IRT (2)

Premier Lubbers vindt het niet nodig dat in de IRT-zaak koppen rollen vanuit de overweging dat de betrokkenen weliswaar fouten hebben gemaakt, maar geen 'foute mensen' zijn.

Deze redenering doortrekkend moet ik concluderen dat destijds de ministers Van Eekelen en Braks en de staatssecretarissen Van der Linden, Ter Veld en In 't Veld wèl 'foute mensen' werden geacht, want hun koppen rolden. Met zelfs als consequentie dat de WEU blijkbaar door zo'n 'fout mens' wordt geleid. Het is natuurlijk hoogst pijnlijk dat één van de betrokkenen, op een moment dat deze affaire al liep, minister is geworden en bovendien nog over zijn eigen verantwoordelijkheid voor die affaire moet oordelen. Even pijnlijk als het is om te moeten vaststellen dat deze benoeming dus fout was. Deze fouten dient Lubbers zichzelf aan te rekenen.

    • F.D. Gunning