Hoe oud is gras

Vroeg of laat breekt in het leven het besef door dat een oude man ouder is dan een oudere man en dat het van pas kan komen een doordachte relativering van de begrippen oud en ouder achter de hand te hebben. Kan dat dan? Ja, dat kan, vandaag zal dat blijken uit een korte rondgang door het plantenrijk dat alle gewenste steun verschaft zolang men niet de verkeerde voorbeelden kiest.

Fout is, bij voorbeeld, te wijzen op de schitterend bewaard gebleven kiemkracht van de graankorrels die in faraograven zijn gevonden. Bij nader inzien is dat, zeggen botanici, een fabeltje gebleken: er kiemde niets. Wat niet wegneemt dat zaad dat eenmaal een goede staat van kiemrust heeft bereikt de kiemkracht makkelijk eeuwen bewaart. Het is aangetoond door proeven met zaad uit herbariummateriaal en ook onder heidezoden zijn kiemkrachtige heidezaden gevonden die honderden jaren oud waren.

Maar men begeeft zich met zijn apologie natuurlijk niet onder de zoden. Verstandiger is het de aandacht te vestigen op de kamerplant Chlorophytum, een lelie-achtige die gewoonlijk sprietenplant wordt genoemd en in honderdduizenden huizen en kantoren is aan te treffen. De sprietenplant dankt zijn populariteit aan het feit dat verzorging noch vermeerdering enig vakmanschap vereist. De plantjes die zich op de bloemstengels ontwikkelen zijn net zo vitaal als hun ouders en komen, eenmaal overgepot, ook zelf weer moeiteloos tot bloei. Zo succesvol is de propagatie in amateurkring dat de Chlorphytum in het commerciele circuit niet meer wordt aangeboden. Het brengt met zich mee dat ook niemand weet hoe oud de Clorophytum is die hij bezit en waar de moederplant staat of stond die de eerste stekken leverde. De oermoederplant stond in zuidelijk Afrika, dat staat vast.

In alle bescheidenheid toont de sprietenplant aan dat het bereiken van een hoge leeftijd niet is voorbehouden aan struiken en bomen. Ook kruiden kunnen de eeuwen doorstaan, al doen ze het, zoals de Chlorophytum, of de aardbei, of de aardappel, eerder als genotype - als kloon - dan als zelfstandig individu. Beweerd wordt dat er Schotse heuvelen zijn waarop grasklonen leven die Shakespeare nog gezien heeft.

Onsterfelijkheid wordt op onverwachte plaatsen bereikt, daar gaat het om. De kroon spant wat dit betreft Welwitschia mirabilis, een woestijnplant uit Namibie die bij de naaktzadigen is ondergebracht. De plant, nog geen voet hoog, staat in de hete grond verankerd met een zware penwortel van waaruit hij slechts twee bladeren voortbrengt, bladeren die altijd doorgroeien maar nooit langer worden dan een meter omdat ze aan het einde afsterven. Sommige nu nog levende Welwitschia's zijn meer dan duizend jaar oud is gebleken uit CS,1 S,4 -onderzoek. CS,1 S,4 -onderzoek aan de verhoute bovenkant van de penwortel wel te verstaan, want de bladeren zelf zijn natuurlijk veel jonger. Welwitschia verenigt binnen het individu plantedelen die meer dan duizend jaar in leeftijd kunnen verschillen.

De oudste nog levende boomsoort op aarde is de soort Pinus aristata, de bristlecone pine, waarvan in de woestijnen van Californie en Nevada individuen zijn gevonden die meer dan 4600 jaar oud zijn. Alive and kicking en zo op het oog nauwelijks te onderscheiden van meer alledaagse dennen. Onder de bomen vindt men de broeikas-geleerden die uit jaarringen en CI,1 I,4 -metingen de COI,2 -geschiedenis van de aardse atmosfeer herleiden.

Een trage groei en een hard milieu, dat lijken de voorwaarden voor onsterfelijkheid. Het geldt ook voor Sequoia sempervirens en de Sequoiadendron giganteum, de Californische reuzebomen die eveneens duizenden jaren oud kunnen worden en evenmin opvallende tekenen van 'veroudering', dat is: functieverlies, vertonen. Toch zijn die er wel, bericht de Wageningse onderzoeker dr.ir. H.J. Scholten. Stekken van erg oude Sequoia's willen geen wortels meer vormen, een functieverlies dat interessant genoeg in het laboratorium is te herstellen. Laat men afgesneden Sequoia-okselknoppen op een kunstmatig voedingsbodem uitlopen, en kweekt men opnieuw afgesneden materiaal opnieuw verder op zo'n medium, dan verwerft men op den duur een groeisel dat wel wortelen wil. Verjonging heet dit herstel van oude functies: rejuvenatie.

Volgt men de gangbare redenering dat een plant pas oud is als een zekere veroudering is opgetreden dan is daar opeens de vraag hoe oud de bewortelde Sequoia-plantjes zijn die via weefselkweek verjongd zijn: er is geen relativiteitstheorie voor nodig om het begrip 'oud' zijn betekenis te ontnemen. Met het plaatje hierboven kan men deze stelling verder uitwerken. Men ziet er de 'valse' Roos van Jericho (Selaginella lepidophylla), een wolfsklauwachtige uit de woestijnen van Midden-Amerika, niet te verwarren met de echte Roos van Jericho (Anastatica hierochuntica) die onder andere in de Negev-woestijn is te vinden.

De valse roos werd tot voor kort wel als curiositeit op bloemenmarkten aangeboden. Het geelgrauwe droge klauwtje verandert in een emmer water binnen een paar uur in een frisgroene, aangenaam geurende rozet die zoveel tekenen van leven vertoont dat men wel moet aannemen dat ook het dorre bolletje nog leefde. Cryptobiose dus, om de moeilijkste perioden door te komen.

Hoewel een blad als New Scientist (15 mei '93) nog aanneemt dat de Mexicaanse Selaginella in droge toestand zijn vitaliteit vele jaren behoudt heeft AW-onderzoek aangetoond dat de in Nederland aangeboden rozen zo dood zijn als een pier. Dat neem niet weg dat cryptobiose bestaat, zelfs het Nederlandse muurtjesmos en muisjesmos verdroogt regelmatig tot onaanzienljke dorre plukjes waarin alle levensfuncties stoppen maar geen functies definitief verloren gaan. De vraag is: tikt de klok door als de schijndood intreedt? Antwoord niet maar vraag verder: hoe oud is in 2094 de tachtigarige terminale patient die zich nu laat invriezen en over honderd jaar ontdooien?

Met dank aan Hans Kruijer van het Rijksherbarium te Leiden.

    • Karel Knip