Hawai-gans werd uitgezet in verkeerde biotoop

Sinds het begin van de jaren zestig is de bedreigde Hawai-gans (Branta sandvicencis ), ook wel nene, onderwerp van een fok- en uitzettingsprogramma.

Lange tijd gold dit project als een succesverhaal binnen de natuurbescherming. Inmiddels dreigt het een voorbeeld te worden van de manier waarop zo'n programma vooral niet uitgevoerd moet worden. De aanpak moet ingrijpend herzien worden, hebben de betrokken Engelse Wildfowl & Wetlands Trust en de US Fish and Wildlife Service onlangs geconcludeerd.

Het aantal wilde Hawai-ganzen liep terug van 25.000 aan het begin van de vorige eeuw tot slechts dertig in 1952. Oorzaken waren het verlies van leefgebied, ongecontroleerde jacht en de bedreiging door mangoesten, wilde zwijnen en andere ingevoerde diersoorten. De laatste nene's leefden teruggetrokken in centraal gelegen rotsachtige gebieden.

In gevangenschap deed de soort het intussen aanmerkelijk beter, zeker nadat het door inteelt bedreigde fokbestand werd aangevuld met dieren uit de geslonken wilde populatie. Daardoor kon in 1960 een uitzettingsprogramma begonnen worden. Sindsdien zijn er rond de veertienhonderd vogels losgelaten op Hawai en ruim vierhonderd op Maui. Het leek een dramatisch verschil met het op de rand van uitsterven staan. Maar gaandeweg bleek dat de dieren het in het wild slecht deden. Het voortplantingssucces van de dieren is over de jaren heen minimaal - dieren die alleen al proberen te broeden zijn een uitzondering. Het was de vraag of de populatie zonder toevoer van buitenaf in stand zou blijven. Die vraag is nu negatief beantwoord. Uit computersimulaties is gebleken dat de twee groepen op de eilanden Hawai en Maui zonder doorgaande aanvulling van buitenaf zullen uitsterven. Die groepen tellen nu respectievelijk 340 en 180 leden.

Mangoesten en wilde zwijnen eisen nog steeds een zware tol. Maar wat vooral een rol speelt is dat het hoogland de dieren te weinig, en bovendien karig voedsel biedt. De dieren werden uitgezet op die plaatsen waar hun laatste wilde soortgenoten gezien werden. Maar die leefden daar uit nood, omdat hun favoriete gebieden onbewoonbaar waren geworden.

Kritiek op het project lijkt door de nieuwe voorspellingen bevestigd te worden: de ganzen werden 'uitgewend' in de verkeerde biotoop. De nene hoort van oorsprong in het laagland thuis. Gedurende het project is dat alleen maar minder geschikt geworden als leefgebied, door een verdere uitbreiding van de landbouw. Verschillende deskundigen menen dan ook dat de laatste wilde ganzen meer zouden zijn geholpen met het verbeteren van hun omgeving. Er is een lichtpunt: het eiland Kauai herbergt een derde groep vogels. In 1982 vestigden zich daar, geheel ongepland, twaalf nene's die waren ontsnapt uit gevangenschap. Deze dieren gaat het wel goed. Vorig jaar bekroonden deze vogels hun eigen project: hun groepsomvang oversteeg de honderd.