Kabinet haalt doel tekortreductie niet, zegt Planbureau

DEN HAAG, 31 MAART. Het kabinet zal zijn doelstellingen om het financieringstekort in 1994 terug te dringen tot 3,25 procent en de collectieve lastendruk niet te laten uitstijgen boven de plafondwaarde van 53,7 procent van het nationaal inkomen niet halen. Het financieringstekort zal volgens het Centraal Planbureau dit jaar uitkomen op 4,1 procent. De collectieve lastendruk (belastingen en sociale premies) blijft steken op 54,3 procent. Dit zei directeur G. Zalm van het Centraal Planbureau vanmorgen bij de presentatie van het Centraal Economisch Plan.

Om het financieringstekort nog enigszins binnen de perken te houden wordt volgens Zalm wel “een fors beroep gedaan op incidentele dekkingen die een jaar geleden nog niet in de planning zaten”. “Men is behoorlijk afgedwaald van de oorspronkelijke doelstellingen,” aldus Zalm vanmorgen. De directeur van het planbureau wees er wel op “dat er al met al veel verzachtende omstandigheden waren waarom de doelstellingen niet zijn gerealiseerd”. Maar dat laat volgens Zalm onverlet dat de huidige regeringsploeg “het er voor het volgend kabinet niet gemakkelijker op heeft gemaakt”.

In vergelijking met andere landen heeft Nederland het volgens het planbureau niet slecht gedaan. In Nederland daalt het financieringstekort in de periode 1990-1994. Ook als wordt gecorrigeerd voor de door het CPB bekritiseerde toenemende eenmalige dekkingen. En ook als de Europese definitie van het financieringstekort (het zogeheten vorderingentekort) wordt gehanteerd. In de twaalf landen van de Europese Unie neemt dit vorderingentekort van de totale overheid in de periode 1990-1994 volgens het CPB toe van gemiddeld 4 tot 6 procent, terwijl dat in Nederland daalt van 4,6 naar 4 procent. Ook in de 24 rijke westerse industrielanden van de OESO stijgt het vorderingentekort in de genoemde periode van 2,1 procent naar 4 procent.

In het Centraal Economisch Plan staat nog een ander lichtpunt voor de overheidsfinanciën. De bruto collectieve uitgaven nemen volgens de prognose van het CPB in 1994 en 1995 af met in totaal bijna 3 procentpunt. Dat ligt volgens het Planbureau niet aan de volumegroei, die licht blijft toenemen, maar aan de opvallende prijsontwikkeling. De prijsontwikkeling van de collectieve uitgaven blijft in 1994 namelijk achter bij die van het bruto binnenlands produkt. Dat komt volgens het CPB “door de gematigde loonontwikkeling, met name in de collectieve sector, en vooral door de verlaging van uitkeringen”.

Minder positief is het CPB over de werkloosheid. De werkloze beroepsbevolking zal volgens het Planbureau dit jaar toenemen met 80.000 personen en in 1995 met nog eens 10.000 personen. Zonder de recente verlaging van werkgeverslasten (2 miljard gulden) zou de werkloosheid nog 5 à 10.000 personen hoger zijn uitgevallen.