De aftakeling van John Major

LONDEN, 31 MAART. Er was één moment in John Majors politieke carrière, waarop het leek of iedereen onverdeeld gelukkig met hem was. Dat was toen hij in april 1992, tegen alle voorspellingen in, de Conservatieve Partij een vijfde achtereenvolgende verkiezingsoverwinning bezorgde. De whimp, de slapjanus Major, had in zijn vastberaden volhouden van de eigen lijn in de campagne kennelijk toch meer staal van zijn voorgangster geërfd dan hem eerder was toegeschreven.

Dat moment van glorie ligt nu twee jaar achter hem. Nu is Major de minst populaire Britse premier ooit. Het publiek vertrouwt hem niet, zijn backbenchers verwijten hem gebrek aan leiderschap en een deel van zijn kabinetscollega's zit klaar om hem het mes in de rug te steken. De enige troost voor Major ligt nog in het feit dat zijn politieke afgang al vaak is voorspeld, maar zich desondanks - vooral bij gebrek aan een algemeen acceptabele opvolger - nog steeds niet heeft voltrokken.

Een overzicht van de politieke kronkels waarlangs John Majors leiderschap afgleed naar de huidige, miserabele status:

APRIL 1992. “Het is zeker niet onze verwachting dat de belastingdruk omhoog zal moeten.” John Major herhaalt wat hij in de verkiezingscampagne heeft beloofd. Nu, in april 1994, gaat de gemiddelde belasting per gezin met twee kinderen, per week omhoog met 12,50 pond. De totale belastingdruk is nu hoger dan ze onder Labour ooit is geweest. SEPTEMBER 1992. “De keuze voor devaluatie, de zachte keuze, de inflatoire keuze zou een verraad aan onze toekomst zijn”, zegt Major op 10 september. Zes dagen later, op Zwarte Woensdag, trekt hij het pond sterling terug uit het Europese Monetaire Stelsel (EMS), een feitelijke devaluatie van vijftien procent. De verantwoordelijke minister van financiën, Norman Lamont, wordt niet ontslagen. OKTOBER 1992. The Times meldt dat Major zich “zo alleen” voelt in 10 Downing Street. Ministers zouden elkaar aansporen met “In Godsnaam, bel John op. Hij is eenzaam.” In de rechtervleugel van de partij wordt gekonkeld: “Hoe krijgen wij deze slappeling weg?” Er is zelfs sprake van een Thatcher-comeback. Door de straten van Londen demonstreren 200.000 mensen uit sympathie met de mijnwerkers. In het Lagerhuis heeft Michael Heseltine sluiting van 31 mijnen aangekondigd: 100.000 banen staan op het spel. Twee dagen na de aankondiging houdt de regering 21 van de 31 mijnen bij nader inzien toch voorlopig open. Major geeft later toe: “Ik heb het effect van die aankondiging onderschat.” OKTOBER 1992. Major dreigt algemene verkiezingen uit te schrijven als hij geen steun krijgt voor ratificatie van 'Maastricht'. Op 27 oktober trekt hij het dreigement in, uit angst dat Labour die verkiezingen zal winnen. MEI 1993. Norman Lamont wordt, na maandenlang aandringen door de City, de pers en naar verluidt ook Douglas Hurd binnen het kabinet, alsnog van zijn functie ontheven. Deze late herschikking van zijn kabinet wordt Major als een nieuw vertoon (eerder wilde hij de overspelige David Mellor, minister van nationaal erfgoed, niet laten gaan) van politieke zwakte aangerekend. Lamont draagt het zijne bij aan het negatieve imago van de premier: wispelturig, gemakkelijk te beïnvloeden, uit op succes-op-de-korte termijn, “zwak en hopeloos”, leider van een regering “die wel aan de macht is, maar geen gezag weet uit te oefenen.” EERSTE HELFT 1993. Het Maastricht-debat sleept zich voort. Major dreigt opnieuw met het uitschrijven van verkiezingen, sluit een geheime deal met de Unionisten en wint alleen daardoor, met veertig stemmen meerderheid, het recht om te ratificeren. Rechts is woedend en zint op wraak. SEPTEMBER 1993. Een handelsbezoek aan Japan wordt overschaduwd door speculatie over Majors leiderschap. De premier heeft zich laten betrappen op uitlatingen over de vier rechtse ministers in zijn kabinet ('bastards'), over hem onwelgezinde Tory-parlementariërs (“als ik die zie, hoor ik het geluid van flapperende witte jassen”) en over ex-ministers die hem onder sluipschuttersvuur nemen ('devils'). OKTOBER 1993. Major lanceert “Back to basics” op het partijcongres in een poging zijn partij te verenigen onder één banier. “Het is tijd om terug te keren naar de oude waarden in het hart van onze samenleving-naar zelfbeheersing en ontzag voor de wet, naar respect voor anderen, naar aanvaarding van verantwoordelijkheid voor jezelf en voor je gezin en die niet af te schuiven op de staat.” Ministers op rechts beginnen een kruistocht voor fatsoen en tegen ongehuwde moeders. Een serie ministers en staatssecretarissen blijkt spectaculair tegen die regels te zondigen, maar weigert daarvoor verantwoordelijheid te aanvaarden. Een heksenjacht in de media volgt. John Major wordt gedwongen de campagne af te gelasten. NOVEMBER 1993. Onderhandelen met de IRA zolang die doorgaat met zijn aanslagen, “de gedachte alleen al maakt me misselijk”, zegt Major op 1 november. Op 15 november wordt bekend dat de regering al drie jaar in het geheim onderhandelt met de IRA. MAART 1994. “We gaan ons niet opstellen zoals de Labour-partij en “ja” zeggen tegen alles dat uit Europa komt zonder er kritisch naar te kijken. Wij gaan niet uit de weg voor valse dreigementen dat de uitbreiding van de EU dan in gevaar komt. John Smith is de man die graag “ja” zegt in Europa - Monsieur Oui, de schoothond van Brussel”, zegt Major op 21 maart. Maar op 29 maart gaat Major akkoord met de voorstellen uit Europa over de toekomstige stemverhoudingen in de EU, de Europese partners gefrustreerd achterlatend en zijn partij voor één keer verenigd in de mening dat deze leider op die naam geen aanspraak kan maken.

    • Hieke Jippes