Het geheugen in de beklaagdenbank

Het dreigt uit de VS over te waaien: psychotherapeuten die hun clienten een incest-verleden aanpraten. Maar volgens Elisabeth Loftus is de grens tussen fantasie en herinnering moeilijk te trekken. Rechters moeten zich daarvan goed rekenschap geven.

Elizabeth Loftus: Eyewitness Testimony; Cambridge, Harvard University Press, 1979.

Elizabeth Loftus: Memory; Reading, Addison Wesley Publishing Company, 1980.

Elizabeth Loftus en Katherine Ketcham; Witness for the defence, New York, St. Martin's Press, 1991.

Elizabeth Loftus: The reality of repressed memories; American Psychologist, mei 1993.

Psychotherapeuten houden er te weinig rekening mee dat het geheugen feilbaar is. Daardoor lopen hun clienten het risico dat zij valse herinneringen aangepraat krijgen, bijvoorbeeld aan incest. Het gevolg is dat ten onrechte rechtszaken worden aangespannen, families uit elkaar spatten en onnodig leed wordt aangericht. Dit stelt de Amerikaanse geheugendeskundige Elizabeth Loftus, hoogleraar psychologie aan Washington University te Seattle, die vorige week in ons land was.

Loftus is zich ervan bewust dat incest een wijdverspreid verschijnsel is dat grotendeels aan het oog onttrokken wordt. Je kan het bijna zo erg niet bedenken of het gebeurt in werkelijkheid ook. Loftus meent echter dat niet elke beschuldiging van seksueel misbruik voor zoete koek geslikt moet worden.

Zij zet vooral vraagtekens bij rechtszaken waarbij de herinneringen aan seksueel misbruik pas opduiken nadat 'ze vele jaren uit het geheugen waren verdrongen'. Het gaat haar dus niet om vrouwen die hun incestverleden als een geheim met zich hebben meegedragen en pas na vele jaren de moed vinden om hierover te praten. Loftus spreekt specifiek over vrouwen die vele jaren hebben geleefd zonder weet te hebben van seksueel misbruik, maar die in psychotherapie ineens ontdekken dat hun vader, buurman of priester vreselijke dingen heeft uitgehaald toen zij nog kleine meisjes waren. Loftus: 'Wetenschappelijk gesproken bestaat er geen enkel bewijs dat dergelijke herinneringen correct zijn.'

tk

Plooibaar Het grootste probleem bij verdrongen-incestzaken is volgens Loftus dat deze vrouwen niet opzettelijke onwaarheden vertellen, maar dat het geheugen erg plooibaar is. Dit kan met eenvoudige experimentjes aangetoond worden. Zo blijken ooggetuigen van een verkeersongeval sterk beinvloed te worden door de vragen die hun gesteld worden. Als de dienstdoende agent omstanders vraagt 'Met welke snelheid klapten de auto's op elkaar?', dan wordt de snelheid hoger ingeschat, dan wanneer gesproken wordt over auto's die elkaar raken. Vrijwel iedereen denkt dat levendige herinneringen ook waar gebeurd moeten zijn, maar experimenteel onderzoek bewijst het tegendeel. Gladgeschoren mannen krijgen in de herinnering een snor aangemeten, steil haar verandert in een krullenbos en er zijn voorbeelden bekend dat het geheugen een fikse schuur zette op onbebouwde grond. Volgens Loftus staan herinneringen aan voortdurende veranderingen bloot.

Mensen zijn vaak verbaasd dat herinneringen volledig onjuist zijn. Dat komt voort uit een verkeerd beeld van de werking van het brein. Er is een groot verschil tussen zien en het maken van een foto. Waarnemen is behalve registratie ook creatie: met behulp van informatie uit de zintuigen wordt een beeld van de werkelijkheid opgebouwd.

Herinneren is evenmin een passief proces. Er is sprake van een actieve reconstructie van het verleden, waarbij nieuwe ervaringen zorgen voor een vertekening van het gebeurde. Een experiment van de Canadese psycholoog Katz toont dit heel duidelijk.

Katz liet studenten voorspellen hoe de honkbalcompetitie zou aflopen. De voorspellingen bleken weinig precies, maar daar ging het Katz niet om. Aan het einde van de competitie vroeg hij de studenten wat zij zes maanden geleden voorspeld hadden. De herinnering blijkt op dat moment te zijn beinvloed door het verloop van de competitie. Vooral de studenten die denken dat zij veel verstand van honkbal hebben, herinneren zich nu dat zij zes maanden geleden redelijk goede voorspellingen hebben gedaan.

