Herstel van geschonden imago is eerste zorg nieuwe Fokker-topman

AMSTERDAM, 31 MAART. Zelfs een in de zaal aanwezige aandeelhouder wordt het te gortig. Hij vraagt na bijna drie uur eindeloos gepraat discussieleider commissaris M. Kuilman om een voorstel van orde. De zich voortslepende aandeelhoudersvergadering van vliegtuigbouwer Fokker is op dat moment danig verzand in trivialiteiten waarbij de particuliere minderheidsaandeelhouders worden bezig gehouden door één prangende vraag, zien zij in de vorm van één of ander dividend ooit nog iets terug van hun geïnvesteerde centen in de in ademnood verkerende vliegtuigfabriek.

Dasa-topman Jürgen Schrempp, president-commissaris bij Fokker en toekomstig bestuursvoorzitter van Europa's grootste industriële concern Daimler Benz, lijkt de zaken deels geamuseerd en deels ongeïnteresseerd aan te horen. Geflankeerd door financieel directeur Manfred Bischoff van Dasa kijkt Schrempp enkele keren nadrukkelijk op zijn horloge. Alsof hij wil aangeven dat de vergadering hem duidelijk te lang duurt en hij zijn vliegtuig naar München nog moet halen. De enkele keren dat de Dasa-topman aan het woord komt maakt hij duidelijk dat hij de vergadering bijwoont als toezichthouder op Fokker en tijdens deze bijeenkomst niet op de stoel van de raad van bestuur van Dasa of Fokker wenst plaats te nemen. Een andere vragensteller die wel eens wil weten waar Schrempp zakelijk domicilie houdt, krijgt te horen: “Oh, ik heb wel vier kantoren.”

Op de eerste rij van de vergaderzaal in de Rai zit ir. B. van Schaijk die vanaf morgen de hoogste baas bij Fokker is. De vergadering is ook hem niet meegevallen. Na afloop constateert Van Schaijk zorgelijk dat er het nodige mis is met het imago van Fokker en met het zelfvertrouwen en het élan binnen de onderneming. Van Schaijk ziet het als een van zijn eerste taken te proberen daarin verbetering te brengen. Voor het overige conformeert hij zich aan het sombere betoog van interim-bestuursvoorzitter Reinder van Duinen, die de aandeelhouders heeft geschetst dat Fokker een kostenbesparing van 30 procent moet doorvoeren om vliegtuigen te kunnen afzetten en te kunnen overleven. De produktie wordt terugeschroefd van 60 naar 40 vliegtuigen per jaar, 1900 arbeidsplaatsen dienen dit jaar bij Fokker in de derde zware saneringsronde binnen twee jaar te vervallen.

“Ik heb hier geen nieuwe feiten gehoord”, zegt Van Schaijk die bij Mercedes verantwoordelijk was voor de vrachtwagendivisie in Europa, vorig jaar goed voor een omzet van 12 miljard. Van Schaijk verklaart wel zin te hebben in zijn nieuwe baan: “Het uitgangspunt om het goed te doen is in dit dal waarin Fokker verkeert natuurlijk niet ongunstig. Bovendien is het aantrekkelijk om zelf eens een onderneming te leiden in plaats van een deel van een concern. Zowel bij trucks als bij vliegtuigen gaat het om kapitaalgoederen in interessante markten die worden gekenmerkt door hoge omzetten.”

Nauwelijks een woord wordt nog vuilgemaakt aan de weggestuurde bestuursvoorzitter Erik-Jan Nederkoorn. Hoeveel de 'gouden handdruk' voor Nederkoorn is geweest wil commissaris Kuilman niet meedelen. Ook over de break even points, het punt waar de ontwikkelingskosten zijn terugverdiend en Fokker winst gaat maken op zijn verkochte vliegtuigen, worden “uit concurrentieoverwegingen” geen mededelingen gedaan. Van Duinen schetst aan de hand van een aantal grafieken dat Fokker van de grote vliegtuigfabrikanten in een dalende markt de sterkste positie inneemt. Fokker marktaandeel is de afgelopen slechte jaren zelfs nog flink gestegen.

Niettemin zou Fokker niet meer hebben bestaan zonder een kapitaalinjectie van 397 miljoen van meerderheidsaandeelhouder (51 procent) Dasa en de Nederlandse overheid. “Dat zou u zich toch wel eens mogen realiseren”, hield mr F.O.J. Sickinghe, oud-bestuurder van Stork, de morrende aandeelhouders voor. De eigen vermogenspositie van het bedrijf is door het verlies van 460 miljoen gulden in 1993 volledig uitgehold tot slechts 11 procent van het balanstotaal. In een krimpende vliegtuigindustrie, waar de verliezen zich opstapelen en pas in 1996 op zijn vroegst weer een opleving van de markt mag worden verwacht, geen vrolijk perspectief. Niettemin verklaarde financieel directeur R. Hendriksen dat hij “niet vreest vooor de continuïteit van Fokker”. Hoewel het bedrijf gezien de benarde financiële positie daarvoor binnenkort opnieuw geld zal moeten aantrekken op de kapitaalmarkt.