Emoties lopen op bij proces tegen Touvier

VERSAILLES, 31 MAART. Het proces tegen de Franse ex-nazi Paul Touvier, die terechtstaat op beschuldiging van misdaden tegen de menselijkheid, kreeg gisteren een emotioneel en soms dramatisch verloop toen zijn advocaat een van de leiders van het Franse verzet, Henri Jeanblanc, beschuldigde van samenwerking met de Franse nazistische militie. Jeanblanc had eerder verteld over de vernederingen en martelingen die velen hadden ondergaan in gevangenbarakken die onder toezicht van Touvier stonden.

“Herinnert u zich nog de brief aan uw commandant in het verzet waarin u vanuit de gevangenis schreef dat u goed behandeld werd. (...) De militie beschermde u tegen de Duitsers en liet u op 15 augustus 1944 vrij. U bent niet ontsnapt”, aldus Touviers advocaat, die tot de conclusie kwam dat Jeanblanc nu niet direct de aangewezen man was om Touvier aan te klagen. Deze noemde het op zijn beurt ongelooflijk dat de advocaat in twijfel durfde te trekken dat hij ontsnapt was met een pas van een secretaresse van de militie die voor haar leven vreesde toen de geallieerde troepen Lyon naderden.

Eerder op de dag had het in beslag genomen dagboek van Touvier al voor opschudding gezorgd. Daarin omschrijft hij televisiepresentator Anne Sinclair als 'joods vuilnis', terwijl hij over een televisieoptreden van Jean Marie Le Pen schrijft: “Eindelijk een beetje frisse lucht.” Touvier, die eerder tijdens het proces verklaarde als overtuigd katholiek geen antisemiet te kunnen zijn, zei dat hij die aantekeningen voor de grap had gemaakt.

In Touviers spullen die in beslag zijn genomen, bevonden zich ook enkele tientallen fascistische memorabilia, zoals swastika's en nazistische symbolen alsmede de complete verzameling van de werken van Philippe Henriot, de minister van propaganda van het Vichy-bewind, die in juni 1944 werd vermoord. Tegenover de rechtbank verklaarde Touvier: “Ik ben die verzameling met niets begonnen, keek rond op vlooienmarkten en op andere plaatsen. Ik kocht en verkocht ze. Ik moest toch wat verdienen.”

Een secretaresse van de pro-Duitse militie, Gilberte Duc, getuigde dat Touvier vaak gebruik maakte van martelingen bij het verhoren van mensen. “Een bontjas, een schilderij, voedsel - in zijn appartement bevonden zich tal van zaken die ergens anders vandaan kwamen”, zei ze. “Hij was een antisemiet. Hij placht zich vrolijk te maken over joden.” Aanvankelijk ontkende Touvier dat mevrouw Duc voor hem had gewerkt. Gisteren gaf hij echter toe dat zij “van tijd tot tijd” werkzaamheden voor hem verrichtte.

Touvier, die gisteren wegdutte toen uit zijn dagboek werd voorgelezen, werd door rechter Henri Boulard opgeroepen wakker te blijven: “Touvier luister. Dit gaat over u.” Op tal van beschuldigingen reageerde hij met de mededeling dat hij zich daarvan niets herinnerde. Eerder wist hij wel tot in details de lotgevallen van zijn familie te beschrijven in de tijd dat hij op de vlucht was.(Reuter, AFP, AP)