De plooibaarheid van het geheugen maakt dat betrouwbaarheid van de herinnering terugloopt als nieuwe kennis de geheugenflarden aanvult. Dit wordt volgens Loftus in de rechtspraak onvoldoende onderkend.

tk

Getuige-deskundige In Nederland wordt hetzelfde gedachtengoed uitgedragen door de Leidse psycholoog W.A. Wagenaar. Hij trad onder meer op als getuigedeskundige in de zaak tegen John Demjanjuk in Israel en in de Epese incestzaak.

In de Epese incestzaak zou zowel in de gesprekken met de slachtoffers Jolanda en Evelien als in de verhoren met de verdachten onvoldoende rekening zijn gehouden met de plooibaarheid van het geheugen. Volgens Wagenaar heeft de politie 'kritiekloos toegewerkt naar een oplossing' met als gevolg dat sommige beschuldigingen en bekentenissen 'onmogelijk konden kloppen'. De grens tussen fantasie en realiteit was vervaagd, en de rechter moest een Salomonsoordeel geven.

De problemen rond de onbetrouwbaarheid van het geheugen lijken hiermee beperkt tot enkele geruchtmakende rechtszaken, maar volgens Loftus is er in Amerika sprake van een groot probleem dat op dit moment ook naar andere landen wordt geexporteerd. Loftus: 'De geestelijke gezondheidszorg staat voor de grootste crisis in haar bestaan. Gezinnen worden uit elkaar geslagen en er wordt onvoorstelbaar leed aangericht. Dagelijks ploffen er nieuwe brieven op deurmatten, waarin verbouwereerde ouders vernemen dat zij 250.000 dollar smartegeld moeten betalen, omdat hun dochter anders een rechtszaak tegen ze zal aanspannen wegens seksueel misbruik.'

Het gaat om duizenden gevallen, waaronder veel valse beschuldigingen. De ouders die zich tegen deze valse aantijgingen moeten verdedigen, hebben het niet gemakkelijk.

Volgens Loftus ontvouwen al deze drama's zich volgens een vast patroon. Het begint ermee dat een vrouw in psychotherapie gaat, omdat zij zich depressief voelt, te weinig zelfvertrouwen heeft, of niet op haar gemak is in sociale relaties. Een deel van de psychotherapeuten laat vervolgens een Pavlov-reactie zien en veronderstelt dat seksueel misbruik hier de oorzaak is. Zelfs een ontkenning van de vrouw brengt hen niet op andere gedachten. Verdringing zou immers veel voorkomen bij incestslachtoffers.

Deze psychotherapeuten zien het als hun taak om de bij de client bestaande weerstand tegen de pijnlijke waarheid te overwinnen. Loftus: 'Hierbij wordt een arsenaal aan suggestieve middelen ingezet. Vrouwen krijgen een 'waarheidsserum' ingespoten, moeten zich proberen voor te stellen hoe de incest zich heeft afgespeeld of worden onder hypnose gebracht.'

Deze technieken hebben met elkaar gemeen dat zij de grens tussen fantasie en werkelijkheid vervagen en zelfs gebruikt kunnen worden om compleet nieuwe herinneringen te creeren. De echte herinneringen raken ondergesneeuwd onder de dwingende suggesties van de therapeut. 'Het laagland van het geheugen wordt ingevuld met het hoogland van de fantasie', schreef Loftus al in 1980.

Deze dubieuze werkwijze is aan het licht gebracht door prive-detectives en journalisten. Zo vertelt Loftus het verhaal van een familie met drie dochters, waarvan er een in therapie had ontdekt dat zij een incestslachtoffer was. De andere zussen zijn met stomheid geslagen en begrijpen niet wat er in hun zus gevaren is. Zij nemen een prive-detective in de arm en die bezoekt dezelfde therapeut. Al tijdens de eerste bijeenkomst wordt op grond van vage, algemene klachten opnieuw de diagnose 'incestslachtoffer' gesteld, ondanks het feit dat de 'client' dit ontkent.

Loftus: 'Ik word ervan beschuldigd dat ik alleen enkele rotte appels aanwijs, maar ik ben bang dat het een vaak voorkomend fenomeen is. Een kwart van de meest respectabele vakmensen is niet vrij van de geschetste fouten.'

Iedereen die het geheugenonderzoek van de laatste jaren gevolgd heeft, kan op zijn vingers natellen dat de sterke beinvloeding door therapeuten moet leiden tot ernstige ongelukken. Loftus geeft de actrice Roseanne Barr Arnold (vooral bekend door de op de televisie uitgezonden comedy Roseanne) als voorbeeld. Zij vertelde in 1991 in het blad People hoe zij in psychotherapie had ontdekt dat zij in haar jeugd door haar ouders was misbruikt. Een van de herinneringen was dat haar moeder dingen in haar vagina stopte toen zij slechts zes maanden oud was.

