale ruimte nog flink vergroten.

Lohengrin rond Pasen in Antwerpen is ook anderszins een breuk met het verleden: Antwerpen had een fameuze Parsifal-traditie, waarvan de kwaliteit de laatste jaren wat wisselvallig uitviel. Maar Lohengrin is immers de zoon van de titelheld uit de Goede Vrijdag-opera Parsifal, de christen-ridder komt uit het verre, voor stervelingen onbereikbare land waar de Graal wordt bewaard in de burcht Montsalvat.

Deze Lohengrin-produktie die Hans Neugebauer maakte voor de opera in Keulen, dateert uit 1976, het jaar waarin Wagners Festspielhaus in Bayreuth een eeuw bestond en waarin Patrice Chéreau met zijn controversiële enscenering van Der Ring des Nibelungen een opstand onder de Wagnerliefhebbers veroorzaakte. De Lohengrin van Neugebauer - ook in ons land bekend van zijn 'witte' Wozzeck - is ook te zien als een commentaar op de Bayreuth-stijl van de jaren vijftig en zestig, die zich verloor in abstraherende mythologie met onpersoonlijke personages en strak geregisseerde koorpartijen temidden van vage decors. Zelfs de haardracht van de zangers was gebeeldhouwd.

De aanvankelijk volstrekt gedateerd aandoende achttien jaar oude produktie ridiculiseert die stramme Bayreuther stijl door de zeer conventioneel gekostumeerde uitvoerenden te plaatsen in een nadrukkelijk kale lege ruimte. Bovendien is de tenor Gösta Winbergh vocaal èn uiterlijk een volmaakt archetypische Lohengrin: met zijn prachtige helder stralende stem en zijn zeer arische uiterlijk en zijn golvend gekamde blonde kapsel is hij het equivalent van de gedroomde titelrolvertolker.

Na die theatraal ongemeen saaie en achteraf zinloos lijkende ironisering van Bayreuth in de eerste acte slaat Wagners opera zijn eigen weg in. Dat gebeurt deels dankzij Neugebauers minutieuze psychologische uitbeelding van het conflict tussen de zo onschuldige Elsa - een zorgvuldig geacteerde rol van Andrea Trauboth en de zo vileine Ortrud (de Lady Macbeth van Wagner, een vervaarlijk feeks-achtige vertolking van Ruthild Engert). Zo krijgt de voorstelling een enerverende en meeslepende overtuigingskracht.

Maar voor het grootste deel is het succes het gevolg van de geweldige muzikale uitbeelding door de hoofdrolzangers en het Vlaamse Opera-orkest onder leiding van Silvio Varviso - een Bayreuth-veteraan. Lang niet alles wat uit de bak komt is perfect, maar het bezit wel sfeer, veel volume als het er moet zijn en een enorme stuwkracht, die nog herinnert aan Der fliegende Holländer.

Gösta Winbergh is nog een van de zeer weinige tenoren die waarlijk kunnen overtuigen als afkomstig uit een andere, betere wereld. De Graalsburcht Montsalvat zendt ons zulke zingende ridders helaas niet op bestelling, maar voor Antwerpen is nu een uitzondering gemaakt. Winberghs hoogte is niet uitzonderlijk, wel zijn mannelijk stralende en souvereine evenwichtigheid en zijn ouderwetse zangerstrekjes, zoals de zeer lang aangehouden noot op 'Taube' in de Gralserzählung.

Andrea Trauboth is als Elsa ook vocaal een vrouw die zwalkt tussen hoop en vrees, met dan weer zeer extatisch schallende hoge noten en even later weer bedrukte pianissimi. Ook de rollen van Telramund (Oskar Hillebrandt) en Heinrich (Carsten Stabell) zijn zeer goed bezet. Opmerkelijk is Neugebauers versie van de slotscène: als Lohengrin na het presenteren van de nieuwe machthebber Gottfried is vertrokken, neemt Ortrud het jongetje onder haar hoede. De boodschap: zo gauw het goede uit het zicht is manifesteert zich altijd weer het kwaad.