Geen plaats op school voor onhandelbare kinderen

De Amsterdamse leerplichtambtenaar Bram Kok kan voor kinderen die vanwege ernstige gedragsproblemen op een gewone basisschool niet te handhaven zijn bijzonder weinig doen. De school voor Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen (ZMOK) in Amsterdam-West zit bomvol en kan er tot volgend schooljaar geen kind meer bij hebben. Alleen al in dit deel van de stad kan Kok dertien van de allerlastigste kinderen geen school bieden.

Vóór september kunnen ze nergens terecht. Bram Kok schat dat in heel Amsterdam zeker dertig jonge kinderen noodgedwongen thuis blijven omdat de doorstroming naar de ZMOK-scholen volkomen verstopt is. “Het zijn kinderen die in principe wel de intelligentie hebben om naar een gewone basisschool te gaan, maar door ernstige gedragsproblemen alle aandacht van de leerkracht opeisen. Een hele klas lijdt onder één kind en dat is op den duur niet vol te houden.” Leerplichtambtenaar Kok heeft inmiddels meldingen binnengekregen van kinderen die met scharen door de klas gooien, stelen, de juf bijten, andere kinderen naar het leven staan en totaal niet aanspreekbaar zijn. In enkele gevallen werd een kind zelfs officieel van een basisschool verwijderd, en dat is wettelijk gezien geen sinecure, verzekert Kok. Soms wordt het nog eens op een andere basisschool geprobeerd. De afspraken tussen school en ouders worden in een contract vastgelegd, maar ook deze noodsprong loopt meestal op een teleurstelling uit.

Een kind dat zoveel problemen vertoont heeft specialistische hulp nodig, meent Kok. Een doorsnee basisschool kan die niet bieden. Ook niet nu het basisonderwijs in toenemende mate samenwerkt met het speciaal onderwijs en meer deskundigheid in huis krijgt om leerlingen met problemen op te vangen. 'Weer Samen Naar School', zoals deze samenwerkingsvorm heet, moet de doorstroming naar het veel duurdere speciaal onderwijs een halt toeroepen.

In een brief aan de rijksinspectie heeft leerplichtambtenaar Bram Kok zijn ernstige zorg uitgesproken over de slechte opvang van kinderen met ernstige gedragsproblemen. “De rijksinspectie erkent dat er problemen zijn bij de doorstroming naar het ZMOK-onderwijs, maar we krijgen steeds te horen dat we zelf maar naar creatieve oplossingen moeten zoeken.”

Directeur C.J. Leupen van de Mr. G.T.J.de Jonghschool voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen krijgt vrijwel dagelijks telefoontjes van basisscholen die niet meer weten wat ze aanmoeten met kinderen die te bedreigend zijn voor de rest van de schoolbevolking. “Maar we zitten mudvol, ik kan er geen kind meer bijhebben. Ik ben zelfs bang dat ik na de zomervakantie ook nog kinderen op een wachtlijst moet plaatsen.'

De verstopping in het ZMOK wordt volgens directeur Leupen veroorzaakt door de bezuinigingen bij de behandelinstituten voor kinderen met psychiatrische stoornissen. Ook deze instituten werken met wachtlijsten, waardoor leerlingen die eigenlijk een behandeling nodig hebben nu noodgedwongen in het ZMOK blijven hangen. Bijna de helft van de leerlingen op de Mr. de Jonghschool krijgt naast school enige vorm van hulpverlening. Het werk op de ZMOK-scholen is daardoor volgens Leupen flink zwaarder geworden. “Het Pietje Bell-achtige type dat hier vroeger zat, kom je niet vaak meer tegen. De problemen zijn veel forser geworden. Veel kinderen hebben sociaal-emotionele beschadigingen opgelopen of vertonen ernstige gedragsstoornisssen. We kunnen hier veel, maar er zijn grenzen.”