Deze herinnering kan gewoon niet authentiek zijn. Onderzoek heeft uitgewezen dat de meeste mensen zich niets kunnen herinneren uit de eerste drie levensjaren. Een enkeling heeft nog geheugenflarden uit een eerdere periode, maar op de leeftijd van zes maanden is de menselijke geest onvoldoende gerijpt om gebeurtenissen vast te leggen.

De grenzen van het mogelijke worden nog verder overschreden. Loftus vertelt dat zij het zelfs heeft meegemaakt dat zij als getuige-deskundige geconfronteerd werd met een rechtszaak waar in alle ernst werd gesproken over prenataal misbruik. Een vrouw getuigde dat tijdens therapie herinneringen bij haar waren komen bovendrijven aan misbruik dat haar was overkomen als foetus in de baarmoeder.

tk

Verdringing Het probleem is dat sommige psychotherapeuten het Freudiaanse gedachtengoed tot een dogma hebben verheven - levensmoeilijkheden in de volwassenheid zijn altijd te herleiden tot de kindertijd. De persoon zelf zou zich dit niet realiseren, omdat de traumatische ervaring wordt verdrongen. Het is daarom zaak het trauma op te graven, zodat genezing kan plaatsvinden.

Het heersende denkklimaat wordt aardig geillustreerd door een uitspraak die Roseanne Barr deed in de Oprah Winfrey Show: 'Als iemand je vraagt of je als kind seksueel misbruikt bent zijn er maar twee antwoorden: 'Ja' en 'Ik weet het niet'. Je kunt niet zeggen 'Nee'.' Iedereen kan een verdrongen incestverleden met zich meedragen.

Loftus: 'Of je nu hoofdpijn hebt of te veel of te weinig zin in seks, alles wordt beschouwd als een mogelijke indicatie voor seksueel misbruik.' Freud zelf nam een veel genuanceerder standpunt in. In gesprekken met patienten had hij inderdaad gemerkt dat velen herinneringen hadden aan seksueel geweld in de prille jeugd. Korte tijd dacht Freud dat dit de oorzaak zou moeten zijn van psychische stoornissen. De verleidingstheorie was geboren. Later herkende Freud dat een aantal patienten fantaseerde over seksuele relaties met de ouder van het andere geslacht. Dit was voor hem de basis om te veronderstellen dat iedereen in zijn vroege jeugd geconfronteerd wordt met het Oedipuscomplex met de bijbehorende verliefdheid op de ouder van het andere geslacht en de rivaliteitsgevoelens met de andere ouder. Freud concludeerde uiteindelijk: 'De fantasie van de verleiding is speciaal van belang, omdat deze maar al te vaak geen fantasie is maar werkelijk herinnering; gelukkig echter is zij nog steeds niet zo vaak werkelijk als het aanvankelijk leek uit de resultaten van de analyse.'

Bij rechtszaken is het moeilijk om uit te maken of de verdrongen herinneringen overeenstemmen met de werkelijkheid of dat de trauma's door de psychotherapeut aangeblazen fantasieen zijn. Het is jammer, maar dat valt achteraf niet meer uit te maken. Hier schiet de wetenschap te kort.

De grootste beperking van psychologisch onderzoek is dat proefpersonen geen kwaad gedaan mag worden. Zo kunnen onderzoekers niet rustig registreren op welke manier een jong meisje wordt mishandeld en daarna op verschillende momenten vragen hoe de ervaringen worden herinnerd. Ook is het ethisch niet aanvaardbaar dat opzettelijk geprobeerd wordt herinneringen aan incest te creeren.

Loftus: 'Het is echter wel gelukt om proefpersonen ten onrechte te laten herinneren dat zij op jonge leeftijd een keer verdwaald zijn in een winkelcentrum, dat zij naar het ziekenhuis zijn geweest voor een oorontsteking en dat zij met hun hand vastzaten in een muizeval.' Verder kunnen wetenschappelijk onderzoekers in het laboratorium niet gaan.

In het echt gaat men wel veel verder. Door het uitoefenen van druk kan men verdachten misdaden laten bekennen die zij in het geheel niet begaan hebben. Het geval van Paul Ingram biedt hier een dramatisch voorbeeld. Hij werd ervan beschuldigd dat hij kinderen satanisch had misbruikt, maar ontkende alle aantijgingen. Na vijf maanden intensieve ondervraging en suggesties van psychologen, begon Ingram te bekennen. Hij zou verkracht hebben, kinderen seksueel misbruikt en zelfs vijfentwintig baby's hebben geofferd als een deel van een satansverering.

De psycholoog Richard Ofshe, die werkte in opdracht van de verdediging, onderzocht of hier sprake was van authentieke herinneringen. Hij vroeg Ingram of hij zich nog kon herinneren hoe hij zijn zoon en dochter had gedwongen tot seksuele gemeenschap, waarbij hij zelf toegekeken zou hebben. Ingram herinnerde zich dat niet, maar nadat Ofshe op de manier van de eerdere ondervragers had aangedrongen, kwamen de herinneringen aan dit specifieke voorval toch naar boven. Deze herinnering was duidelijk een opgelegde fantasie, die nooit werkelijk had plaatsgevonden.

Loftus ergert zich aan iedereen die de realiteit van verdrongen herinneringen zonder voorbehoud accepteert. Zo hebben verschillende psychotherapeuten in de rechtszaal getuigd dat dergelijke herinneringen vrijwel altijd kloppen met de werkelijkheid, terwijl de alternatieve hypothese dat de herinneringen in werkelijkheid fantasieen zijn, niet uitgesloten kan worden en meestal zelfs waarschijnlijker is.

In Nederland is de in de behandeling van incest gespecialiseerde psychotherapeut Ellert Nijenhuis een van de mensen die heilig lijkt te geloven in de juistheid van verdrongen herinneringen. In de uitzending van Sonja waarin Jolanda aan het woord kwam en in een interview met Vrij Nederland noemde hij het onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Linda Meyer Williams. Zij sprak met slachtoffers van seksueel misbruik, die tussen 1973 en 1975 in een ziekenhuis waren opgenomen. Zij hadden indertijd verwondingen aan de genitalien. Maar toen de onderzoekster deze vrouwen achttien jaar later opzocht, had eenderde geen weet meer van het seksuele geweld. Volgens Nijenhuis is dit bewijs dat verdringing heeft plaatsgevonden. In Vrij Nederland zegt hij: 'Natuurlijk zit het erin, want wij zien die flarden geleidelijk naar buiten komen.'

Loftus vindt het onderzoek van Meyer Williams veel minder overtuigend. In de eerste plaats was een deel van de proefpersonen jonger dan drie jaar en van hen kan redelijkerwijze niet verwacht worden dat zij authentieke herinneringen hebben. Bovendien is alleen aangetoond dat deze vrouwen eenmalig een seksuele gewelddaad meemaakten. Als zij dit later vergeten zijn, vormt dat geen bewijs voor het feit dat vrouwen jarenlang misbruik uit hun geheugen bannen. Onzeker is ook of de herinnering daadwerkelijk verdrongen is. Sommige vrouwen wilden misschien liever niet met een vreemde over hun pijnlijke verleden praten. Bovendien is niet aangetoond dat de herinnering weer opgediept kan worden, zodat ook sprake kan zijn geweest van vergeten. Dit laatste is minder onwaarschijnlijk dat het lijkt. Loftus beschreef in 1993 dat mensen zelfs in staat zijn ziekenhuisopnamen en auto-ongelukken te vergeten.

Betekent dit nu dat therapeuten niet met het concept van verdrongen herinneringen kunnen werken? Volgens Loftus kan dit wel, maar zij moeten de beperkingen niet uit het oog verliezen. Sterke suggesties kunnen beter achterwege gelaten worden en de therapeuten moeten uiterst terughoudend zijn om de 'opgediepte herinneringen' buiten de spreekkamer te gebruiken.

Ondertussen worden rechters geconfronteerd met de aanklachten van incest die dankzij psychotherapie weer boven zijn gekomen. De wetenschap kan niet vertellen wat wel en niet waar is en dus moet de rechter hier zelf een beslissing nemen. Het is voor Loftus zonneklaar dat de verdachte hier het voordeel van de twijfel zou moeten krijgen. Als echter aan Loftus gevraagd wordt wat er zou moeten gebeuren als een herinnering aan incest wordt opgediept, zonder dat de therapeut deze herinnering op de een of andere manier gestuurd heeft, zegt zij aarzelend: 'Misschien zou zo'n geval een uitzondering moeten zijn.'

In Amerika is inmiddels ook een tegenreactie op gang gekomen. Honderden ex-clienten hebben rechtszaken aangespannen tegen hun voormalige psychotherapeuten, omdat dezen herinneringen aan incest hebben aangepraat. Loftus: 'Ik ben getuige-deskundige geweest in het geval van een vrouw die de incest ontdekte in therapie, haar vader aanklaagde en zich later realiseerde dat het toch niet waar gebeurd kon zijn. Zij smeekte haar vader om vergiffenis en klaagde haar therapeut aan. Zij heeft een schadevergoeding toegewezen gekregen. Hoeveel dat was mag ik niet zeggen, maar het was een getal van zes cijfers.'

    • Ad Bergsma